FILM  Hellboy II: The Golden Army

DE MOOISTE MONSTERS

Back story is belangrijk in Hellboy. Net als meer traditionele superhelden, bijvoorbeeld Batman, kan hij zich nooit losweken van het verleden. Sterker, aan dat verleden ontleent hij zijn motivatie, daarin zitten zijn eigen demonen ingekapseld, daar wortelen zijn angst en frustratie over de vraag hoe hij, monster, ooit deel van de normale wereld zou kunnen zijn.
De bizarre levensgeschiedenis van Hellboy, in 1993 gecreëerd door comicskunstenaar Mike Mignola en de Amerikaanse uitgeverij Dark Horse, verklaart ook veel van de impact van het personage, niet alleen op de wereld van de sequential art, maar nu ook op de bredere culturele arena van film: in 1944 werd Hellboy ‘geboren’ dankzij een experiment met zwarte magie waarmee de nazi’s een keerpunt in de oorlog probeerden te forceren. Hellboy: een duivels wezen met een rode huid, een zwiepende staart, zijn rechterarm van een onverwoestbaar soort steen en twee afgebroken horens die hij iedere ochtend bijwerkt met een bandschuurmachine. Dat is nodig, want Hellboy leeft tussen twee werelden: de wereld van fantastische wezens en de echte wereld, waar hij inmiddels door het Bureau for Paranormal Research and Defense (BRPD) wordt ingezet in de strijd tegen eigenlijk van alles en nog wat, bijvoorbeeld de waanzinnige en schijnbaar uit de dood verrezen Russische monnik Grigori Raspoetin in de eerste Hellboy (2004, Guillermo del Toro) en nu, in Hellboy II, tegen de magische prins Nuada, die op confronterende wijze veel weg heeft van een elf van J.R.R. Tolkien.


De gouden robots van Nuada’s leger, gebouwd door goblins, zijn samen met andere monsters de grote sterren van Hellboy II, Del Toro’s eerste film na zijn magistrale Pan’s Labyrinth. Hellboy II heeft namelijk de mooiste monsters sinds het gouden tijdperk van Universals monsterfilms uit de jaren dertig en veertig. Treffend is dat Del Toro in Hellboy II juist uitgebreid verwijst naar deze klassiekers. Dat is thematisch relevant: Hellboys innerlijke conflict over zijn eigen afzichtelijkheid en buitenstaanderschap dwingt hem, als een verslaafde, te kijken naar Bride of Frankenstein, The Wolf Man en Creature from the Black Lagoon. Hiermee zegt Del Toro dat de wereld van monsters essentieel is, want zonder haar zou het menselijk leven armer zijn. Dat hij gelijk heeft, blijkt uit een prachtige scène in Hellboy II waarin Hellboy, gespeeld door Ron Perlman, samen met andere agenten van het BRPD wordt aangevallen door zwermen tooth fairies. Deze monstertjes zijn beeldschoon gemaakt, met ogenschijnlijk onschadelijke, insectachtige lichamen met een brede ‘glimlach’ waarin het gevaar schuilt: twee rijen scherpe tanden waarmee ze een mens binnen een paar seconden kunnen opeten. Later wordt een van deze ‘feetjes’ ook nog onderworpen aan een hilarische (politiek geëngageerde?) ondervragings- en martelingssessie in de catacomben van het Bureau.
Afgezien van de schitterende wezens is er een keerzijde aan Hellboy II, en die betreft het script. Het lijkt wel of de makers zichzelf zo kwijt waren geraakt tijdens het uitwerken van setting, special effects en personage, dat ze plot waren vergeten. Van een spannend verhaal is namelijk geen sprake. En dat is jammer, want in de Hellboy-comics van Dark Horse zijn juist de verhalen boeiend, vaak geïnspireerd op H.P. Lovecraft, Edgar Allen Poe en oude Amerikaanse horrorcomics. Zo erg is dat ook weer niet. Want je kunt heel goed naar de films kijken, en vervolgens in de comics verder lezen hoe het gaat – en vooral ook hoe het ging – met het rode monster, het hellekind uit het duister dat zo veel van de moderne wereld houdt.

Te zien vanaf 21 augustus