De moord op metin

De journalist Metin Goktepe is het symbool voor de persvrijheid in Turkije. Op 8 januari werd hij gearresteerd en vermoord door de politie. Een vriend gaat op zoek naar de toedracht.
OP 8 JANUARI LOOP ik nietsvermoedend naar mijn ratelende fax. Het duurt minuten voordat het bericht tot mij door wil dringen: mijn vriend Metin Goktepe is vermoord. ‘Doodgemarteld door de politie’, schrijft de hoofdredacteur van Evrensel, het dagblad waar ik als correspondent vanuit Nederland voor werk. Onmiddellijk komen herinneringen boven. Driekwart jaar geleden hielp Metin bijvoorbeeld mee bij een reportage die ik voor De Groene schreef, over de zogenaamde spanningen tussen Alevieten en Sunnieten. Hij introduceerde en gidste mij door de wijk Gazi waar de problemen zich zouden voordoen. Een vrolijke, levenslustige jongen van 27, vol idealen, en een principieel journalist.

Wij spraken elkaar regelmatig. Hij stond altijd klaar om informatie over Turkije voor mij te verzamelen. De laatste keer dat ik hem zag, was vlak voor afgelopen Kerst. We maakten plannen voor de toekomst. ‘Je kunt honderd procent op mij rekenen’, had hij gezegd met die kenmerkende hartelijkheid van hem. We verheugden ons op een spoedig weerzien. Wij zoenden elkaar. Voor het laatst.
Metin werd geboren in Cipil, een dorpje in de provincie Sivas. Hij studeerde af als econoom en begon in 1992 als verslaggever bij het weekblad Gercek, de voorganger van de progressieve krant Evrensel, die hij mee heeft helpen oprichten.
Metin was voor niemand bang. 'Alle misstanden moeten naar buiten’, vertelde hij me eens. Toen ik met hem in de wijk Gazi rondtrok, bleek de wijk hermetisch afgesloten. 'Kom op, we gaan door de barricaden heen’, zei Metin.
Als journalist van Evrensel werd hij regelmatig gearresteerd. Hij raakte er bijna aan gewend, zei hij: 'Maar ik ga mijn verhalen echt niet zelf censureren.’
De noodlottige 8 januari naderde. Metin wilde verslag gaan doen van de begrafenis van Riza Boybas en Orhan Ozen, de twee politieke gevangenen die bij het gevangenenoproer werden doodgeslagen in de Umraniye-gevangenis. Zijn redactie wilde hem tegenhouden: 'Niet doen Metin, ze weten wie je bent.’ Metin zei: 'Dit is mijn werk. Ik ga.’
Metin werd gearresteerd. Tien uur later werd hij dood aangetroffen.
HALSOVERKOP VLIEG ik 10 januari naar Istanboel. Ik wil Metins begrafenis bijwonen en weten wat er is gebeurd. Om een uur ’s nachts spoed ik mij naar de redactie van Evrensel. Het zit er vol met journalisten, juristen en vertegenwoordigers van mensenrechtenorganisaties. Ze vertellen mij dat de autoriteiten volstrekt tegenstrijdige verklaringen naar buiten brengen.
De politie: 'Metin is niet gearresteerd.’
De officier van justitie: 'Hij is gearresteerd maar direct vrijgelaten. Hij is gestorven in een cafe. Daar is hij onwel geworden en viel van een stoel.’
Het ministerie van Binnenlandse Zaken: 'Metin is van een muurtje gevallen.’
De volgende ochtend. Met lood in mijn schoenen ga ik naar het mortuarium, om Metin nog eenmaal te zien. Voor het eerst sinds vijf jaar begin ik te huilen. Zijn lichaam! Overal blauwe plekken, letterlijk overal. Wat hebben ze met hem gedaan? Hoe heeft hij zijn laatste ogenblikken doorstaan? In wat voor hel heeft hij gezeten, in die korte, voor hem waarschijnlijk tergend lange tien uur na zijn arrestatie. Zouden er getuigen zijn geweest? Dat moet toch wel, want tijdens de begrafenis van de twee gevangenen zijn zo'n duizend mensen gearresteerd, onder wie vele andere journalisten en advocaten. Alle arrestanten werden vastgehouden in de wijk Eyup van Istanboel, in een aan vroegere dictaturen herinnerend stadion annex sportcomplex.
Vanaf het mortuarium gaan we in stoet achter de lijkwagen naar de redactie van Evrensel. Daar wordt de kist naar binnen gebracht. Journalisten houden toespraken, vrienden bewijzen hem de laatste eer. Twintigduizend mensen trekken te voet naar de begraafplaats waar de pers massaal staat te dringen. Camera’s draaien, er wordt geflitst, terwijl de kist door journalisten wordt gedragen.
Metins dood wordt het onderwerp in alle Turkse media. Binnen tien dagen groeit hij uit tot het symbool van de journalist die zijn vak wil uitoefenen en daarom wordt vermoord. Tot op de dag van vandaag zijn in Turkije 55 journalisten vermoord. Het merendeel de afgelopen vijf jaar, om politieke redenen.
Op 12 januari ontmoet ik de twee dagbladjournalisten Murat Inceoglu van Yeniyuzyil en Kerem Ilgaz van Cumhuriyet. Zij waren getuige van Metins arrestatie. Samen met Metin waren ze opgelopen naar de begrafenis van de vermoorde gevangenen, elk om voor de eigen krant verslag uit te brengen. Op weg naar Alibeykoyo bleek de politie versperringen te hebben aangelegd. Toen ze hun perskaarten lieten zien, mochten ze door. Tot aan de laatste versperring, daar mochten ze niet verder. Metin drong aan. Wij zijn, zei hij, journalisten. Wij willen ons werk doen. De politie zei: 'Jij praat te veel. Je wordt ter plekke gearresteerd.’ Zijn zwijgzame collega Inceoglu werd met rust gelaten. Ilgaz daarentegen, die het voor Metin opnam, werd ook gearresteerd. Toen ze hoorden dat hij voor Cumhuriyet werkt, zeiden de agenten: 'Laten we hem vrijlaten, anders krijgen we problemen.’ Ilgaz mocht weg, Metin moest mee - zijn krant Evrensel bleek geen vrijbrief.
Kamil Tekin Surek, de advocaat van Evrensel, werd direct gealarmeerd. Hij belde de politie, die hem mededeelde dat als Metin inderdaad was gearresteerd, hij na identificatie zou worden vrijgelaten.
Wat gebeurde er daarna? De puzzelstukjes worden beetje bij beetje bij elkaar gelegd door de mensen die naar de redactie van Evrensel stappen en met wie ik kan praten. Mensen die zeggen dat ze Metin in zijn laatste uren nog hebben gezien, zoals Hayati Gungoren.
Hayati stond tussen de naar schatting duizend arrestanten die het stadion werden binnengevoerd. Zij moesten in groepjes op de grond gaan liggen, om te worden geslagen. Hayati stond bij de deur van de sporthal, vlakbij Metin, die opvallend veel aandacht kreeg van politieagenten. Metin discussieerde met hen. Hayati hoorde hem zeggen dat hij verslaggever van Evrensel was en daarom dringend met een politiechef wilde spreken. De agenten namen hem mee naar een kleine ruimte in de sportzaal waar Hayati hem niet meer kon zien. Na een paar minuten hoorde hij zijn geschreeuw. Na tien minuten werd het stil. Agenten renden in paniek door elkaar. Hayati hoorde een van hen zeggen: 'Hij is waarschijnlijk dood. Breng hem hier vandaan en zie maar wat je er mee doet.’
Het moet, zegt de getuige, tussen een en twee uur ’s middags zijn geweest.
Wat is er in die kleine ruimte met Metin gebeurd? Een paar dagen later meldde Ali Ekber Palabiyik zich bij de redactie van Evrensel. Hij bleek getuige te zijn geweest van de mishandeling van Metin. Ali stond erbij, met zijn jas over zijn gezicht zoals iedereen: bevel van de politie. De jassen moesten voorkomen dat mensen zagen wat er gebeurde. Ali gluurde door zijn jas en zag hoe het einde van Metin naderde. Tien politieagenten sloegen hem aan een stuk door, vooral in zijn maag en op zijn hoofd. Ali: 'Een meedogenloos pak slaag dat niemand had kunnen overleven.’ Metin probeerde zich vergeefs te verzetten. 'Waarom slaan jullie mij?’ schreeuwde hij. 'Ik ben Metin Goktepe, journalist van Evrensel.’
Toen viel hij stil op de grond.
Over de doodsoorzaak schrijft het autopsierapport: 'Hersenbloeding en interne weefselbloeding als gevolg van harde klappen op het hoofd. In de schedel zijn diepe scheuren geconstateerd.’
Diverse getuigen zagen hoe Metin werd weggesleept. Aanvankelijk naar de toiletten. Arrestant Deniz Ozcan trof hem daar aan, van top tot teen onder het bloed. Of hij toen nog leefde, weet niemand.
Hij werd verder gesleept, vertelt een andere ooggetuige. Zij zag het macabere tafereel vanuit haar auto. Zij moest met auto en al het sportcomplex binnenrijden, maar werd direct vrijgelaten toen zij vertelde ze de dochter van een politiefunctionaris was. In de auto wachtte ze op haar verloofde die nog vast zat. Vanuit die auto zag ze hoe Metin - wie kon het anders zijn geweest? - werd versleept naar de plaats waar het lijk later zou worden 'gevonden’: buiten, pal voor de kantine.
Een arrestant die vroeg op de avond werd vrijgelaten, belde Evrensel dat hij gehoord had dat Metin was vermoord. De advocaat van de krant nam direct contact op met Erol Canozkan, de officier van justitie van Eyup. Klopt, zei de officier. Metins stoffelijk overschot was voor onderzoek naar het Laboratorium voor de Gerechtelijke Geneeskunde gebracht. De officier zei dat Metin inderdaad was gearresteerd maar dat hij tegen de avonduren weer was vrijgelaten. Daarna volgde het verhaal dat hij onwel was geworden en van een stoel zou zijn gevallen.
VIJF DAGEN LATER is het Metins fototas die mij pijnlijk met ons verleden confronteert. Ik heb hem die tas ooit cadeau gedaan, de tas die hij bij zich had in het stadion. De tas is naar de redactie gebracht door Ceyhun Emre Dagdeviren, die bij zijn vrijlating een tas op een tafel in de sporthal zag liggen. Hij had erin gekeken en Metins perskaart gevonden. Hij besloot de tas mee te nemen. De tas was overigens niet alleen gevuld met Metins papieren maar ook met talloze identiteitskaarten en portemonnees van anderen: de politie heeft er van alles lukraak bij ingestopt.
Steeds meer getuigen durven het aan om hun verhaal in de publiciteit te brengen en aangifte te doen bij de officier van justitie. Met sommigen ga ik mee. De officier neemt de aangiften vriendelijk en beleefd in ontvangst.
Ik besluit Metins moeder te bezoeken. Ze is geemotioneerd en voelt zich overvallen door alle commotie: 'Ik weet nu dat ik niet een zoon heb, maar vele. We hebben nooit problemen met Metin gehad. Hij maakte geen ruzie. Hij was een rustige jongen en leefde voor zijn werk.’
'Het was niet de eerste keer dat hij is gearresteerd’, vertelt zijn broer. 'Metin is opzettelijk vermoord. Ik hoop dat de daders worden gevonden - niet een of ander agentje maar de topfiguren die de opdracht hebben gegeven.’
Vooralsnog zijn er weinig sporen die naar de daders leiden. Er is een foto van de man die opdracht heeft gegeven tot Metins arrestatie. Er is het gegeven dat er 'Haydar’ stond op de wapenstok van een van de agenten die op Metin insloeg. Het geeft te denken, zeggen juristen, dat de daders van de moord op de beruchte werkgever Sabanci binnen 24 uur bekend waren. Maar geen spoor van de moordenaars van Metin.
Akin Birdal, voorzitter van de Mensenrechtenvereniging IHD zegt: 'Dit bewijst hoe ernstig de situatie van de mensenrechten in Turkije is. Zelfs journalisten worden het slachtoffer. De moord op Metin is de laatste druppel die de emmer doet overlopen.’
Nog steeds openen de actualiteitenrubrieken met de moord en zelfs de voorzitter van de grootste werkgeversorganisatie in Turkije laat zijn stem horen: 'Ik betreur het dat deze journalist vermoord is.’ Mustafa Ekmekci, de voorzitter van de Turkse journalistenvereniging, zegt dat Metins moord een aanslag is op de vrijheid van drukpers: 'De afgelopen vijf jaar zijn er in Turkije dertig journalisten vermoord. Het is genoeg geweest. De moordenaars moeten gevonden worden.’ Amnesty International heeft een onderzoek ingesteld.
Toen het nieuws net bekend was, buitelden de autoriteiten over elkaar heen met tegenstrijdige verhalen - en dat is nog steeds het geval. De politie houdt vol dat Metin nooit gearresteerd is geweest, Binnenlandse Zaken houdt vol dat hij van een muurtje is gevallen, maar de officier van justitie heeft inmiddels de 'Metin viel van een stoel’-versie’ ingetrokken. Er komt een onderzoek van die kant.
Binnenlandse Zaken is door de hele kwestie in aanvaring gekomen met minister Adnan Ekman, die de mensenrechten in zijn portefeuille heeft. Ekman vertelt dat hij er volledig van overtuigd is dat Metin door de politie is vermoord: 'Hoe kan het anders in een stadion dat onder volledige controle van de politie stond.’
Velen wijzen op de recente toelating van Turkije tot de Douane-unie. Turkije heeft zich een poosje 'moeten inhouden’, maar eenmaal toegelaten meent de politie dat zij weer stevig mag huishouden. Dat komt Ciller slecht uit, want dit jaar zal Europa de mensenrechten in Turkije in de gaten houden om te beoordelen of Turkijes tijdelijke lidmaatschap wel mag worden omgezet in een definitief lidmaatschap. De vraag is echter of Ciller wel greep heeft op het politieapparaat.
De centrale vraag blijft: is de moord op Metin een uit de hand gelopen mishandeling of was het opzet? Het laatste, meent Ihsan Caralan, hoofdredacteur van Evrensel: 'Tientallen journalisten en schrijvers zijn veroordeeld tot lange gevangenisstraffen. Niet alleen Metin, veel van mijn verslaggevers worden door de politie bedreigd na publikatie van hun artikelen.’ Artikel 8 van de anti-terreurwet verbiedt kranten artikelen te publiceren die een negatief beeld schetsen van de overheid. 'Metin is bewust aangehouden en vermoord’, zegt Caralan, 'ter afschrikking van alle verslaggevers van onze krant.’
ALLE REDACTEUREN zijn doelwit, zelfs ik als correspondent, zo merk ik als ik terug naar Nederland ga. Op het vliegveld in Istanboel duikt ineens een agent op: 'Meekomen!’ Mee naar het politiebureau voor een verhoor van anderhalf uur. 'We brengen je over naar het Bureau Politieke Activiteiten.’
Nee, ondanks mijn perskaart geloven ze niet dat ik journalist ben. 'Die vriend van jou’, zeggen ze, 'was ook geen journalist.’ Neem me maar mee, zeg ik. Ik heb niets illegaals gedaan. Daar denken zij anders over. De kranteknipsels in mijn tas over de moord op Metin zijn 'subversief’. Een kopstuk moet even weg en komt als bij toverslag vriendelijk terug: 'Je mag gaan.’
Gelukkig blijkt het vliegtuig vertraging te hebben. Ik mag nog mee.