De moord op de amsterdammertjes

Geen zilveren jublileum voor het Amsterdamse paaltje, volgend jaar. Wethouder Guusje ter Horst wil de beroemde Amsterdammertjes ‘stapsgewijs’ weghalen van de hoofdstedelijke stoepen. Zij vindt ze ‘ontsierend’ voor het stadsbeeld. En duur bovendien: met z'n vijfenzestigduizenden hebben ze de gemeente al ruim 25 miljoen gulden gekost, en daar komen ieder jaar nog honderdduizenden guldens bij voor onderhoud en reparatie van ontwortelde palen.

De oerpaal - een roestbruin fallussymbool dat ongeveer tot kruishoogte reikt - kwam in 1972 naar Amsterdam om de automobilist dwars te zitten en de voetganger te beschermen. Het Amsterdammertje deelde aanvankelijk met de hondedrol de eerste plaats in de categorie verfoeid Amsterdams straatmeubilair. Maar hij bewees al snel zijn nut voor de getergde voetganger, die geen foutparkeerders meer op zijn wandelweg vond en niet langer door voorbijrazend verkeer geplet werd tegen de voorgevel van een grachtenpand. Ook op esthetisch gebied heeft de paal inmiddels goodwill verworven: hij wordt nu ‘uniek’ gevonden, 'typisch Amsterdams’ en zelfs 'monumentaal’.
Wel bleek het Amsterdammertje een hinderpaal voor brandweer- en invalidewagen. Waarop ontwerpers een buigzame paal bedachten, die kan veren; een 'verzinkbare’ paal (Vezip) die in de grond kan verdwijnen dank zij een chip; en een 'Pofpaal’: een uitneembaar paaltje dat werkt op een magneetpasje. Nu zullen zij alsnog met de standaardpaal ten onder gaan. Het is andermaal een overwinning voor de auto, die Amsterdam ooit zo manhaftig uit de binnenstad wilde weren. Het Amsterdammertje is de ideale fysieke barriere voor iedere automobilist, of die nu een Eendje bestuurt of een BMW (en een boete voor asociaal parkeren wel wil riskeren). Maar net als in de meeste gemeenten is ook in de hoofdstad het mobiliteitsbeleid een wassen neus, zoals vorige week weer bevestigd werd door onderzoek van de universiteit Nijmegen. Het woord 'autoluw’ kan worden bijgeschreven in het Amsterdams ABC van gesneefde goede voornemens.
In de proeftuin op het Spui leidde het weghalen van de Amsterdammertjes prompt tot de terugkeer van kris-kras geparkeerde auto’s. Toch garandeert de wethouder een 'perfecte handhaving gedurende 24 uur per dag’; zij gaat het opdringerige blik bestrijden met behulp van de (nu al onderbezette) dienst Parkeerbeheer en het legertje stadswachten - veelal Melkert-mensen en banenpoolers die niet mogen overwerken.
Het plan is, net als de onzalige ideeen om fietsen-aan-bruggen los te knippen en haringkramen en bloemenstallen van de stoep te weren, weer zo'n cosmetische ingreep, terwijl goed openbaar vervoer - ook in de portefeuille van mevrouw Ter Horst - nog altijd op zich laat wachten. Je kunt je bovendien afvragen wat nu 'ontsierender’ is: zo'n robuuste Amsterdamse paal die onvermurwbaar de auto tegenhoudt, of een stadswacht in zo'n afzichtelijk jack, die er nog niet eens in slaagt de fietser uit de Leidsestraat te weren.