De monitorologen rukken op

De gemeente Rotterdam gaat onder leiding van de Leidse psycholoog Diekstra dertigduizend Rotterdamse jongeren tot hun vierentwintigste ‘monitoren’. Echt waar. Het foeilelijke woord ‘monitoren’ duikt steeds vaker op in kringen van sociale wetenschappers en hulpverleners, zonder dat iemand de moeite neemt er enige uitleg aan te geven. Er wordt al een paar jaar druk ‘gemonitord’ door preventieafdelingen van de Riaggs, door de jeugdgezondheidsdiensten van de GGD’s, in de zuigelingenzorg en op nog veel meer plekken.

Wat is monitoren in godsnaam? Woordvoerder Spek van de gemeente Rotterdam poogde dat onlangs in de Volkskrant zo eenvoudig mogelijk uit te leggen. ‘Voor steeds meer meisjes valt het tijdstip van de eerste ongesteldheid samen met de overstap naar het voortgezet onderwijs. Dat zijn twee grote veranderingen in een kort tijdsbestek. Het is denkbaar dat je dan monitort.’ Ach natuurlijk, meneer Spek, nu u het zo zegt…
Nee, hoezeer de nieuwe monitorologen ook hun best doen om het monitoren als een onschuldige bezigheid in ons aller belang te doen voorkomen, bij mij roept het toch onmiddellijk associaties op met de panopticumsamenleving van Foucault, waarin de macht het leven van de onderdanen op een allesdoordringende manier controleert.
Die associatie is niet zo vreemd, want het woord 'monitoren’ gaat terug op de rol die oudere leerlingen in de vorige eeuw in het lager onderwijs kregen toebedeeld. Zij werden door de leerkracht aangewezen als monitor en moesten toezicht houden op grote aantallen jongere leerlingen. Monitoren waren de ordebewakers van hun lotgenoten.
Dat is precies wat moderne monitorprofessionals a la Diekstra ook doen. Zij zijn de politieagenten van de moderne preventiemaatschappij, zij zijn die vriendelijk ogende mensen bij wie het beeldscherm begint te piepen wanneer je vier keer hebt gespijbeld in het jaar dat je statistisch gezien ongesteld moet worden. Zij weten wat goed en gezond is en maken daar voorlichtingsprogramma’s, leuke videoclips of desnoods interactieve cd’s over.
Op voorspraak van Diekstra denkt het Rotterdamse gemeentebestuur bijvoorbeeld aan cursussen waarin ouders opvoedingsvaardigheden aangeboden krijgen. Opnieuw de toelichting van gemeentevoorlichter Spek: 'Een kind maken kan iedereen, maar opvoeden vereist toch bepaalde psychologische kwaliteiten. Ouders weten doorgaans via het consultatiebureau precies hoeveel hun kind groeit en of het de armpjes goed beweegt. De meer psychologische en emotionele elementen in de opvoeding komen onvoldoende aan bod.’
Samen met Heerma’s 'minister van Familiezaken’ zijn dit soort geluiden er een voorbeeld van dat de sfeer van de opvoeding in toenemende mate het strijdterrein wordt waarop een modern cultureel conservatisme zich wil manifesteren.
De monitorprofi’s vormen daarvan onbewust de stoottroepen. Zij zijn de onmaatschappelijkheidsbestrijders van de jaren negentig. Hoedt u dus voor de Diekstra’s en de Spekken; uit naam van de bestrijding van het onheil roepen ze het over ons af.