Interview Daniël Samkalden

‘De musical is er nooit gekomen’

Orde scheppen, dingen een plek geven: dat zijn de redenen voor Daniël Samkalden (27) om zijn liedjes te schrijven. ‘Ik word er rustig van. Het is als je eigen huis opruimen, in plaats van te vluchten en bij een ander gaan logeren.’

Deze zomer studeerde Daniël Samkalden (27) af aan de Amsterdamse Toneelschool en Kleinkunstacademie. Chaos lijkt als een veelkoppig monster aan hem te kleven. De fiets waar de ketting vanaf ligt, de scheur in zijn broek. De tafel die thuis wordt bezorgd, terwijl hij op dat moment ook een afspraak in de stad heeft. Toen hij terugkwam van vakantie, dacht hij: híer kan ik niet werken.
Daniël Samkalden: ‘Ik leef nogal in een eigen wereld. Ik laat dingen langs me heen glijden. Dat werkt chaos in de hand.’

Dus is hij zijn etage aan de kade in Amsterdam-West aan het herinrichten. De vloer is net geschuurd. In de hoek van de kamer staat een oude piano met gekrulde poten – een Jugendstil-exemplaar. Zijn kleding ligt in een open rek in de woonkamer. Alle meubels en troep staan geparkeerd in de douche. De nieuwe tafel wordt in elkaar gezet – het moet dé plek worden waar hij zich kan concentreren.

De helderblauwe ogen staan dicht bij elkaar in het smalle gezicht – het donkere haar er slordig omheen gekruld. Samkalden noemt zich singer-songwriter, maar hij schrijft ook toneelstukken. ‘Ik ben vooralsnog in de gelukkige omstandigheid dat ik alles kan uitproberen wat ik wil. Daar ben ik dolgelukkig mee. Ik heb nu een aantal schrijfopdrachten liggen voor toneelstukken en een muziektheaterproductie; het moet wel allemaal om mijn eigen soloprogramma heen. Daarin groeien: dat heeft voor mij de absolute prioriteit. In mijn liedjes kan ik dingen kaderen en benoemen. Daar word ik rustig van. Hoe dieper ik iets oprakel, hoe rustiger ik me voel. Het helpt me dingen een plek te geven. Het is als het opruimen van je huis, in plaats van bij een ander te gaan logeren.’

Hij huivert even: ‘Ik voel me snel onrustig als ik mijn eigen setting niet heb. Ja, bij mijn vriendin, dáár kan ik wel slapen. Maar eigenlijk heb ik haar ook het liefst hier. Als alles eenmaal zijn plek heeft, dan wil ik dat het liefst zo houden. Dat is denk ik ook de onrust die me drijft: je doet je best om alles onder controle te houden, maar je weet ook dat er maar íets hoeft te gebeuren en het hele bouwwerk sodemietert in elkaar. Ja, ik ben nogal een control freak. Behalve dat het heel vermoeiend is om zo naar mezelf te kijken, vind ik het ook interessant. En ik gebruik het natuurlijk voor mijn eigen werk. Ik exploiteer mezelf.’ Met een lachje: ‘Zo handig ben ik dan ook wel weer.’

Hij schreef al liedjes toen hij een kleuter was. Toch dacht hij nooit na over het podium: ‘Dat leek me doodeng. Het podium kwam pas in beeld toen ik ging auditeren voor de Kleinkunstacademie. Daarvoor studeerde ik drie jaar psychologie. Mijn propedeuse heb ik nooit gehaald; ik was te lui. Ik ben aartslui. Maar toen ik aan de Kleinkunstacademie begon, merkte ik dat ik mezelf daar enorm kon vernieuwen. Dat ik richting kon geven aan de gedrevenheid die ik ook in me heb. Daar heb ik veel werklust vandaan getoverd. Dat was prettig om te merken. Ook een geruststelling.

Mijn werk is één groot zelfonderzoek. Mijn hele leven én mijn werk zijn gestoeld op angst. Ik ben voortdurend bang om dingen niet te kunnen hanteren, dat de dingen onoverzichtelijk worden. Het zijn eigenlijk de grote existentiële angsten waar ik mee kamp: angst voor de dood, angst voor het leven. De angst om iets niet goed te kunnen. Ik zoek naar een bewijs van geldigheid van mijn leven. Die zoektocht begon al toen ik twaalf was, en die geeft nu kleur aan mijn werk.

Vorm is belangrijk voor me. Ik raak eigenlijk nooit geïnspireerd door een inhoudelijk thema. Nee, eerst is er een vaag vormidee – dat moet worden ingevuld. Dan heb ik een stok achter de deur, net als bij een deadline. Daarna haal ik het gevoel omhoog. Dan dienen de angsten, verlangens en frustraties zich aan. Daar zoom ik dan op in, dan kom ik in een verhoogde staat van concentratie terecht. De inhoud kan ik er dan uitzuigen. Hoe helderder en dwingender de vorm, hoe beter die de inhoud geleidt. Een rijmschema dwingt me tot zorgvuldigheid. Hoe ingewikkelder het rijmschema, hoe meer ik mijzelf beperk en hoe meer ik gedwongen word om na te denken. Aanvankelijk had ik in mijn programma ook een monoloog die ik uitsprak, maar die heb ik eruit gehaald. Die had gewoon niet de energie en de intensiteit, de inwendige controle, die een lied heeft.’

Tijdens de Uitmarkt zou Samkalden optreden bij de opening op de Dam. Maar dat zegde hij uiteindelijk af. Hij verschilde van mening met de organisatie over de liedkeuze. Hijzelf wilde Het dorp doen, een lied van Wim Sonneveld waar hij zijn eigen weemoedige tekst op maakte. De organisatie voelde echter meer voor een luchtig, ironisch liedje, zoiets als het nummer Hennie Huisman.

Daniël Samkalden: ‘Maar dat is niet een liedje dat nou zo representatief is voor mijn programma. En het zou mijn eerste optreden zijn voor zo’n groot publiek. Er kijken achthonderdduizend mensen naar die uitzending. Ik wil niet per definitie léuk zijn. Ik moet het van iets anders hebben. Dus ik dacht: laat ik het risico maar niet nemen, dan kan ik het beter niet doen. Toen ik vorig jaar in de kleine zalen optrad, dacht ik dat ik ook moest kunnen pleasen, aardig moest zijn en een verhaaltje moest kunnen houden op het podium. Ik ben begonnen met alle liedjes die ik had achter elkaar te plakken en te spelen in een concertachtige vorm. Dat had meteen een heel goeie sfeer, het werd enthousiast ontvangen. Maar uiteindelijk werd dat een loodzware avond. Mijn regisseur Ruut Weissmann schakelde alle zware nummers aan elkaar en gooide de lichte liedjes eruit. Ik dacht: dat kan niet, dan is er geen ademhalen meer mogelijk. Maar het programma werd er heel intens van: een geconcentreerde balling van energie. Alsof je leven ervan afhangt.’

‘Ik ben bezeten van sporten. Vooral van duursporten als wielrennen en schaatsen. De Tour de France bijvoorbeeld: daar kan ik echt een bepaalde volledigheidservaring bij hebben. Ik kan opgaan in de samenhang, de klassementen, de ontmaskering in de bergen, de heroïek en de historie. Ik ben sowieso gevoelig voor historie. Oude verhalen. De Grieken, Romeinen, Etrusken… Mijn teksten komen altijd voort uit zo’n persoonlijke fascinatie. Ik heb toevallig laatst op oude videobanden de rellen van de Maagdenhuisbezetting gezien, mijn opa was toen burgemeester van Amsterdam. Ik merkte dat die beelden me weemoedig stemden. Ik vind het geen rellen, ik vind het gezellig. Dingen lijken nog in verhouding te zijn. In je eigen leven zoek je natuurlijk ook naar samenhang en opgaan in een verband. Maar ja: misschien voelden mensen in de jaren zestig zich net zo leeg en ontgoocheld als wij ons nu kunnen voelen.’

‘Zolang naar Idols wordt gekeken/ worden mensen goed betaald/ om meer concepten te bedenken/ tot op het bot verschraald.’ Het is één van de teksten uit zijn theaterprogramma.

Daniël Samkalden: ‘Ik kan me mateloos opwinden over de consumptiemaatschappij. En de rol van televisie daarin. Een prostitutiemaatschappij waar enkel vraag en aanbod telt. En waar geen norm meer wordt gesteld. Ik word kriegelig van dat lege, van dat niksige – en ik bedoel dat niet vanuit een moraliserend standpunt. Met rommel op tv is het net als met koolhydraten: het werkt een soort Amerikaanse, lege verslaving in de hand, een chemische lucht waar je alleen maar meer van wilt. Ik word daar heel ongemakkelijk van. Als ik merk dat ik zelf onderdeel uitmaak van zo’n cultuur vind ik dat kritiek. Het kapitalistische denken, dat leidt tot ontwrichtingen, maar eigenlijk valt daar geen intelligente discussie meer over te voeren.

Ik ben van het soort dat vindt dat mensen onderwezen moeten worden. Dat er goeie politici moeten zijn en dat onze verworvenheden moeten worden overgedragen. Mensen zijn van nature lui en kiezen toch de weg die de minste energie kost. Dat zeg ik uit eigen ervaring: ik ben zelf nogal opportunistisch.

Ik wou een afstudeervoorstelling voor school schrijven. Een musical. Met een zwaar en onontkoombaar thema. Ik dacht: ik neem het mediabeleid. Dat leek me wel humoristisch. Ik heb twee weken genomen om me te gaan inlezen. Een grote stapel ordners voor me. De eerste dag wist ik precies hoe het moest. De tweede dag dacht ik: de nps moet blijven. De derde dag: hij moet verdwijnen, de vierde dag dacht ik weer iets anders en na twee weken wist ik helemaal niets meer. Het werd drijfzand en de musical is er nooit gekomen.’

Daniël Samkalden, tournee tot 19 december. www.impresariaatwallis.nl