De morgen speelt het geweten van belgië

Als een Nederlandse krant een schandaal onthult, schetst het hoofdartikel doorgaans de consequenties van dat schandaal. Als een Belgische krant een schandaal openbaar maakt, wordt het hoofdartikel gebruikt om de onthulling te rechtvaardigen. Vaak gaat het om gegevens die op veel redacties al min of meer bekend zijn. Degene die publiceert, stelt een politieke daad en moet de gevolgen ervan overzien.

Serieuze kranten zijn vooral beducht voor het demoraliserende effect van onthullingen; de wankele democratie wordt er nog verder door ondergraven. Omdat de meeste schandalen van Waalse oorsprong zijn, geeft een ongelukkige formulering meteen aanleiding tot communautaire problemen die afleiden van de hoofdzaak.
Verder sorteert een onthulling vaak een averechts effect: een dossier waarop een krant de aandacht vestigt, raakt ‘zoek’ of de publiciteit over een affaire verhindert de rechtsgang. De redacties van het dagblad De Morgen en het tv-blad Télé-Moustique hebben ongetwijfeld met dat laatste dilemma geworsteld. Sinds enige maanden beschikten zij over gegevens uit zogenaamde 'gerechtelijke nevendossiers’ over Marc Dutroux en Michel Nihoul. Daaruit bleek dat het tweetal al sinds 1984 straffeloos verkrachtingen en moorden heeft gepleegd. Nu beide bladen overgaan tot publicatie, is een storm van kritiek losgebroken.
Magistraten roepen dat het onderzoek in gevaar komt. Concurrerende media spreken er schande van. De hoofdredacteur van dagblad De Standaard klaagt dat De Morgen de 'journalistieke regels’ heeft overtreden. Als de verhalen kloppen, is dat afschuwelijk, meent hij, maar 'zo'n gedachtengang volstaat niet om een gekleurde selectie van onzekere details af te drukken’. Maar was het niet De Standaard die eind 1996 het gerucht publiceerde dat minister Di Rupo minderjarige jongens had misbruikt, ook al ging het naar eigen zeggen van de redactie om 'nog niet bewezen informatie’? En was het toen niet De Morgen die na eigen onderzoek terecht vaststelde dat de beschuldiging afkomstig was van een fantast en dat de zaak waarschijnlijk een opzetje was van wilde politiemensen?
De jongste artikelen in De Morgen rechtvaardigen zichzelf. Zij zijn de vrucht van grondig onderzoek, uitgaande van nauwkeurige verklaringen van een anonieme Gentse vrouw, de getuige 'X1’. Haar verklaringen zijn niet boven twijfel verheven, zeker als het gaat om haar verwijzing naar een netwerk van 'hooggeplaatsten’. In een taar schrijft hoofdredacteur Desmet dat hij zelf 'geen flauw idee’ heeft of zulke netwerken bestaan. Maar zelfs daarover legt 'X1’ gedetailleerde verklaringen af, onder meer aangaande seksfeesten van extreem-rechtse politiemensen.
Zij weet zó veel relevante details die zij enkel aan haar geheugen en niet aan haar fantasie kan hebben ontleend dat haar getuigenis niet mag worden genegeerd. Toch is dat gebeurd, en het is niet de enige justitiële dwaling in deze zaak. Het contrast dat De Morgen schetst tussen de particuliere hel die Dutroux en Nihoul erop nahielden en de onverschilligheid van de opsporingsinstanties is enorm. Om aan te geven welke prioriteit de gruwelijke moord op de zestienjarige Christine van Hees in 1984 kreeg, citeert de krant uit een brief aan de ouders waarin werd gemeld dat het onderzoek naar de moord op 'Uw dochter Claudine’ was gestaakt.
De publicaties maken korte metten met de restauratieve tendens van het gelopen half jaar, die erop uit leek te draaien dat Nihoul zou worden vrijgelaten en de zaak tegen Dutroux als een regulier zedenmisdrijf zou worden afgedaan. Als dat eenmaal achter de rug was, hoopten de magistratuur, de politieke partijen en de verzuilde media hun oude leventje weer op te pakken. Die kans is nu verkeken. Welke consequenties dat heeft voor de toekomst van België, de justitiële hervormingen of de nabestaanden kunnen de journalisten niet voorzien. Hun taak is het consciëntieus informeren van de burger en dat was in het onderhavige geval hard nodig.