De Muur ging omlaag

ALWEER EEN HELE GENERATIE Berlijners is opgegroeid zonder de 45,3 kilometer lange antifaschistischer Schutzwall, die tussen 1961 en 1989 Oost- en West-Berlijn van elkaar scheidde. Zij kennen de Muur slechts uit verhalen van hun ouders en grootouders, uit boeken en films, zoals Das Leben der Anderen en Goodbye Lenin.

Dagelijks zien zij toeristen trekken langs de als monument gepresenteerde resten aan de Bernauer Strasse of kleine blokjes beton met graffiti kopen als souvenirs. Om de verbeelding een handje te helpen is de oude grens door het centrum gemarkeerd met stenen kinderkopjes. Het loopt als een litteken door de hoofdstad van het herenigde Duitsland. Maar de Berlijnse jeugd kan nooit echt begrijpen hoe hun stad 28 jaar lang het decor was van groot menselijk leed.
De realiteit van de Muur blijft even onvoorstelbaar als het magische moment van de omverwerping ervan twintig jaar geleden. Geen Kremlin-watcher of verstokte communist zag aankomen dat opeens, zo weerstandloos en onvermijdelijk, hier in het najaar de dominostenen begonnen te vallen in het gehele Oostblok. De spontane volksopstand voltrok zich onder het oog van de televisie kijkende wereld. Verbijstering en angst maakten plaats voor hoop en euforie. De ideologische machtsstrijd met de permanente dreiging van een nucleaire oorlog liep ten einde.
Achteraf zie je het natuurlijk wél, al die verborgen scheuren die tezamen al langer een eroderend patroon aftekenen. Dat kwam ómdat er cruciale beslissingen werden genomen. Door mensen. In 1985 kwam Michail Gorbatsjov aan de macht, die met zijn perestroika en glasnost onbedoeld de bijl zette in het systeem. Op 2 MEI 1989 knipten Hongaarse grenswachters een gat in de grens met Oostenrijk om een onschuldige regionale uitwisseling tussen burgers te vergemakkelijken. Tot ieders verbazing trokken door deze opening opeens vanuit de DDR duizenden ‘permanente vakantiegangers’ de grens over. De Trabanten lieten ze achter in het veld, zoals ze ook halsoverkop hun huis en spullen hadden achtergelaten om deze unieke kans te grijpen. Er werd niet geschoten, en er ontstonden meer ‘gaten’ in het IJzeren Gordijn. Mensen klommen in die warme zomer massaal over de hekken van ambassades in Praag en Warschau. Begin oktober riepen de bewoners van Leipzig tijdens maandagdemonstraties om meer vrijheid. Wir sind das Volk! klonk het door de straten van Dresden, Magdenburg, Scherwin, Zwickau, Halle. En van Berlijn.
Daags na de vervreemdende viering van veertig jaar socialistische heilstaat werd op 17 oktober Erich Honecker vervangen door Egon Krenz. Een klassiek opgeleide communist weliswaar, maar wel de opmaat tot een overgangsregering. In de weken daarna vond achter de schermen een adembenemende politieke strijd plaats, terwijl op Alexanderplatz de demonstraten bleven samendrommen. De spanning steeg en de vraag was of tanks, zoals in 1956 in Boedapest en in 1968 in Praag, het verzet zouden breken.
Hét historische keerpunt kwam bijna en passant. Günter Schabowski, een van de hoogste partijleiders in de DDR maar geen bekend gezicht, hield aan het begin van de avond van 9 november een haastig ingelaste persconferentie voor de buitenlandse pers. Een Italiaanse journalist vroeg hem naar de nieuwe reisregeling voor DDR-burgers, waar veel kritiek op was gekomen. Schabowski gaf eerst een technocratisch antwoord waarin hij het beleid van de partij verdedigde, maar zei toen: ‘Eh, vandaag hebben we, voorzover ik weet, besloten dat iedere DDR-burger de grens over mag.’ En wanneer treedt deze regel in werking? Hij bladerde in zijn papieren, daar stond niks, en mompelde: ‘Dat geldt, voorzover ik weet, vanaf nu.’ Het was 18:57 uur. En daar ging enkele uren later das Volk de Muur op en over. De Wende was een feit. Spoedig scandeerden de Duitsers: ‘Wir sind ein Volk!’ Op 3 oktober 1990 hield de DDR op te bestaan. Het was slechts een kwestie van tijd tot het Rijk van het Kwaad, zoals Ronald Reagan de Sovjet-Unie in 1983 onomwonden noemde, ook zijn legitimiteit verloor. In 1991 viel het rode doek in het Kremlin. Het zegevierende kapitalisme had de arbeidersutopie, waarin ooit generaties met blinde passie hadden geloofd, definitief op de schroothoop gegooid.
In dit speciale nummer reflecteert De Groene Amsterdammer op deze geslaagde fluwelen revolutie en de impact ervan op de afgelopen twee decennia. Deze breuk in de geschiedenis bracht, eenmaal de euforie voorbij, een nieuwe wereldorde vol nieuwe strijdtonelen en ideologische verwarring. Want wat kwam ervoor in de plaats?
De tragiek is dat ook het Westen met zijn neoliberale markteconomie niet de beloften van vrijheid, vrede, mensenrechten en welvaart voor allen heeft kunnen waarmaken. Bovendien werd duidelijk dat het Westen sinds de Tweede Wereldoorlog zijn identiteit deels had ontleend aan het bestaan van het Oostblok-socialisme; als tegenwicht deed het kapitalisme zijn best een voorbeeldige democratische, menselijke, vrije samenleving te zijn. Naast Ostalgie, de gevoelens van Ossi’s naar de tijd dat alles overzichtelijk en geborgen was, is inmiddels ook Westalgie ontstaan: nostalgie naar het Westen ‘met een menselijk gezicht’ van vóór de val van de Muur. De resterende brokken van het symbool van de Koude Oorlog zijn een monument van veroverde én doorgeschoten vrijheid geworden.

Medium groeneavond flyer2