Nieuwe goudkoorts

De munt van de angst

Staten dreigen failliet te gaan, centrale banken laten de geldpersen draaien om erger te voorkomen. Wat te doen? Oog in oog met de financiële zondvloed bouwen steeds meer brave burgers hun ark van Noach - van goud.

HET VIRUS waart wereldwijd rond. In Duitsland bijvoorbeeld, waar zich tijdens de Griekse schuldencrisis eerder dit jaar rijen vormden voor juweliers en goudhandelaren. Of in een uithoek van Zwitserland. Elke dag opnieuw arriveren hier plastic zakken met kettingen, armbanden en gouden tanden, klaar om omgesmolten te worden in goudstaven. Ook de Zuid-Afrikaanse mijnen draaien topproductie. En in Amerika organiseren brave burgers huiskamerbijeenkomsten waar goud verkocht wordt. ‘Tupperware-party’s in tijden van recessie’, noemde een krant het. Zelfs in het nuchtere Nederland signaleren handelaren groeiende belangstelling voor aan- en verkoop van goudproducten.
Aan de gekte rond het edelmetaal zijn deze keer geen tot de verbeelding sprekende namen als Klondike en Sacramento verbonden. Een en ander wordt niet opgevrolijkt door saloons, bordelen of gokhuizen. Maar het gaat wel degelijk om een soortgelijk fenomeen. De goudkoorts is terug van weggeweest.
Het ene na het andere record werd de afgelopen weken doorbroken. De goudprijs vertoont al sinds het uitbreken van de crisis een stijgende lijn. Nu is zij door de grens van 1300 dollar per troy ounce (ongeveer 31 gram) gebroken en nadert de 1400 dollar. Het plafond is nog niet in zicht. En ja, dat is belangrijk, ook voor wie niet aan beleggen doet. Want goud is niet zomaar een handelswaar als alle andere.
Het is goud waar mensen op terugvallen in tijden van angst en onzekerheid. Of de goudprijs nou 1300 of 1500 dollar bedraagt, doet er zo bezien niet toe. Belangrijker is de werkelijkheid die schuil gaat achter dergelijke getallen. Het zegt namelijk iets over de toestand van de economie dat steeds meer mensen hun toevlucht nemen tot goud.
'Goud is de kanarie in de kolenmijn’, zo wordt Alan Greenspan geciteerd door mensen die aanwezig waren bij een recente bijeenkomst met hem. De gestegen goudprijs duidt volgens de voormalige baas van de Amerikaanse Federal Reserve op bezorgdheid over de wereldeconomie. Want hoewel de meeste westerse landen de recessie achter zich hebben gelaten, blijft de toestand weinig rooskleurig. Na Griekenland hebben ook Ierland en in mindere mate Portugal en Spanje moeite hun schulden af te lossen. Ondertussen zien de centrale banken van de Verenigde Staten, Europa en Japan zich nog altijd genoodzaakt op grote schaal goedkoop geld in het systeem te pompen, om de economie draaiende te houden. Dat doet de vrees voor inflatie groeien.
Die angst wordt verder versterkt door de waarschuwing van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) vorige week voor een 'valuta-oorlog’. Ieder land voor zich probeert daarin de koers van de eigen munteenheid zo laag mogelijk te houden, om gunstiger te kunnen exporteren en zo de economie te stimuleren. Dat desondanks niets wijst op een aanstaande geldontwaarding doet er voor steeds meer beleggers niet toe. Zij nemen massaal hun toevlucht tot het inflatiebestendige goud.
Verstandig? Alfred Kleinknecht, hoogleraar economie aan de TU Delft, vindt van niet. Net als veel andere economen kan hij de logica achter de huidige goudkoorts maar moeilijk vatten. 'Goud doet niets’, legt Kleinknecht uit. 'Anders dan aandelen of obligaties levert goud niets op. Geen rente, geen dividend, niks. Je kunt alleen hopen dat de prijs stijgt, zoals nu gebeurt. Maar dat is pure speculatie. Net een piramidespel. Stel dat de economie aantrekt en het met die gevreesde inflatie wel meevalt. Dan kan de goudprijs flink dalen.’ Goud kost zelfs geld, voegt Kleinknecht eraan toe. Opslag plus bewaking zijn immers peperduur.
'Natuurlijk is het volslagen onlogisch om metaal uit de grond te halen, in een kluis te stoppen en te bewaken’, geeft Willem Middelkoop toe. Desondanks is de economisch journalist en belegger een groot pleitbezorger van goud. 'Vraag mensen wat ze vertrouwen: een papiertje of goud. Ze zullen altijd het laatste zeggen. Goud mag een irrationeel anker zijn, het werkt al honderden jaren.’ Dat wordt onderstreept door het feit dat ook centrale banken weer goud aankopen, na jarenlang hun voorraden te hebben ingekrompen. China heeft zijn reserves in zes jaar tijd verdubbeld, vorige maand deed Saoedi-Arabië hetzelfde. Ook India nam vorig jaar 220 ton goud over van het IMF.
Zelf belegt Middelkoop sinds 2002 in goud. Inmiddels handelt hij er ook actief in, via twee door hem opgezette bedrijven. Het ene verkoopt fysiek goud. Het andere is een beleggingsfonds, dat zich vooral concentreert op nieuwe ontdekkingen van goudvoorraden. Beide mogen zich volgens Middelkoop de laatste tijd verheugen in een steeds grotere belangstelling.
Dat hij hiermee ook een commercieel belang heeft gekregen bij de populariteit van goud doet niets af aan zijn pleidooi, vindt Middelkoop. Hij was en is ervan overtuigd dat onze bankbiljetten zonder achterliggende dekking in de vorm van goud hun langste tijd hebben gehad: 'Ongedekt geld kan onbeperkt worden bijgedrukt. De geschiedenis laat zien dat al die ongedekte geldsystemen vroeg of laat ontsporen.’ Hij haalt de Franse Revolutie erbij, toen de geldpersen van het ancièn regime in de fik werden gezet. Vervolgens voerde Napoleon de gouden standaard in, om een herhaling van het geflopte ongedekte stelsel te voorkomen.
Ook ons huidige geldsysteem staat volgens Middelkoop aan het begin van zijn einde. Hij wijst op de enorme schuldenbergen waar staten wereldwijd mee kampen. 'Die kun je uiteindelijk maar op twee manieren wegwerken. Of je laat de inflatie oplopen, waardoor de reële omvang van de schulden vanzelf slinkt. Of je stopt met afbetalen en saneert de schuld. In beide gevallen is de spaarder de dupe.’

GOUD IS EMOTIE. Als zodanig is het altijd meer geweest dan gewoon een metaal. Voor het actiefilmgenre was het een even vitaal ingrediënt als Arabische terroristen en Russische geheim agentes. Zonder goud zou alleen al in de titels van de James Bond-films een leemte vallen: geen Goldfinger, GoldenEye of The Man with the Golden Gun. Ook schrijvers als Mark Twain, Brecht met zijn opera Mahagonny en niet te vergeten de makers van de Donald Duck hebben inspiratie ontleend aan de goudkoorts. Maar waar het in het verleden vooral draaide om de belofte van snelle rijkdom is goud tegenwoordig bovenal de metaal geworden argwaan.
Wie wil weten hoe diep die argwaan zit, kan zijn licht opsteken aan de andere kant van de oceaan. Een van de prominentste Amerikaanse liefhebbers van goud is de oerconservatieve Fox-commentator Glenn Beck. In zijn pessimisme over de toekomst van het kapitalisme doet hij niet onder voor een marxistisch geïnspireerde revolutionair in het interbellum. Onder iedere stoeptegel ziet hij de grote kladderadatsj. Of zoals hij zelf zijn wanhoop eens uitdrukte: 'We voelen ons als een Duitse jood in 1934 of 1931 en vragen ons af: wat moeten we doen?’
Schuilend in een gouden deuropening waarschuwde Beck vorige maand voor de 'economische aardbeving’ die komen gaat. Eerder schetste hij in zijn show drie scenario’s voor de economie, inclusief tips voor zijn kijkers hoe te reageren. In het beste geval komt er opnieuw een recessie ('raak uit de schulden en spaar’), maar het kan ook een depressie worden ('sla voedsel in!’). In het ergste geval stort het systeem in. Het boodschappenlijstje van Glenn Beck voor die situatie: 'Gold, God and Guns.’
Zijn show wordt niet geheel toevallig gesponsord door goudhandelaar Goldline. Becks vele medestanders, vaak actief binnen de snel groeiende Tea Party-beweging, malen daar niet om. Goud blijkt een populair antwoord op de economische misère. Ook de voormalige Republikeinse presidentskandidaat Mike Huckabee is gevallen voor de gouden verleiding, evenals een legertje andere rechtse prominenten.
Onder hun invloed is het edelmetaal opnieuw inzet geworden van politiek debat. Zo baarde de binnen de rangen van de Tea Party gerespecteerde anarchokapitalistische afgevaardigde van Texas, Ron Paul, opzien met zijn voorstel de Amerikaanse goudreserves te laten controleren. Paul wil niet uitsluiten dat er stiekem helemaal geen goud ligt in de kluizen van Fort Knox. Het liefst zou hij direct de Fed afschaffen en de gouden standaard herinvoeren. Die werd in 1971 tijdens de Vietnamoorlog door de Verenigde Staten losgelaten. Een goede eerste stap zou volgens Paul de invoering zijn van een parallel monetair stelsel, naast de dollar. Daarin kunnen Amerikanen direct met goud en zilver betalen.
Met zulke pleidooien staat hij allerminst alleen. Er zijn zelfs stemmen die beweren dat de huidige, ongedekte dollar in strijd is met de Amerikaanse grondwet. En ook serieuzere rechtse economen, behorend tot de 'Oostenrijkse school’, zijn voorstander van een nieuwe gouden standaard. Zij betogen dat als deze niet was afgeschaft, de kredietcrisis nooit had kunnen plaatsvinden (zie kader).
Dat is nogal wat. Niet op winst beluste banken, graaiende managers of het vrije-marktmechanisme zijn volgens die lezing schuldig aan de crisis. De echte boosdoeners zouden toch weer de overheden zijn die de gouden standaard en daarmee de monetaire discipline hebben losgelaten. Hoogleraar Kleinknecht spreekt dan ook van 'een soort sekte’. 'We moeten ontzettend blij zijn dat we de gouden standaard niet meer hebben. Dat heeft de depressie in de jaren dertig alleen maar verergerd. De rente was toen zeer hoog, zeker opgeteld bij de deflatie, waardoor de economie stagneerde. Overheden konden daar vrijwel niets aan veranderen, want door de gouden standaard lag de geldhoeveelheid vast.’
Met de gouden standaard was de huidige welvaart er bovendien niet geweest. Zo'n rem op goedkoop geld had het met schulden gefinancierde groeimodel van de afgelopen decennia immers onmogelijk gemaakt. Toegegeven, er zou ook minder gevaarlijke bubbelvorming geweest zijn. Maar uitgerekend de neoliberale economen hebben geen alternatief weten te presenteren voor economische groei op de pof. Nobelprijswinnaar Paul Krugman noemt de gouden standaard dan ook een 'barbaars relikwie’. In zijn column wees hij net als Kleinknecht op de depressie van de jaren dertig. De volgorde waarin landen zich daaraan wisten te ontwortelen, is vrijwel gelijk aan de volgorde waarin zij de gouden standaard loslieten: 'Het is alles wat uit het goud stapte dat blinkt.’

'WAS U zaterdag bij Geert Wilders?’ Het duurde even, maar zodra de goudhandelaar doorheeft dat de journalist afkomstig is uit Nederland is zijn interesse gewekt. 'Ik had zelf ook graag naar die toespraak hier in Berlijn willen gaan, maar voelde me niet zo lekker. Ik heb de bijeenkomst uiteindelijk via internet gevolgd.’
De winkel ligt in de hal van het Europa Center, op een steenworp afstand van de Berlijnse Gedächtniskirche. In de etalage staan munten en een enkel sieraad. Van onder de provisorische toonbank klinkt gesnurk. 'Schijnt een Frans buldogje te zijn, is van een collega.’ En nee, hij slaapt niet. Zo doet het beestje altijd.
De verkoper heeft zojuist verteld over zijn klanten. Heel gewone mensen, die met het oog op de hoge goudprijs hun gouden sieraden of de muntenverzameling van een overleden echtgenoot komen verkopen. Of die juist goud willen inslaan. 'Duitsers zijn extreem op zekerheid gericht. Dat is ook niet vreemd. Hebben jullie in Nederland wel eens een munthervorming gehad? Dat je geld van de ene op de andere dag niets meer waard is?’
Het trauma van de hyperinflatie tussen de twee wereldoorlogen zit diep. 'Goud! Of gelooft u in de euro?’, kopte het Duitse Focus Money eerder dit jaar. Een belangrijke site voor beleggers sprak zelfs over 'de enige veilige haven’. Dat de huidige generatie lang na Weimar geboren is, lijkt er niet toe te doen. Dat goud geen garanties biedt tegen kapitalistische wetmatigheden evenmin. Want het zou niet voor het eerst zijn dat de goudprijs keldert. Zo viel deze al eens van achthonderd dollar op het vorige hoogtepunt in 1980 naar amper 250 dollar in 1999.
Superbelegger George Soros, die zelf forse goudposities heeft ingenomen, noemde het edelmetaal dan ook 'de ultieme zeepbel’. Die knapt als laatste, nadat alle andere bubbels gesprongen zijn, maar toch. Uiteindelijk kan het ook bij de goudprijs tot een knal van jewelste komen. Het geeft de huidige goudkoorts iets ironisch. Uit angst voor zeepbellen bouwen beleggers mogelijk zelf een nieuwe zeepbel. Eentje van goud.
De echte goudhaantjes willen van zulke bezwaren niets weten. Voor hen is goud niet zomaar een belegging. Goud is een motie van wantrouwen tegen het systeem. 'De kapitalismekritiek van een zwijgende minderheid’, zoals het weekblad Die Zeit het noemde.
Kritiek niet van linkse activisten, maar van de beleggende Henk en Ingrid. 'Mensen verlangen terug naar de D-mark’, verklaart de zich ineens als politiek analist ontpoppende Berlijnse goudverkoper. 'Ze maken zich zorgen om hun toekomst. Dan kunnen we niet ook nog eens betalen voor veertig procent werkloze Turken. Geloof me, de mensen die hier hun geld omwisselen in goud omdat ze geloven dat de euro zal instorten, zijn dezelfden die het met Thilo Sarrazin en Wilders eens zijn. Het is allemaal onderdeel van één grote vertrouwenscrisis.’


Neoliberalisme wordt ultraliberalisme
Wie denkt dat de economische crisis definitief een einde heeft gemaakt aan alle illusies over deregulering, privatisering en de superioriteit van de markt vergist zich. Het neoliberale geluid is niet verdwenen. Het is geradicaliseerd. Een steeds luidruchtiger minderheid houdt vol dat juist overheden de crisis veroorzaakt hebben. Goud speelt een centrale rol in dat betoog.
Met name de aanhangers van de ‘Oostenrijkse school’, in Amerika vaak kortweg Austrians genoemd, roeren zich in dit debat. Prominente voordenkers van deze stroming zijn de economen Ludwig von Mises (1881-1973) en Friedrich Hayek (1899-1992). Diens Road to Serfdom (1941) is terug van weggeweest in de Amerikaanse bestsellerlijsten. In de door de ene na de andere Republikeinse politicus aanbevolen klassieker heeft Hayek betoogd dat uiteindelijk elke vorm van overheidsingrijpen leidt tot grootschalige bemoeienis en socialisme, oftewel dictatuur.
In leesgroepjes buigen Tea Party-aanhangers zich hoofdstuk voor hoofdstuk over deze en andere uiterst rechtse werken. ‘Je leest het niet. Je bestudeert het’, citeerde The New York Times een postbode en Tea Party-activist. Ook voor de libertaristische romans van Ayn Rand (The Fountainhead, Atlas Shrugged) is hernieuwde belangstelling.
De ultraliberalen ontkennen onder meer dat de huizenzeepbel, die de kredietcrisis inluidde, is veroorzaakt door op winst beluste banken. Het was overheidsingrijpen dat financiële instellingen dwong hypotheken te verstrekken aan armlastige huishoudens. En had vadertje staat de geliefde gouden standaard niet losgelaten begin jaren zeventig, dan waren er sowieso nooit financiële zeepbellen geweest.
Het is hetzelfde soort koppigheid dat kritischere conservatieven eerder deed spreken van een ‘epistemic closure’ op de rechterflank. Net zoals steeds meer Amerikanen er ondanks alles van overtuigd zijn dat president Obama een moslim is, dragen ze economische oogkleppen en zijn ze blind voor ieder signaal dat niet in hun straatje past.