De Mona Lisa boven je bank

Een Nederlandse kip verliest na een paar weken bij het ruziemakende Iraakse stel Said en Rahma door de stress haar veren en pleit eenmaal terug bij de boer voor meer vreemdelingenpolitie. Abdulrahman Bedr Abdulrahman al-Baghdadi zoekt contact met zijn mooie buurvrouw Kim van Dijk die haar tuin, na een gesprek met haar buurman over de heg, laat verslonzen om hem niet meer tegen te komen. Het zijn slechts enkele van de kleurrijke hoofdfiguren uit Duizend-en-een nachtmerries, het nieuwe boek van Rodaan Al Galidi.

In de 36 verhalen tellende bundel steekt Al Galidi de draak met de kleine wereldjes waarin zijn karakters gevangen zitten. De personen – en de Nederlandse kip – die in verhalen van een paar pagina’s via rechttoe-rechtaan-taal tot leven komen liggen vrijwel altijd in de knoop met zichzelf en daarom ook met de mensen om hen heen. In hun zoektocht naar zichzelf leiden ontmoetingen en interacties vaak tot nieuwe inzichten.

Over het belang van context bijvoorbeeld. Als François de Mona Lisa ontvreemdt uit het Louvre komt hij erachter dat niemand in het schilderij geïnteresseerd is als het bij hem in de woonkamer hangt. Simpelweg omdat zijn gasten niet geloven dat het de originele Mona Lisa is. Of over de waarde van vriendschap. In een groepsmail wordt Marco door oud-collega Nico als ‘vriend’ op de hoogte gehouden van het plotselinge sterfbed van Nico’s vriendin Vera. Hoewel Marco haar niet kent grijpt het hem aan, maar na de begrafenis hoort Marco nooit meer iets van Nico en vervolgt hij zijn monotone leven zonder veel sociale contacten.

Medium hh 11970172
Rodaan Al Galidi. Rijzende ster © Peter Blok / HH
Hoe weinig Al Galidi’s personages ook gemeen hebben, ze ontmoeten elkaar wel

De karakters van Al Galidi zijn types, of liever: typetjes. Ze doen geen moeite hun extreme trekjes, zoals een obsessie met regeltjes of een gebrek aan sociale vaardigheden, te verbergen. Maar die ongepolijstheid dient een doel. Iedere zoektocht die eruit voortkomt leidt niet alleen tot introspectie bij de personages zelf, maar zet ook de lezer aan tot reflectie. Over de manier waarop de samenleving georganiseerd is en over de manier waarop we daarin onze levens leiden. Als er bij de personages geen kwartjes vallen, maar ze elkaar in een stille sauna (vrij naar de stiltecoupé) vol onvermoede gasten het zwijgen blijven opleggen, dan moet bij de lezer toch zeker wel iets gaan dagen.

In de cafés, huiskamers en yogasalons die dienen als decor van de verhalen heerst continu ruis en schuurt het aan alle kanten. Het onbegrip heeft soms een culturele component – nieuwkomers figureren in verschillende verhalen – maar vaker zijn de personages in de loop van hun leven, door toeval of door eigen toedoen, zichzelf kwijtgeraakt. Een lot dat Al Galidi zelf, in zijn eigenzinnige oeuvre dat zowel uit poëzie als uit proza bestaat, bespaard is gebleven. In zijn roman Hoe ik talent voor het leven kreeg laat hij, op basis van zijn eigen ervaringen als asielzoeker, zien hoe je de verstikkende regels en wetten van de polderbureaucratie en het uitzichtloze wachten met humor de baas kunt.

In Duizend-en-een nachtmerries doet hij dit dunnetjes over. Ondanks de onbeholpenheid van veel van zijn personages is het medeleven dat Al Galidi voor hen tentoonspreidt hartverwarmend. Bijna lyrisch beschrijft hij hun schoonheid en gevoeligheid en hun worsteling met het leven. De ik-persoon die met zijn kinderlijk aandoende, verwonderde blik regelmatig om de hoek komt kijken raakt verliefd, bevrijdt zich van de liefde en accepteert op bedevaart naar Santiago de Compostella zijn worstelende zelf. Het is die blik die de toon van het boek bepaalt, licht spottend en empathisch tegelijk.

In opbouw lijken de verhalen soms op elkaar. Naast het verhaal over Abdulrahman al-Baghdadi en zijn buurvrouw Kim van Dijk is er bijvoorbeeld ook het verhaal van een zwarte man die tegenover de streng christelijke Magda Huisjes komt wonen. Ook voor Huisjes maakt het onbekende onbemind, zozeer dat de 92-jarige na verschillende telefoontjes naar de politie aan een hartaanval overlijdt. Dankzij de intelligente manier waarop het triviale hand in hand gaat met een filosofische ondertoon doet de bundel echter gevarieerd aan. De verhalen stemmen tot nadenken, en maken nieuwsgierig. Hoe weinig de personages ook gemeen hebben, ze ontmoeten elkaar wel. In een tijd waarin smartphones en oordopjes beslag leggen op onze zintuigen, en algoritmes steeds vaker onze sociale bubbels bepalen, is dat een hoopvol gegeven. Hoe bizar, ongemakkelijk en stroef de ontmoetingen ook verlopen, het feit dat ze plaatsvinden alleen al is vermakelijk en stemt hoopvol.

Als de lezers van Duizend-en-een nachtmerries elkaar in het echte leven zouden ontmoeten zoals de personages in de verhalen van Al Galidi zou de zelfreflectie waartoe de verhalen aanzetten direct in de praktijk plaatsvinden. Die boodschap, gecombineerd met de prachtige, speelse manier waarop hij wordt uitgedragen, maakt Al Galidi tot een rijzende ster in de Nederlandstalige literatuur. Een stem die het verdient om breed en luid gehoord te worden.