De moord op vader freud

Voor de tweede keer dit jaar werd een geplande historische tentoonstelling in de Amerikaanse hoofdstad het slachtoffer van intellectuele onverdraagzaamheid.

Vorige zomer werd het Smithsonian Museum gedwongen om het grootste deel van een tentoonstelling over het gebruik van atoombommen tegen Japan te schrappen. Al het materiaal over de gevolgen van de explosies en over het debat omtrent de wijselijkheid van de nucleaire strategie werd verwijderd en de museumdirecteur moest ontslag nemen. Vorige week maakte de Congresbibliotheek bekend dat een geplande tentoonstelling over de ideeen en de invloed van Sigmund Freud voor onbepaalde tijd werd uitgesteld. De officiele reden was geldgebrek, maar weinigen betwijfelden dat de giftige campagne die antifreudianen tegen het project voerden, de doorslag had gegeven. ‘Iedereen is op zijn hoede sedert de Smithsonian-rel’, zei Irene Burnham, de directeur tentoonstellingen van de bibliotheek. Daarom, aldus curator Michael Roth, was er van het begin af aan ook ruimte voorzien voor een historisch overzicht van de kritiek op Freud.
Diezelfde historische benadering inspireerde de curatoren van de Smithsonian-tentoonstelling om ook de kritiek op de nucleaire aanval op Japan te presenteren. Voor oud-strijders en rechtse politici was die kritiek echter niet enkel controversieel maar ook heiligschennend. Antifreudianen reageerden op het Freud- project met dezelfde morele verontwaardiging. Alleen een tentoonstelling die zich zou toeleggen op de verguizing van Freud had volgens hen bestaansrecht. Peter Swales, een man die een boek schreef om te bewijzen dat Freud naar bed ging met zijn schoonzus, leidde het protest met hetzelfde argument als de oud-strijders: 'De Congresbibliotheek is een nationale institutie en moet dus heel goed oppassen waaraan het zijn imprimatur geeft.’
Swales slaagde erin om beroemde namen te werven voor een petitie tegen het Freud- project. Zoals professor Sophie Freud ('Sommige ideeen van mijn grootvader zijn achterhaald’) en feministe Gloria Steinem, die Freud onder meer verwijt dat hij niet geloofde in clitorale orgasmen. Zelfs auteur Oliver Sacks staat vermeld als 'ere- ondertekenaar’, hoewel hij Freud 'een genie en een held’ noemde.
De curatoren reageerden op de petitie door critici meer inspraak te beloven in de samenstelling van de tentoonstelling, maar dat aanbod ging de antifreudianen niet ver genoeg. Zelfs uitstel van het project is volgens Swales niet voldoende: hij wil dat het definitief wordt geschrapt.
Geheel afgezien van de zin of onzin van Freuds ideeen rijst de vraag waarom Swales c.s. het zo noodzakelijk vinden om ze te onderdrukken. Te meer daar ze met zoveel nadruk verklaren dat die ideeen dood zijn - waarom er dan nog zo verbeten tegen blijven vechten? Je kan er het zoveelste symptoom in zien van groeiende intolerantie in Amerika. Freud, de vader van de psychoanalyse, zou het wellicht verklaren als een onvermijdelijke fase waar Swales en de zijnen nu eenmaal doorheen moeten: eerst plaats je de vader op een voetstuk, dan wil je hem vernietigen. Het is allemaal deel van het volwassen worden.