De moorse erfenis

Lang geleden kondigde Migrantentelevisie een programma aan over de wisselwerking tussen oosterse en westerse cultuur, meer bepaald over Turkse en Nederlandse wederzijdse beinvloeding. De uitzending bleek zich exclusief bezig te houden met de zegeningen die de Turken ooit over Europa hadden uitgestort en sedertdien een vanzelfsprekend onderdeel vormen van de Nederlandse identiteit. Ik herinner me alleen nog tulpen en koffie.

Zulke zielige aanspraken, afgezet tegen de blijkbaar evidente Europese invloed, duiden op een wel zeer ongelijke strijd om een historische identiteit. De knulligheid van opzet en uitvoering staken natuurlijk nog in de kinderschoenen van Migrantentelevisie, maar passen even goed in het concept van permanent verontwaardigd cultuurrelativisme dat schuldbewust blond Nederland teistert. Hoeveel Nederlanders keren er jaarlijks niet terug uit Zuid-Spanje en spreken schande van het paleis dat Karel V liet neerzetten in het Alhambra en van de omvorming van de moskee van Cordoba tot kathedraal? Sommigen verwerken hun spontane islamocentrisme zelfs tot een artikelenserie in De Groene.
Onder het banier De erfenis van Al-Andalus wordt dit jaar een tros tentoonstellingen op het publiek losgelaten in een aantal steden in Andalusie. Van wetenschap en muziek tot Latijns-Amerikaanse architectuur begraven ze zich diep in de muzelmaanse sporen in Spanje. Sommige sporen zullen menig zelfbekend cultuurrelativistisch vakantiehistoricus doen blozen. Toen de Moren in de achtste eeuw Spanje zonder noemenswaardige tegenstand veroverden, verwoestten ze alle Westgotische kerken. Voor de bouw van moskeeen en paleizen gebruikten ze leuke spullen die ze onderweg tegenkwamen, zoals Romeinse zuilen. Van de Westgoten namen ze onder andere de hoefijzerboog over.
Na de reconquista bleef het koninkrijk Granada tweeeneenhalve eeuw lang een vazalstaat van Castilie, totdat de religieuze intolerantie van Isabella van Castilie het definitieve einde betekende voor de islamitische aanwezigheid in Spanje. De Spanjaarden lieten de Moorse paleizen intact, hoewel de meeste moskeeen met de grond gelijk werden gemaakt. Het Alhambra viel zo in de smaak bij Karel V, dat hij er na zijn huwelijk ging wonen. Het paleisje was echter te krap bemeten voor een keizerlijk huishouden, dus werd er een fors maar terughoudend paleis naast gezet. En zoals de Moren Spaanse kunstenaars en ambachtslieden gebruikten (Mozarabes), zo gebruikten de Spanjaarden Moorse voor de uitdossing van paleizen en zelfs kerken (Mudejares).
Voor zover ik ze heb bezocht, zijn de tentoonstellingen in Andalusie rijker aan teksten en foto’s dan aan voorwerpen. Dat sluit natuurlijk aan bij het veelomvattende karakter van het project, want een complete beschaving vat je niet in aardewerk en bouwfragmenten, maar de didactiek dringt dan wel erg op de voorgrond. En die is erop gericht de Moorse cultuur in Spanje voor te stellen als een Spaans-islamitische: in plaats van een bruggehoofd van het mohammedaanse wereldrijk in Europa, is Al-Andalus nu een goeddeels onafhankelijk daarvan ontstane beschaving, die niet alleen de christelijke maar evenzeer de islamitische kunst en wetenschap diepgaand heeft beinvloed. De makers van El legado Andalus konden het binnen dit wereldomspannende raamwerk opbrengen om te wijzen op de verregaande corruptie, wreedheid en willekeur aan het hof in Granada en halen zelfs geleerden aan die stellen dat de Moorse kunst een en al leentjebuur is geweest.
In het licht van de alom gesignaleerde nieuwe Koude Oorlog tussen westers imperialisme en oosters fanatisme kan het Andalusische project niet anders worden gezien dan als een vredespoging, maar dan een die de ene partij niet voorstelt als expansiever en oorlogszuchtiger dan de andere. Zonder schieten was Zwarte Piet nooit in Spanje gekomen.