De moraalcodex van ruud lubbers

In zijn race met de Belg Luc Dehaene en de Brit Sir Leon Brittan om het voorzitterschap van de Europese Commissie heeft Ruud Lubbers zich verleden week in Aken onder het goedkeurend oog van bondskanselier Kohl weer eens van zijn moraaltheologische, softe kant laten zien.

Eindelijk, mag daarbij worden vermeld. Het was te lang geleden dat Lubbers als jonge hond in het kabinet de tranen van de wat gevoeligere parlementariers rijkelijk kon laten vloeien met poetische ontboezemingen over het kind dat ons vanuit de toekomst toelacht.
Sindsdien was er in het kader van het rudingeske no nonsense-evangelie weinig diep-menselijks meer aan de lippen van Lubbers ontsnapt. Dus mag de Akense rede niet minder dan een magisch keerpunt worden genoemd in de ontwikkeling van Neerlands staatsman nummer een.
En voila: het resultaat mag er zijn. Uiteindelijk draait het om de noodzaak, de van christendom en humanisme afgeleide normen en waarden die de Europese beschavingsgeschiedenis hebben gevormd, weer een eigentijdse inhoud te geven, aldus Lubbers. Als klap op de vuurpijl pleitte hij voor de invoering van een moraalcodex voor de Europese burger, een bindend handvest voor heel Europa, waarin de normen en waarden worden omschreven, waarop de Europese Unie zich baseert.
Een vleugje Hirsch Ballin, een toefje Bolkestein en een hele wagonlading nieuw-Vaticaans elan: ziedaar een herboren Lubbers, op weg naar de troon van een herboren Heilig Rooms-Duits Rijk. Mochten er binnen de Europese gemeenschap nog mensen rondlopen voor wie de Hollandse ex-premier toch vooral naam heeft gemaakt als oppergrutter van een kruideniersstaat, na Aken weet men wel beter: er klopt nog altijd een groot jezuitisch hart in de inborst van de Nederlandse kandidaat.
Met de Akense rede startte Lubbers zijn campagne voor de stoel van Jacques Delors, en zo wordt meteen duidelijk hoe de demissionaire premier zijn twee concurrenten van zich af wil schudden. Van Dehaene is bekend dat hij zeer bedreven is in het wat platvloersere politieke regelwerk, een eigenschap die hem in het thuisland al de bijnaam de Loodgieter heeft opgeleverd.
Zijn Engelse opponent, veel meer de diplomaat, staat vooral bekend om zijn omzichtige manoeuvreertrant.
Lubbers nu heeft besloten om zich als de kandidaat van de onversneden, allerradicaalste Euro-euforie te profileren.
Er zit zowaar iets Duits-romantisch in zijn hele moraalcodexverhaal. En dat zou zich weleens tegen hem kunnen keren, vooral bij de landen waar de Euro-scepsis wortel heeft geschoten, van Italie tot Denemarken. Kortom: een wat wilde gok van onze man in Brussel. Maar wat moet hij anders?