De muze zingt: wat de Odyssee ons leert over nostalgie

Nostalgie kent vele gedaanten: de ene keer is ze een glooiend landschap en de andere keer is ze de zoete geur van een koekje. Odysseus, man van velerlei wegen, vertegenwoordigt dit verlangen naar thuis. Met dit essay over nostalgie en de Odyssee won Clara Bolle een eervolle vermelding bij de essaywedstrijd ‘Geschiedenislessen’ van Nexus Connect, het jongerenonderdeel van het Nexus Instituut.

Medium 740px  hermes ordering calypso to release odysseus  by gerard de lairesse 2c c. 1670

‘Herinneringen nemen en geven: dat doet de zee.
En ook de liefde licht vlijtig haar ogen, maar wat beklijft,
daar zorgen de dichters voor.’
(F. Hölderlin, ‘Herinnering’)

‘Muze, verhaal van de man van velerlei wegen, die heel lang rondzwierf (…)’. Deze man van velerlei wegen is natuurlijk Odysseus, de man die in één leven duizend levens heeft geleid. Een man van de list, een man van strijd, een man van vele vrouwen, maar vooral de man die vaker op zee verbleef dan op het vaste land. Misschien lijken wij allen wel een beetje op de held Odysseus. Zijn wij niet allemaal onderweg? Zijn wij niet allemaal op zoek naar de ware bestemming van de mens, op zoek naar thuis, op zoek naar de oorsprong? De vraag wie we zijn, waar we vandaan komen en waar we heen gaan zijn vragen die de mens zich van oudsher stelt. De mens zwerft rond in zijn eigen bestaan. Dit nomadenbestaan beperkt zich niet tot fysieke plaatsen of tot tijd. Door middel van dromen, wensen, verlangens, zintuiglijke waarnemingen, herinneringen en emoties reist de mens door de tijd. De lineaire opvatting van tijd, met een afgebakend verleden, heden en toekomst, wordt doorkruist door deze emoties en herinneringen.

Toch lijkt het alsof de emoties en herinneringen van alle tijdsgewrichten zich het vaakst ophouden in het verleden. Daarbij moet men denken aan mooie jeugdherinneringen. Iedereen heeft wel warme herinneringen aan zijn jeugd, omdat je toen jong was en alles nog mogelijk leek. Een hang naar het verleden is kenmerkend voor deze tijd. Op televisie is zelfs een zender volledig gewijd aan nostalgie (NostalgieNet) en ook Omroep max besteedt regelmatig aandacht aan ‘die goede oude tijd’. Ook jongeren verlangen diep naar het verleden, zoals blijkt uit de rehabilitatie van ambachten in de kunst, feesten met de jaren negentig als thema, en de populariteit van het jaren-dertig-huis met alle authentieke elementen van toen. Zowel jong als oud verlangt naar het verleden omdat we in het verleden een thuis denken te vinden – niet een thuis in de zin van een fysiek huis, maar het gevoel van veiligheid en zekerheid dat bij een thuis hoort. Wanneer we ontevreden zijn met het heden en een onzekere toekomst op ons wacht, dan biedt alleen het verleden nog zekerheid.

Odysseus representeert het verlangen naar nostos, naar thuis, dat wij allemaal zo goed kennen. Nostalgie betekent letterlijk een verlangen (algia) naar thuis (nostos). Anders dan je zou verwachten, heeft het begrip nostalgie niet haar wortels in de Griekse oudheid, maar in het Zwitserland van de 17e eeuw. De Zwitserse arts Johannes Hofer gebruikte het begrip nostalgie om een vreemde ziekte bij Zwitserse soldaten vast te stellen. Door de sterke heimwee, een sterk verlangen naar huis, bij Zwitserse militairen raakte het Zwitserse leger verlamd. Nostalgie werd gezien als een pathologie die een invaliderende uitwerking had op de slachtoffers die het maakte. Tegenwoordig is nostalgie geen pathologie, maar een effectieve ‘marketing tool’ om allerlei spullen mee aan de man te brengen. Niets smaakt zo zoet als een jeugdherinnering. Maar nostalgie is meer dan een marketingstrategie of een pathologie.

De Odyssee leert ons een aantal lessen over nostalgie en laat zien dat nostalgie een ‘condition humaine’ is. Uit een aantal fragmenten kunnen we specifieke lessen leren. Neem de nimf Kalypso, een verleidelijk en gevaarlijk vrouwwezen. Kalypso wil graag Odysseus bij zich houden, maar Odysseus verlangt zo naar zijn vrouw Penelope dat hij tegen de mooie godin Kalypso zegt: ‘(…) Al te goed weet ik hoe Penelope, schrandere vrouw, bij u in het niet zinkt, als men naar uiterlijk schoon of lichaamslengte zou kijken. Zij is een sterfelijke vrouw, u onsterfelijk en jong voor het leven. Toch is mijn vurige wens en smacht ik er elke dag weer naar huiswaarts te gaan en de dag te beleven waarop ik terugkeer’.

De sluwe Odysseus zegt hier uitdrukkelijk dat hij naar huis wil keren, zonder de gevaarlijke godin te kwetsen. Hoewel Kalypso mooi en onsterfelijk is, kiest Odysseus voor zijn sterfelijke en afwezige vrouw. De mooiste vrouw op aarde en hemel is voor Odysseus geen alternatief voor het thuis dat zijn vrouw Penelope representeert. De (fysieke) onbereikbaarheid van Penelope maakt het verlangen van Odysseus vuriger, zo vurig dat hij zelfs een godin durft af te wijzen. Het verlangen naar thuis, het verlangen naar zijn vrouw, werkt als een kaleidoscoop: het object van verlangen vermenigvuldigt zich en wint zo aan schoonheid.

In tegenstelling tot geschiedenis, is nostalgie geen chronologische volgorde van ware gebeurtenissen

Deze vermenigvuldiging geeft het object van verlangen, in dit geval Penelope, een schittering waardoor het verlangen nog intenser wordt. Volgens Alkibiades, de oude geliefde van Socrates in Plato’s Symposion, werkt verlangen als een silenen beeldje. Zo’n beeldje is gemaakt van steen. Wanneer je het beeldje openmaakt, vindt je weer andere kostbare gouden beeldjes, zogenaamde agalmata. Zo is het ook met verlangen; je verlangt naar je thuis of naar je vrouw, en met de herinnering, het openmaken van het beeldje, wordt het verlangen heviger en stralender. Verlangen kent geen begin en geen einde.

Hoewel Penelope voor Odysseus voorlopig buiten zijn bereik is, is Odysseus ervan overtuigd dat zij in dit leven elkaar in de armen zullen sluiten. Maar wat gebeurt er als we verlangen naar iets dat onherroepelijk in het verleden ligt, bijvoorbeeld een dierbare overledene?

In Homerus’ Odyssee bezoekt Odysseus zijn overleden moeder wanneer hij afdaalt naar het dodenrijk om advies in te winnen om zo veilig verder te reizen. Wanneer Odysseus zijn moeder wil omhelzen, glipt ze tussen zijn handen door. ‘(…) Onze spieren houden geen vlees meer vast en geen botten, maar de geweldige kracht van de brandende vuurgloed vernietigt alles, als ’t leven het witte beendergestel heeft verlaten en als, een droombeeld gelijk, de ziel daaruit wegvliegt en rondzweeft’, zo spreekt de overleden moeder tegen haar zoon.

De geest van de moeder maakt zich enkel kenbaar in de vorm van een schim in het dodenrijk. Onze dierbare overledenen zijn alleen zichtbaar door middel van objecten die deze overledenen representeren, bijvoorbeeld een horloge, een foto of een urn. Deze objecten laten de doden weer tot leven komen, net zoals de schim van Odysseus’ moeder de geest van zijn moeder tot leven laat komen.

Tegelijkertijd maken deze gedenktekens ons duidelijk dat een fysiek contact onmogelijk is. Het blijven schimmen uit het dodenrijk, onaanraakbaar voor de levenden. Het verlangen probeert zich te stillen door zich te voeden met beelden en tegelijk wordt het verlangen aangewakkerd door de onbereikbaarheid van de geportretteerde. De beelden brengen, paradoxaal genoeg, het onbereikbare dichtbij en tegelijk tonen ze de totale afwezigheid aan. Eenzelfde mechanisme ziet we terug bij immigranten. Zij blijven de eigen taal spreken, blijven het eigen eten bereiden en nemen eigen spullen mee als een souvenir, als een herinnering aan een onbereikbaar land. De geuren en kleuren van thuis geven een thuisgevoel aan het nieuwe huis, maar laten ook zien dat een terugkeer onmogelijk is.

Na vele omzwervingen bereikt Odysseus eindelijk zijn beloofde Ithaka, maar pijnlijk genoeg herkent hij zijn eigen land niet meer: ‘Wee, o wee, bij welk volk, in welk land ben ik nu weer gekomen? Woont hier een wild en onbeschaafd volk dat god noch gebod kent, ofwel een volk dat de vreemdeling eert en godvrezend van aard is? Waar moet ik heen met dit hele bezit en waar moet ik zelf heen, al zwervend en wel?’

Beelden brengen, paradoxaal genoeg, het onbereikbare dichtbij en tegelijk tonen ze de totale afwezigheid aan

Na vele jaren van omzwervingen hebben de zoete herinneringen en de voortschrijdende tijd vat gekregen op Odysseus’ voorstelling van zijn thuisland. Nostalgie kent een andere verhouding tot het verleden dan geschiedenis. In tegenstelling tot geschiedenis, is nostalgie geen chronologische volgorde van ware gebeurtenissen. Nostalgie is een bundeling van sentimenten, emoties en sensaties, die dwars door de tijd snijdt.

In het geval van de terugkeer van Odysseus is er een discrepantie ontstaan tussen zijn voorstelling van Ithaka en het huidige Ithaka. Thuis speelt zich vooral af in het hoofd van Odysseus. Doordat Odysseus zijn land niet herkent, is er ook geen erkenning mogelijk van zijn eerdere herinneringen aan Ithaka. Odysseus verliest twee keer zijn land, namelijk eerst door zijn verwrongen herinneringen, en vervolgens door de teleurstelling van niet ingeloste verwachtingen, die in de eerste plaats al geen realiteitstoets kende.

Pas wanneer Odysseus de lakmoesproef van Penelope doorstaat, is er sprake van een erkenning. Om te testen of het wel om Odysseus betreft, verzint Penelope een list. Door te stellen dat een ander het echtelijk bed heeft verplaatst, verwacht Penelope een bepaalde reactie van Odysseus. Odysseus reageert geprikkeld en zegt dat het onmogelijk is om het bed te verplaatsen. Alleen hij, de maker van het bed, kan het verplaatsen. Nu weet Penelope zeker dat het haar Odysseus is die terug gekeerd is.

Voor Penelope is de gedeelde herinnering aan het bed, een object dat hun verbond representeert, een code. Ze weet dat alleen Odysseus deze code ook kent. De herkenning van het bed, de geschiedenis van het bed, zorgt voor een erkenning van hun relatie. Het bed representeert een gedeelde herinnering en tevens een gedeeld verlangen.

Nostalgie, een verlangen naar thuis, is een gedeelde emotie. Het maakt een relatie of een gemeenschap hechter. De identiteit van een gemeenschap wordt pas bestendigd door het delen van herinneringen, van verlangens van een thuis. Dit is echter ook meteen het gevaar van het gemeenschapsgevoel dat door nostalgie wordt gevoegd: daar waar mensen een gedeelde geschiedenis hebben, gevoed door sentimenten zoals nostalgie, is het als vreemdeling moeilijk om aansluiting te vinden.

Door het gedicht van de Odyssee wordt duidelijk dat nostalgie een ‘condition humaine’ is. Nostalgie kent vele gedaanten: de ene keer is ze een glooiend landschap en de andere keer is ze de zoete geur van een koekje. Het is niet voor niets dat één van de muzen ‘de herinnering’ is, want nostalgie zorgt door haar enorme verbeeldingskracht voor een creatieve kracht in de literatuur, de kunsten en cultuur. Dit is wat de Odyssee ons leert. Dit is wat de dichters ons nalaten.


Clara Bolle studeerde filosofie en is cum laude afgestudeerd in Kunst- en Cultuurwetenschappen. Met dit essay won ze een eervolle vermelding bij de essaywedstrijd ‘Geschiedenislessen’ van Nexus Connect, het jongerenonderdeel van het Nexus Instituut.


Wie nu lid wordt van Nexus Connect (t/m 35 jaar) krijgt dit jaar niet alleen drie keer een lijvige Nexus-aflevering met de scherpste essays van de belangrijkste denkers van het moment op de mat, maar ontvangt bovendien een gratis entreekaart voor de Nexus-lezing door Garry Kasparov op 21 maart.