De mpc-schaal

+4 Ed. van Thijn
Zeer correct over tolerantie en de hieruit voortvloeiende multiculturele samenleving. Ook zeer uitgesproken, maar dat moet ook wel: Van Thijn heeft een jaar lang als bijzonder hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Leiden op het onderwerp kunnen studeren en zat voor zijn Partij van de Arbeid een commissie voor over de multiculturele samenleving. In 1997 hield hij in Leiden zijn oratie. Ons kostelijkste cultuurbezit heette die. ‘Tolerantie’, sprak Van Thijn, is ‘de “way of life” van een pluriforme, multiculturele samenleving, waarin geen enkele groep kan of wil domineren en waarin wederzijds respect heerst en een gemeenschappelijk respect voor de grondregels van onze democratische rechtsstaat.’

Zo, die zit. Multiculti-critici, de politiek minder correcten, huiverden bij Van Thijns pleidooi voor ‘het aanmoedigen van culturele diversiteit als een verrijking van de samenleving’. Tot ongenoegen van mensen als J. Brugman (zie aldaar) heeft Van Thijn een voorkeur voor een 'intercultureel scenario’, waarbij 'het recht van iedere burger voorop staat om op eigen wijze invulling te geven aan de eigen identiteit, al dan niet in groepsverband’. Een samenlevingsmodel waarin 'de pluraliteit voorop (staat), niet als een soort natuurgegeven, maar als een heersende norm die door iedereen als een vanzelfsprekendheid wordt aanvaard’. Mooie woorden, maar het komt erop neer dat Van Thijn de betekenis van multi-cultureel zeer letterlijk neemt: meerdere culturen - wat dat begrip 'cultuur’ dan ook precies moge betekenen - zouden naast elkaar een autonoom bestaan moeten kunnen leiden. Een soepeler illegalenregeling zou een praktische uitwerking van een van Van Thijns vele beschouwingen kunnen zijn. Hoe dan ook: Van Thijn sprong, nog voor zijn hoogleraarschap aanving, zeer politiek correct in de bres voor de Amsterdamse kleermaker Gümüs toen die met familie en al naar Turkije gestuurd dreigde te worden. Van Thijn zou zijn partijlidmaatschap opzeggen als de Tweede Kamer met de uitzetting akkoord zou gaan. Maar de Kamer ging akkoord. En Van Thijn - Van Thijn bleef lid. Toch is ook dat wel weer politiek correct, in de letterlijke zin dan: je verlaat om één (politiek) verschil van mening toch niet meteen de partij waar je reeds veertig jaar lid van bent? +3 Lydia Rood Lydia Rood is geëngageerd schrijfster. December vorig jaar hoorde ze van hongerstakende witte illegalen in de St. Agneskerk in Den Haag. Dat was ook niet lastig: de mediashow van het actiecomité draaide op volle toeren, dagelijks waren de 130 hongerstakers met hun verhalen op radio en televisie. De witte illegalen van de Agneskerk hadden zich lang genoeg voor de Nederlandse poldereconomie in het zweet gewerkt om nu eindelijk eens een verblijfsvergunning te kunnen krijgen, betoogde het comité. Bijna iedereen was het plots met de strijdlustige illegalen eens! Niks geen dissonante tonen van politiek minder correcte zuurpruimen: heel Nederland politiek correct! Voor een politiek correcte diehard als Lydia Rood is er dan geen lol meer aan, natuurlijk. Die moet méér. Uit 'pure sympathie’, zei ze tegen De Groene, wilde ze zich bij de hongerstakers aansluiten. Een 'solidariteitshongertje’ moest het worden, waarvoor ook de steun van andere politiek correcten, Adriaan van Dis bijvoorbeeld, ingeroepen zou worden. Helaas, de Agneskerk stond de sympathieke actie van Lydia Rood niet toe. Een hongerstaking moet een laatste redmiddel zijn, voor de schrijfster gold dat zeker niet: ze liep volstrekt geen gevaar te worden uitgezet. Overmatige politieke correctheid in de kiem gesmoord. +2 David Pinto 'Minderheden in Nederland worden doodgeknuffeld’, verkondigde David Pinto, directeur van het Inter Cultureel Instituut, in 1988 op de opiniepagina van de Volkskrant. Niet zo correct, zeker niet voor een in Marokko geboren jood, vonden de correcten. Tien jaar lang hield Pinto dit verhaal vol. Steeds was het hetzelfde: betuttelende welzijnsinstellingen, vooral het Nederlands Centrum Buitenlanders van toenmalig directeur Mohamed Rabbae, beschouwen vreemdelingen per definitie als 'ziek, zwak en misselijk’. In Nederland wordt het de nieuwkomers gewoon té gemakkelijk gemaakt. Allochtonen zouden zich juist zo snel mogelijk moeten aanpassen aan de Nederlandse samenleving. Verplichte inburgeringscursussen dus. David Pinto bedacht het. Het was Frits Bolkestein (zie aldaar) die wel wat in Pinto’s plannen zag. Hij nodigde hem uit lid van de VVD te worden of op zijn minst de partij te adviseren. Pinto, die eerder via de PvdA en D66 probeerde een politieke functie te pakken te krijgen, hapte meteen toe. Maar hoe enthousiast de liberalen ook over zijn ideeën waren, om de een of andere reden lukte het Pinto, inmiddels met de ronkende bijnaam 'koning van Allochtonië’, niet voor de VVD in de Tweede Kamer te komen. Zelf zei hij dat het kwam omdat Bolkestein c.s. geen allochtoon als woordvoerder allochtonenbeleid wilden. Discriminatie dus. Zeer weinig politiek correct om dat in VVD-kringen te zeggen. Dat hij voor de liberalen niet in de Kamer is gekomen, daar zal hij uiteindelijk wel dankbaar voor zijn. Tien jaar na het 'doodknuffelen’ van allochtonen, vond Pinto het tijd voor een wijziging van het discours. 'Doodgeknuppeld’, dat worden de allochtonen heden ten dage. Henk Kamp, VVD-woordvoerder asielbeleid, was over de schreef gegaan, betoogde Pinto bij Andries Knevel in Het elfde uur. En hij zegde zijn lidmaatschap op. En nu? De wilde haren zijn eraf. Pinto is zelfs een beetje politiek correct geworden. Hij is hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. Bijzonder hoogleraar. Over het minderhedenbeleid laat hij zich nog slechts voorzichtig uit. En de partijpolitiek heeft hij vaarwel gezegd. Pinto: 'Voor GroenLinks ben ik niet links genoeg en voor het CDA te joods.’ +1 Han Entzinger Het minderhedenbeleid was mislukt, want nog steeds zat het grootste deel van de minderheden werkloos thuis en presteerden hun kinderen slecht op school. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) kraakte in 1989 kritische noten over de multiculturele samenleving. Een van de opstellers van dat rapport was Han Entzinger, hoogleraar sociale wetenschappen en al meer dan 25 jaar gespecialiseerd in minderheden. 'Een beetje politiek incorrect’ was dat rapport voor die tijd wel, gaf Entzinger vorig jaar tegenover het Algemeen Dagblad toe. Taboedoorbrekend, dat was het zeker. Maar eigenlijk was Entzinger zijn tijd gewoon ver vooruit. Waar bijvoorbeeld minister Van Boxtel van Grote Stedenbeleid vorig jaar menigeen verraste door Nederland een 'immigratieland’ te noemen, sprak de WRR daar in 1989 al van. (Met instemming van de regering overigens.) Over zijn doelstellingen is Entzinger duidelijk: 'Ik heb het als mijn missie gezien om niet alles wat multicultureel is per definitie mooi te vinden.’ In 1990 bood Entzinger met collega-hoogleraar Arie van der Zwan de minister van Binnenlandse Zaken aan een nieuw rapport te maken, nu over het falende integratiebeleid. Aanbevelingen voor de toekomst: er moest een driejarige verplichte inburgeringscursus voor nieuwkomers komen en verplicht moest worden deelgenomen aan een minimaal betaalde-banenplan. Iets té radicaal, vond het kabinet, maar enkele van de adviezen vormden uiteindelijk wel de basis voor de Wet Inburgering Nieuwkomers. De verplichte inburgeringscursus is overgenomen, zij het teruggebracht tot maximaal één jaar. Wanneer Han Entzinger een voorstel doet, wordt hij door de politiek correcte goegemeente direct voor rotte vis uitgemaakt. Even wennen, want een paar jaar later lopen ze met zijn ideeën weg. 0 Frank Bovenkerk Op de eerste dag van de verhoren van de parlementaire enquêtecommissie Opsporingsmethoden zette de Utrechtse hoogleraar criminologie Frank Bovenkerk de toon voor zijn verdere loopbaan. 'Enkele tientallen procenten’ van de Amsterdamse Turkse mannen zouden op enigerlei wijze betrokken zijn bij de handel in drugs, zei hij tot ontsteltenis van politiek correct Nederland in het verhoor bij Van Traa. Het Nederlands Centrum Buitenlanders (NCB) vond dat wel heel erg kort door de bocht. 'Onderbuikgevoelens’, dát waren het. 'Ik weet wel wat er de volgende dag in de kroeg is gezegd’, zei ook Kamerlid Dijkstal. En de socioloog J.A.A. van Doorn noemde Bovenkerks verhaal in zijn column in HP/ De Tijd zelfs een 'racistisch betoog’. De 'enkele tientallen procenten’ die de professor noemde, verwezen immers niet naar controleerbare feiten en cijfers, maar impliceerden 'een suggestieve gedachtenconstructie die alle leden van minderheden verdacht maakt’, aldus Van Doorn. De Turkenfobie werd door Bovenkerk wetenschappelijk gelegitimeerd. En wie had dat gedacht van de 'anti-discriminatieprofessor’ van de jaren tachtig? Bij een tweede verhoor, op verzoek van het NCB, gaf Bovenkerk toe dat het met bepaalde foutmarges in politiecijfers misschien toch niet al te verstandig was geweest om over procenten te spreken. 'Een aanzienlijke betrokkenheid’ van de Turkse mannen in drugshandel was er volgens hem evenwel nog steeds, dat kon hij moeilijk terugnemen. Samen met collega Yücel Yesilgöz van het Willem Pompe Instituut publiceerde Bovenkerk een jaar geleden het boek De maffia van Turkije. Beter onderbouwd, zij het zonder al te veel cijfermateriaal, werd geschreven over de brave huisvaders in Arnhem en Amsterdam die een centje bijverdienen met de handel in drugs. Menige actualiteitenrubriek had wat tijd ingeruimd voor een item over het boek. Zou Bovenkerk weer politiek incorrect met de scepter zwaaien? Hij deed het niet. Of eigenlijk: de wildwest drugsverhalen over de Turkse gemeenschap waren inmiddels gemeengoed. -1 J. Brugman Multiculturaliteit: het woord is nauwelijks uit te spreken, vindt de Leidse emeritus-hoogleraar J. Brugman. Multicuriteit wordt het al gauw. In zijn essay 'Het raadsel van de multiculturaliteit’ torpedeert hij de multiculturele samenleving van mensen als Ed. van Thijn (zie aldaar). Zij het met enig voorbehoud. Het is immers maar de vraag of Brugman goed begrijpt wat deze mensen precies bedoelen, geeft hij toe. Van Thijn heeft, schrijft Brugman, nooit een duidelijke definitie van het begrip gegeven. Ze spreken over de veranderende samenleving 'of ze het over een natuurverschijnsel hebben: de multiculturele samenleving die Nederland “nu eenmaal” geworden is’, schrijft Brugman. Om daar nog strijdbaar aan toe te voegen: 'Alsof het iets is dat we maar te accepteren hebben.’ Bijna altijd gaat het in de discussie om Marokkanen en Turken, die een andere godsdienst belijden - de islam. En daar zit ’m het probleem. Wanneer Van Thijn in zijn inaugurele rede pleit voor 'het aanmoedigen van culturele diversiteit als een verrijking van de samenleving’, dan weet hij niet waar hij het over heeft, aldus Brugman. Maar ja, Van Thijn leest de Turkse en Marokkaanse talen ook niet. Wie voor een multiculturele samenleving pleit, steunt het idee dat verschillende bevolkingsgroepen hun eigen cultuur zouden moeten kunnen behouden. Toegespitst op Marokkanen en Turken, waarschuwt Brugman, betekent dit ook dat in de Nederlandse samenleving een beroep gedaan zou moeten kunnen worden op het Islamitisch Recht waarin 'systematisch (wordt) gediscrimineerd tegen de vrouw’ en waarin afvalligen, zoals Salman Rushdie, de doodstraf kunnen krijgen. Professor Brugman weet dat: hij heeft de boeken van de profeet gelezen. Ja, Brugman leest de Turkse en Marokkaanse talen wel. Zolang er aan de islamieten in Nederland niet te veel concessies worden gedaan, valt het islamitische gevaar echter wel mee, zei Brugman in 1994 vergoelijkend tegenover De Groene. Om vervolgens de politiek correcte goegemeente op de kast te jagen door zijn irritatie uit te spreken over 'helemaal ingepakte moslimvrouwen’ bij hem in de straat. Brugman: 'Dat hoort hier niet. Het is allemaal niet gevaarlijk, maar onaangenaam vind ik het wel.’ -2 Gerry van der List 'Als brave burgerjongen’ stuitte hem de homoparade tijdens de Gay Games in Amsterdam tegen de borst, zei hij, en dus schreef hij er zijn wekelijkse Volkskrant-column over. Als enige durfde hij 'de goede smaak’ te verdedigen, vond hij zelf. Een beetje columnist is politiek incorrect. Dat moet ook wel, anders zal geen lezer aan zijn stukje beginnen. Een beetje brave burgerjongen is ook politiek incorrect, maar hij zal zijn politiek incorrecte mening niet luid van de daken schreeuwen. Aan de borreltafel, op een verjaardag, na een partijtje voetbal, dáár weet de brave burgerman manhaftig zijn onderbuikgevoelens tot uiting te brengen. Gerry van der List zit dus in een merkwaardige spagaat: de brave burgerman die als columnist tegen de brave-burgermannen-gewoonte in zijn meningen van de daken moet schreeuwen. Een nauwelijks serieus te nemen columnist dus. De burgerman-columnist verdedigt 'ouderwetse deugden als gematigdheid, zelfbeheersing, verantwoordelijkheid, plichtsbesef en trouw’, leert het achterplat van zijn vorige week verschenen bundeling van Volkskrant-columns Opgeruimd staat netjes. En de burgerman-columnist verdedigde Pim Fortuyn (zie aldaar) toen deze zich zorgen maakte over de islamisering van Nederland. 'Intellectuele onverdraagzaamheid’ noemde Van der List vervolgens de Pavlov-reactie van de politiek correcte meerderheid die Fortuyn met Hans Janmaat vergeleek. De multiculturele samenleving is voor Van der List niet meer dan een verrijking van onze keuken. Politieke correctheid verwijst volgens Van der List naar een 'complex van denkbeelden die linkse opinieleiders ons de afgelopen decennia hebben opgedrongen’. Wat onder meer betekent: het 'prefereren van het ongewone boven het bekende, van de allochtoon boven de autochtoon, van de vervreemde kunstenaar boven de nette burger’. En daar heeft de burgerman wat moeite mee. Van der List: 'Het stemt triest te moeten constateren dat dergelijke hetzes tegen “rechtse rakkers”, die durven te wijzen op onaangename feiten, nog steeds niet tot het verleden behoren.’ En zo is dat. -3 Frits Bolkestein Frits Bolkestein 'stopt de gastarbeiders en de vluchtelingen netjes in een zak en slaat hen beiden met een stok in elkaar’, schreef Kader Abdolah, schrijver te Zwolle, in een artikel ter voorbereiding van een avond in de Balie. Tijdens de verkiezingscampagnes van vorig jaar zouden Bolkestein en Abdolah hier eens flink in discussie gaan over de multiculturele samenleving. Moslims in Nederland zijn volgens Abdolah voor Bolkestein onlosmakelijk verbonden met geweld, drugs en intolerantie, vooral jegens homoseksuelen. En dat terwijl het juist democraten in hart en nieren zijn, die vluchtelingen. Ze komen naar Nederland omdat ze de dictaturen in hun vaderland zat zijn. 'Meneer Bolkestein, uw waarheid is leeg’, schreef Abdolah. Niet de meest handige manier om open een discussie in te gaan. De avond in de Balie werd een complete deceptie: politicus en schrijver praatten volkomen langs elkaar heen. Maar Bolkestein wordt al langer politieke incorrectheid verweten. Sinds hij de vreemdelingendiscussie 'op de agenda’ zette, om precies te zijn. De twee aardige en van oprechte belangstelling getuigende boekjes die hij over de islam schreef, ten spijt. Steevast kwam Bolkestein op het verkeerde moment met zijn stokpaardjes op de proppen: in het heetst van de strijd tijdens verkiezingscampagnes, of daags na (racistische) rellen in oude wijken van de grote steden. Maar als een taboe eenmaal doorbroken is… Het vreemdelingenbeleid gebruiken als inzet bij een verkiezingscampagne is geen unicum meer. Ad Melkert, de ooit zeer politiek correcte PPR-politicus die de laatste tijd wegens zijn parlementaire sluiptechnieken al menigmaal tot 'nieuwe Bolkestein’ werd uitgeroepen, heeft in de campagne voor de Provinciale Staten, februari jl., laten zien het kunstje ook te kennen. Toch zal niet Ad Melkert, maar 'meneer Bolkestein’ de geschiedenis ingaan als de politicus die taboedoorbrekend het vreemdelingenvraagstuk bespreekbaar maakte. De redding voor politiek correct 'links’ dat het onderwerp vóór de uitspraken van Bolkestein als 'niet kies’ terzijde schoof. -4 Pim Fortuyn Dr. Wilhelmus S.P. Fortuyn is bang, zegt hij. Het Nederlandse cultuurrelativisme zou in tijden van enorme stromen asielzoekers namelijk nog wel eens heel lastig kunnen uitkomen, schrijft hij. Want het zijn allemaal fanatieke islamieten, die asielzoekers, beweert hij. En fanatieke islamieten komen uit landen met een sterke culturele identiteit, 'nagenoeg onbewust van onze verworvenheden’ en klaar om de Nederlandse samenleving over te nemen. Nederlanders, die weten al helemaal niets van hun eigen 'identiteit’, weet Fortuyn. Grote verworvenheden als de scheiding tussen kerk en staat, schrijft hij, de omgang tussen man en vrouw, de verhouding tussen ouders en kinderen, moeten beschermd worden tegen het islamitische gevaar dat al deze vrijheden niet erkent. Het wordt steeds lastiger de Nederlandse identiteit te beschermen omdat de cultuur door het toenemend aantal nieuwelingen wordt 'ondergesneeuwd door islamitische invloeden’. Er moet een inhoudelijk debat komen over de normen en waarden van de multiculturele samenleving, stelt de Rotterdamse beroepsquerulant. Een 'nuchtere niet-moraliserende analyse’ noemt hij zelf zijn pamflet Tegen de islamisering van onze cultuur (1997), waarin bovenstaande visies te berde worden gebracht. Shockeren, daar heeft de Rotterdamse professor zijn vak van gemaakt. 'Een buitengewoon minderwaardig mens’ is hij daardoor volgens Marcel van Dam geworden. Met zulke politiek correcte reacties heeft de 'nette anmaat’ zijn doel bereikt.