Was de profeet pervers?

De Mohammed van toen is niet van nu

Was Mohammed een perverse tiran? En zo ja, volgens welke maatstaven: die van toen of die van nu? Hij was naar onze criteria inderdaad een tiran, maar juist niet pervers. Daarover mag het debat echter weer niet gaan.

Was Mohammed naar de huidige maatstaven gemeten een perverse tiran? Debatten in Nederland kennen een vast verloop. Zodra een durfal zich uitspreekt en de taboegrens overschrijdt, wordt, in een vreemde paradox, de inhoud van de bewering op slag oninteressant. Razendsnel, bijna instinctief, verschuift de vraag zich: mag dit gezegd worden of gaat dit te ver? Of Hirsi Ali gelijk heeft, doet er eigenlijk niet meer toe. Welke journalist of politicus kan het tenslotte wat schelen of Mohammed wel of geen tiran was? Relevant is de vraag of hier een bevolkingsgroep is beledigd. En, ja, de getroffen religieuze gemeenschap meldt zich: deze uitspraken zijn beneden peil en een volksvertegenwoordiger onwaardig.

Waarom eigenlijk, vraag ik mij af? Volksvertegenwoordiger zijn betekent toch niet het volk naar de mond praten? Al komen de woorden van Hirsi Ali ongetwijfeld hard aan, het vrije woord moet onbelemmerd zijn. Er mag in Nederland geen nieuwe verboden zone ontstaan waar we op onze woorden moeten passen. Ook de islam mag de volle laag krijgen, zoals elke wereldbeschouwing. Wij zijn de stichters van de grote wereldgodsdiensten geen enkel respect verschuldigd, alleen een zakelijke beoordeling — hoe die ook uitvalt.

De zaak heeft nog een ander aspect. Drie eeuwen geleden schreef Voltaire: «Het christendom is de belachelijkste, absurdste en bloedigste religie die de wereld ooit geïnfecteerd heeft.» De christenen zijn er inmiddels aan gewend dat hun geloof zonder respect wordt behandeld. Dat is vooruitgang. Iedereen heeft er recht op dat zijn opvattingen zonder respect worden behandeld. Wie respect voor zijn opvattingen eist, neemt zichzelf niet serieus. Eigenlijk bewijst Hirsi Ali de moslimgemeenschap een grote dienst. Pas als de islam en Mohammed op dezelfde respectloze wijze besproken worden als het christendom, liberalisme, communisme of welke andere wereldbeschouwing dan ook — pas dan horen de moslims erbij. Het is het bewijs «een van ons» te zijn als je heilige huisjes aan gruzels gaan. De goedwillenden die de moslims het leed van de belediging willen besparen, maken zich schuldig aan paternalisme en uitsluiting.

Maar was Mohammed een perverse tiran? Ik vind het geen gelukkige kwalificatie. Om te beginnen die perversiteit. Een van de verworvenheden van de nieuwe westerse maatstaven is juist dat wij bijna geen perversiteit meer erkennen. Misschien verwijst Hirsi Ali naar het feit dat Mohammed, anders dan de brave Jezus, over een ruim libido beschikte en het bed met vele vrouwen deelde. Dat is waar, maar ik kan dat niet als diskwalificatie beschouwen.

Belangrijker is de kwestie van de tirannie. Als heerser over Medina nam Mohammed een ambivalente positie in. Zijn staatsconcept was theocratisch. De profeet was de spreekbuis van God, en maakte op grond daarvan aanspraak op absolute gehoorzaamheid. Mohammed was geen aanhanger van de primitieve democratie. Zeggenschap van het volk wees hij af. Als Hirsi Ali bedoelt dat Mohammed een antidemocraat was, dan heeft zij gelijk.

De tegenwerping dat je hem in zijn tijd moet plaatsen is buiten de orde. In een historische of antropologische studie zou dat moeten. Maar indien een gemeenschap veertienhonderd jaar na dato beweert dat ’s mans leiderschap over Medina nog altijd het ideale model biedt, dan roept die gemeenschap het over zichzelf af dat deze níet meer in zijn tijd wordt geplaatst.

Aan Hirsi Ali’s negatieve kwalificaties kunnen er dan nog wat worden toegevoegd. Mohammed financierde zichzelf met roofovervallen op de karavanen van Mekka. Ook dat was in het Arabië van zijn tijd normaal, maar het blijft een feit. Ook liet hij dichters vermoorden die hem naar zijn smaak bespotten. De fatwa tegen Rushdie is bepaald in zijn geest te noemen.

Maar er is ook een andere kant. Hoewel Mohammed als afgezant van God absoluut gezag meende te hebben, was zijn macht in de praktijk beperkt. Hij werd naar Medina gehaald als vredestichter en officieel bemiddelaar onder de clans. Zijn gezag was daarom legitiem, en hem als tiran bestempelen, betekent de plank mis slaan. Daarbij zij aangetekend dat hij joodse stammen die zich niet voegden verdreef. Van één van die stammen liet hij na de strijd zelfs alle mannen executeren. Ook weer normaal in zijn tijd, maar toch een blijvend feit. Dit verhaal heeft telkens twee kanten. Mohammed was een man van oorlog — maar geen Bin Laden. De profeet schrok niet terug voor agressie. Hij had er geen moeite mee het initiatief tot oorlogen te nemen. Maar hij organiseerde geen aanslagen onder de vijandelijke stammen. Het terroriseren van de bevolking, los van de veldslag, behoorde niet tot zijn repertoire.

Het is te hopen dat Hirsi Ali’s opmerkingen aanzetten tot een serieus debat over wat Mohammed en de islam de moderne samenleving wel en niet te bieden hebben. Mijn idee is dan: weinig. Maar ik maak geen aanspraak op respect voor die mening.

u