De morele hoogte

‘Ergste humanitaire catastrofe in vele jaren’ en ‘genoodzaakt om op te treden’, waren enkele zinsneden van een toespraak die vrijdagavond laat ten kantore van het Witte Huis in de reservemap verdween. Bewaard voor later. Als een nieuwe militaire strafactie onder Amerikaanse leiding moet worden aangekondigd, zal dat ongetwijfeld gebeuren via het ondertussen vertrouwde mediaformat: opnamen van kruisraketten die van schepen opstijgen, een ernstig kijkende Amerikaanse president en een toespraak met plichtplegingen aan de universele menselijkheid.

Het was kennelijk president Obama zelf geweest die alleen besloot dat hij zijn parlement om instemming zou vragen voor een aanval. Volgens bronnen in het Witte Huis had Obama zijn buik vol van allerhande politici die zichzelf niet wilden uitspreken voor of tegen een aanval op Syrië, maar wel voortdurend kritiek leverden op alles wat hij met betrekking tot Syrië deed.

Dezelfde ergernis had Obama kunnen hebben over media en commentatoren in Nederland. Tot ongeveer een week geleden, toen de VS zich opeens leken op te maken voor militair ingrijpen, was de algemene teneur alhier: ‘Wat een schande dat niemand wat doet.’ Zo prijkte op NRC Handelsblad daags na de chemische aanval in Syrië een foto van dode kinderen en opende de krant met: ‘Opnieuw toont de internationale gemeenschap zich machteloos na een slachtpartij in Syrië.’ En dat was de insteek overal.

Tot bleek dat ook voor Obama de maat vol was en hij aankoerste op militaire actie. Toen verschenen opeens her en der artikelen over de twijfelachtige juridische basis voor zo’n actie en het twijfelachtige bewijs dat Assad achter de aanval zat. Afgelopen weekend was de balans helemaal omgeslagen. In de ene krant wilden westerse leiders alleen overhaast ‘straffen om het straffen, zodat zij niet op hun gezicht gaan’, in een andere leed de Franse president Hollande aan een pathologische ‘interventiedwang’. Het woord ‘Irak’ viel zo vaak dat het leek alsof we opnieuw een oorlog aan de Tigris werden ingerommeld.

Op die manier biedt de morele hoogte wel erg veel comfort. Je kunt de verontwaardiging van vorige week altijd inruilen voor een nieuwe. Er is altijd wel te betogen dat het ‘arbitrair’ is dat de VS een chemische aanval willen vergelden, maar niet honderdduizend slachtoffers van conventionele wapens; ‘arbitrair’ dat de VS wegkeken toen Saddam Hoessein hetzelfde deed. Dat we bewijzen moeten hebben voor er een aanval komt. Dat Obama zijn speelruimte verkleinde door ‘rode lijnen’ te benoemen. Allemaal waar. Maar het zijn ook behaaglijke uitvluchten voor de vraag: wat moeten we doen als het regime van Assad chemische wapens heeft gebruikt tegen burgers, waar het in eerste instantie naar uitziet? Dat is een politieke maar ook morele vraag – en een heel moeilijke, gezien de povere (militaire) opties – die niet kan worden ontweken met makkelijke morele superioriteit over leiders en hun imago. En op die vraag is wat mij betreft vergelding het noodzakelijke antwoord – door een zo breed mogelijke groep landen, onvermijdelijk geleid door de VS. Niet omdat we de oorlog daarmee ten einde kunnen brengen, maar omdat dit inderdaad een misdaad is die buiten een ‘rode lijn’ valt, of dat nou een politiek handig standpunt is of niet.

Dit antwoord bleef niet alleen in Nederland veelal uit, maar eigenlijk overal waar Obama steun zocht. In Nederland schreef minister Timmermans aan de Kamer dat een ‘steviger reactie van de internationale gemeenschap’ wenselijk was geweest, en met die opsteker mocht Obama het doen. In Engeland, de vaste oorlogspartner sinds Vietnam, besloot het Lagerhuis onder gejuich om niet mee te doen. De Duitsers, Saoediërs, Koreanen: alle vaste bondgenoten gaven liever ‘stille steun’, zodat alleen de surrender monkeys van tien jaar terug overbleven. Of, zoals een Amerikaanse commentator met historisch gevoel schreef: ‘We zijn terug bij dezelfde coalition of the willing waarmee we begonnen in 1770: alleen wij en de Fransen.’

Bij alle vergelijkingen die nu met Irak worden gemaakt, wordt vaak vergeten het belangrijkste verschil te vermelden. Waar Bush jr. alleen excuses zocht voor zijn aanvalsplan, wil Obama dolgraag uit Syrië wegblijven. Iedere Democratische president herinnert zich president Johnson, die over zijn binnenlandse agenda zei: ‘I left a woman I really loved – the Great Society Program – in order to fight that bitch of a war in Vietnam.’ Over Obama’s draai naar het Congres wordt nu steeds geschreven dat het een ‘enorme gok’ is die Obama’s gezag op het spel zet. Maar over Obama is vaak geschreven dat hij verder vooruit kijkt dan anderen, en dat lijkt nu ook het geval. Als Obama straks door het Congres wordt weerhouden van een strafactie, dan blijft hij met gezichtsbehoud uit de oorlog. Krijgt hij steun, dan kan hij alsnog de morele plicht van de internationale gemeenschap inlossen in Syrië. Maar dan niet alleen.

H.J.A. Hofland is afwezig