De morele kaart

Omdat wij in een land leven waarin schuldgevoel wordt verheerlijkt, kun je ook in vraaggesprekken altijd met succes ‘de morele kaart’ trekken.

Medium opheffer 22 2012 moraal

‘Er zijn in Griekenland mensen die moeten rondkomen van tweehonderd euro per maand. Vindt u dat dat kan?’

‘Vijftig procent van de jeugd in Spanje is werkloos. Wilt u daar dan niks aan doen?’

‘We hebben afspraken gemaakt over Europa, en nu wilt u zich daar niet aan houden. Wat zijn uw afspraken dan nog waard?’

‘Het gemak waarmee u zegt ontwikkelingssamenwerking uit de begroting te willen schrappen, grenst aan het onmenselijke.’

Soms wordt het absurd.

‘Vindt u dat onze voetballers nog naar Oekraïne kunnen?’

Toch moet je voortdurend morele vragen stellen, zelfs als je – zoals ik – ervan overtuigd bent dat er geen absolute moraliteit bestaat.

Stel dat wat sommige klimaatwetenschappers beweren algemeen geldig wordt verklaard, en stel dat wij inderdaad iets kunnen doen om de aarde te redden, dan moeten er morele vragen worden beantwoord die rechtstreeks te maken hebben met leven en dood. Mag je een mens doden die de aarde te ernstig vervuilt? Mogen er oorlogen worden gevoerd vanwege duurzaamheidsredenen?

Het antwoord op morele vragen luidt meestal een inflatie van het menselijk leven in, terwijl het omgekeerde wordt beoogd.

Als het antwoord nee is op de vraag: mag je één kind doden om er tien te redden, dan gaan er dus tien kinderen dood. En is je antwoord ‘ja’, dan is het leven van een kind minder waard geworden.

Op algemene morele vragen kun je ook niet een echt antwoord geven. De mens is een beest, maar we moeten dankbaar zijn dat er omstandigheden zijn waaronder onze eigen mensen zich als beesten konden gedragen.

Onlangs kwam op een redactievergadering het volgende ter sprake. Iemand had op de televisie een documentaire gezien over een vrouw, die nu negentig was, en in het verzet had gezeten. Zij had verraders gedood. Maar ze had, zo was gebleken, ook eens de verkeerde ter dood gebracht. Hoe moesten we daar nu over denken? Was zij goed? Was zij fout? Er was in het verzet niet echt sprake geweest van een ‘eerlijk proces’. Had dat toch niet na de oorlog moeten gebeuren? Ik geloof zelfs dat de ‘verrader’ na de oorlog was geliquideerd. Moeten we dat zomaar toestaan?

Ik vond het vreemd dat deze vragen sowieso werden gesteld.

Die vrouw was voor mij een heldin en zou dat blijven, maar voor sommigen was dat toch niet meteen waar. Welk recht heb je om, na de oorlog, iemand te vermoorden die in de oorlog mogelijk een verrader bleek, al kon je dat niet bewijzen?

Wat ‘recht’ is hebben wij bedacht. En dus is onze moraal ook iets wat is bedacht.

Idealisme kan een bepaalde moraal voorschrijven, maar of dat ook echt goed of fout is, zul je nooit weten. Een econoom/historicus heeft mij wel eens verteld dat als wij met de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog beter hadden samengewerkt, hun nazisme min of meer hadden omarmd, onze economie er dan beter aan toe zou zijn geweest en dat daardoor niet alleen het lijden van de Nederlanders voor een groot deel voorkomen had kunnen worden maar dat ook de genocide tegen de joden in Nederland beter bestreden had kunnen worden. Borrelpraat? Inderdaad was het in een kroeg, en of deze econoom/ historicus gelijk heeft, weet ik niet, maar stel dat het bewezen zou kunnen worden, wat zegt dat dan over ons handelen in en voor de Tweede Wereldoorlog? Waren het niet de communisten die eerst met de Duitsers wilden meedoen?

In mijn radioprogramma vraag ik bijna elke week naar het morele handelen van de mens.

Het is opvallend hoe makkelijk mensen het vinden om dat dan als een moeilijk onderwerp te classificeren.