Sport

De mores van de kleedkamer

Ajax-voetballer Mido gooit in de kleedkamer een schaar naar het hoofd van collega-spits Zlatan. Manchester United-coach Alex Ferguson schiet in de kleedkamer een schoen naar het hoofd van vedette David Beckham, met als gevolg een opzichtige, bloederige vleeswond vlak boven het rechteroog. En international Edgar Davids legt in de kleedkamer PSV’er Marc van Bommel luidruchtig en naar het schijnt hardhandig uit (de masseur probeert tussenbeide te komen, maar «tevergeefs») wat de verhoudingen zijn in het Nederlands elftal; Van Bommel had hem even daarvoor laten weten dat hij «zijn taken» niet goed uitvoerde.

Over de gedragingen op het veld, gadegeslagen door tientallen camera’s, bestaan honderden bekende en telkens herhaalde meningen. Maar hoe de voetballers zich in de kleedkamer gedragen, onttrekt zich nog altijd aan de waarneming. Uitgelekte incidenten en voetbalautobiogra fieën (ja, ook voetballers willen het uiterst persoonlijke tegenwoordig graag uitdrukken via het egodocument) wijzen er echter op dat individualisering en toegenomen mondigheid, vooral onder jonge spelers als Mido (twintig jaar), slecht liggen in de professionele voetbalploeg. Men roemt Ajax-trainer Ronald Koeman omdat hij de jonge ploeg van zwijgzame tieners transformeerde tot een zelfverzekerd collectief. Maar wat collectief zelfvertrouwen heet, gaat individueel voor arrogantie door, en die verhoudt zich slecht tot de mores en de hiërarchie in de kleedkamer. De talentvolle Feyenoorder Robin van Persie werd vorig jaar nog uit de groep gezet vanwege gedrag dat overige, meer ervaren spelers niet accepteerden. Nu speelt hij weer, op het veld nog even dominant, maar in de kleedkamer een ander mens. Een routinier als Kees van Wonderen verklaarde dat de twintigjarige Van Persie «gelukkig zijn plaats weer kent». Guus Hiddink weigerde te «bemiddelen» in het conflict tussen Van Bommel en Davids — «Ik ben geen VN» — dat hij juist een broodnodig akkefietje vond, geheel in lijn met gewenste strubbelingen in een kleedkamer.

Maatschappelijke ontwikkelingen en de algehele verandering in de maatschappelijke waardering van deugden hebben natuurlijk hun weerslag op het voetbal, maar toch voornamelijk op de taal van de verslaggevers — en op een technisch directeur als Leo Beenhakker. Die laatste verklaarde toen hij de inmiddels in de etalage gestalde Mido voor vijf miljoen euro van AA Gent kocht, dat hij op zoek was geweest naar een recalcitrante, eigengereide individualist met het nodige «Ajax-gogme». Het is allemaal schijn, want in werkelijkheid ligt het primaat in de kleedkamer nog altijd bij het collectief. Niet alleen omdat vaste verhoudingen, een heldere taakverdeling en opofferingsgezindheid tot betere resultaten leiden dan een elftal van hyperindividuen, maar ook omdat de Nederlandse sportliefhebber van uitzonderlijke talenten eist zij hun succes opdragen aan het collectief. Romario’s worden niet getolereerd. Als hedendaagse consumenten zeuren over individuele rechten, dan is dat uit den boze. Spelers dienen zich te voegen naar de onverbiddelijke mores van de kleedkamer, die al jaren ongewijzigd zijn — wegens succes geprolongeerd, hoe individualistisch de samenleving ook zal worden.