Interview Zbigniew Brzezinski

‘De mythe van Amerika ligt in de toekomst’

Hoe moet het buitenlandbeleid van presidentskandidaat John Kerry eruitzien? Volgens strateeg Zbigniew Brzezinski mag hij niet dezelfde fout maken als Clinton, die globalisering gelijk stelde aan amerikanisering. Want niet de islam is het grootste gevaar, maar de beweging der antiglobalisten.

WASHINGTON — Enkele weken geleden werd Zbigniew Brzezinski, nationaal veiligheidsadviseur onder de Amerikaanse oud-president Jimmy Carter, tijdens een publieke ondervraging in een boekhandel gevraagd wat zijn eerste advies zou zijn aan de Democratische presidentskandidaat John Kerry. «Lees mijn boek», was Brzezinski’s antwoord. Aangezien Kerry — voor de oorlog gestemd, tegen de extra tachtig miljard voor de wederopbouw — in de formulering van zijn toekomstige buitenlandbeleid opzichtig op het midden koerst, zal hij deze tip vaker krijgen. Brzezinski kan immers een brug slaan tussen Republikeinen en Democraten, tussen oud en mogelijk nieuw beleid.

Hij, de oude leermeester van Madeleine Albright, wordt geroemd door zowel de huidige, neoconservatieve staatssecretaris van Defensie Paul Wolfowitz als door multilateralisten als Jimmy Carter, Kofi Annan en Ernesto Zedillo, de voormalige president van Mexico. Wolfowitz ziet, samen met andere neoconservatieven, in Brzezinski een groot strateeg die, destijds als enige havik in de regering-Carter, zich slechts schoor voetend kon neerleggen bij de voortzetting van de détente die Nixon en Kissinger — Brzezinski’s levenslange rivaal — de Sovjet-Unie hadden aangeboden.

Brzezinski wilde overal in de wereld de communisten bevechten, werd door zijn aan roekeloosheid grenzende fanatisme wel de Woody Woodpecker van het Witte Huis genoemd en had al eerder enthousiast de Vietnam-politiek van Johnson verdedigd. Mannen als Annan, Carter en Zedillo prijzen Brzezinski om zijn pleidooien voor ratificatie van internationale verdragen en voor Amerikaanse samenwerking met internationale organisaties als het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. Nu Kerry op zoek is naar een alternatief buitenlandbeleid heeft de 78-jarige Koude-Oorlogsveteraan plotseling weer de toekomst, en zijn jongste boek, The Choice, is daarbij «de wegenkaart naar de huidige geopolitieke situatie», zoals Carter het noemt, en «een gids voor Amerika’s gedrag om vrede en stabiliteit te waarborgen in de toekomst».

Op zijn werkkamer in het Center for Strategic and International Studies benadrukt Brzezinski dat hij boven de partijen staat, in een nog altijd, blijkbaar gecultiveerd Pools accent. Maar gezien zijn felle kritiek op de huidige regering maakt het toch wel uit wie er wordt verkozen in november? «Oké, het kamp van de huidige president kijkt anders naar buitenlandse zaken dan de Democratische kandidaat. Maar het verschil tussen de huidige president en zijn vader is op dit gebied minstens even groot. Partijen doen er bij buitenlands beleid niet werkelijk toe, het gaat erom naar wie de president luistert.»

Brzezinski’s goed verkochte boek is het meest coherente dat in het afgelopen jaar is geschreven tegen het huidige beleid. Gek genoeg is het niet in een Nederlands dag- of weekblad besproken. Reden is wellicht de niet erg opvallende of spannende portee: Amerika moet, juist vanwege zijn historisch ongeëvenaarde wereldhegemonie, op de kleintjes letten. Om effectief te kunnen blijven opereren in het buitenland moet het ervoor zorgen dat de wereld Amerika’s macht als legitiem ervaart. Daartoe zal Amerika de wereld niet moeten domineren, maar leiden: de «keuze» in de titel van Brzezinski’s boek The Choice: Global Domination or Global Leadership. Als het land alleen komt te staan, kan het geen mondiale en dus eigen veiligheid meer garanderen, want in de huidige tijd zijn beide direct aan elkaar verbonden.

Hoewel de kern van zijn betoog niet schokkend is, moet er iets ernstigs aan de hand zijn wanneer een glasharde realist als Brzezinski oproept tot meer moraal in het buitenlandse beleid.

Zbigniew Brzezinski: «De Amerikaanse macht is momenteel op zijn top, maar onze mondiale reputatie is op een dieptepunt. Natuurlijk, Amerika heeft in de rest van de wereld altijd sterke antigevoelens opgeroepen. Maar uiteindelijk was er in het buitenland altijd een verstandige meerderheid die zag dat Amerika een democratie is die verantwoordelijk omgaat met haar buitenlands beleid. Dat is nu voorbij. Schuldig daaraan zijn de extreme retoriek van de regering-Bush en de paniekerige atmosfeer die is gecreëerd na 9/11. Funest is dat deze regering het terrorisme tot enige, centrale pre occupatie heeft verheven, terwijl de relatie met de wereld uit veel méér bestaat dan uit terrorismebestrijding. Ook die zogenaamde oorlog tegen het terrorisme is een onzinnig concept: terrorisme is een tactiek, de oorlog daartegen verklaren is net zoiets als een oorlogsverklaring aan de Blitzkrieg. De onzichtbare lijn tussen prudentie en paranoia is door deze regering al lang gepasseerd. Als je dan ook nog zegt: ‹Wie niet voor ons is, is tegen ons›, loop je het risico nogal wat vijanden te creëren. Heerlijk voor Bin Laden natuurlijk. En vervelend voor de slagkracht van een wel degelijk militair en economisch oppermachtig Amerika.»

Al in 1977 schreef Brzezinski in Foreign Policy Magazine: «Het is van het grootste belang te beseffen dat uiteindelijk alleen Amerika zelf de macht heeft om een vijandige wereld voor zichzelf te creëren.» Dat dreigt volgens hem nu in rap tempo te gebeuren. Opvallend genoeg is het volgens Brzezinski niet de politieke islam die zal uitgroeien tot de grote vijand van de komende jaren. Die ontbeert daarvoor simpelweg de wapens en de aantrekkingskracht. Het zijn de antiglobalisten die in potentie een «antithese» kunnen vormen, zeker als Amerika toestaat, en zelfs promoot, dat globalisering gelijk staat aan amerikani sering.

Brzezinski: «Gore en Clinton identificeerden zichzelf en hun land met een in wezen waardeneutraal concept als globalisering. Die stelden het voor als een onvermijdelijk proces dat uiteindelijk heilzaam werkt voor de gehele mensheid. Hoewel lang niet zo complex en dogmatisch als de reactie van het marxisme op de opkomst van het indus triële kapitalisme in de negentiende eeuw, raakte globalisering in de mode als een ideologie van het zogenaamde post-ideologische tijdperk. Sla de speeches van Clinton er maar op na. Van de gelovigen mocht je het geen geloof noemen, van de ideologen geen ideologie, maar het heeft er alles van. Als dit geloof nu ook nog wordt geïnstitutionaliseerd, krijgt het politieke macht, net als het christendom na de organisatie binnen het instituut kerk. En net als het communisme toen het de sovjetstaat in de schoot geworpen kreeg.

Als Amerika geen oog krijgt voor de schaduwzijden van de globalisering en zich blijft identificeren met een doctrinaire definitie ervan, met deterministische, marxistische trekjes, roept het zijn eigen antithese op.»

Brzezinski meent dat Amerika het doelwit zal worden van een ideologie van «counter-symbolisatie»: «Daarmee bedoel ik het fenomeen dat de zwakkere partij de waarden van de sterkere tegenstander overneemt om die aan te vallen. Het klassieke voorbeeld in de politieke wetenschap is de mobilisatie van de hindoemassa’s door Mahatma Gandhi’s Congrespartij. Door vreedzame, burgerlijke ongehoorzaamheid en een beroep op waarden uit het Britse liberalisme werd de Engelse sympathie gewonnen en werd de oppositie aldaar tegen het Indiase nationalisme de wapens uit handen geslagen. Want waarin verschilden de opstandelingen nog van de Britten? Ook de Amerikaanse burgerrechtenbeweging boekte pas werkelijk vooruitgang toen het tactieken overnam die appelleerden aan de grondwettelijke tradities van Amerika. In Polen won Solidariteit van de communisten door nota bene het proletariaat te mobiliseren en op te komen voor arbeidersbelangen, tegen de hoeders van de arbeidersheilstaat. Antiglobalisten zullen met dezelfde wapens vechten als de protagonisten van vrijhandel. En dat zie je al: denkers als Baudrillard pogen juist organisaties als de Wereldbank en de Wereld Handels organisatie, met haar beloftes van eeuwige economische groei, de schuld te geven van wereldwijde armoede en gebrek.

Amerika moet de mogelijke vijand niet te ver buiten zichzelf zoeken. Kritiek op de globalisering kan in combinatie met een emotioneel geladen, uiterst intens anti-amerikanisme een onweerstaanbaar invloedrijke manier van denken creëren, of zelfs een handboek voor handelen leveren, op dezelfde manier als ideologieën, vooral het marx isme, dat deden. Antiglobalisme is intellectueel gezien uitgegroeid van een onbestemd politiek sentiment tot een krachtige, aantrekkelijke tegenbeweging, geladen door een sterk anti-amerikanisme. Het vult het gat dat het communisme heeft achtergelaten.»

Het communisme is een belangrijk referentiepunt voor Brzezinski, zijn hele carrière al. In intellectuele kring brak hij door met zijn boek The Grand Failure (1998), over de ondergang van de aardse institutionalisering van de doctrine. Zijn ouders verlieten Polen niet uit angst voor nazi’s, maar voor communisten. Toen Brzezinski na de aanslagen van 11 september 2001 werd verweten dat hij verantwoordelijkheid droeg voor de militaire steun aan de moedjahedien in Afghanistan, in de tijd dat Bin Laden een bondgenoot was van de VS, reageerde hij woedend: «Wat is er in het licht van de wereldgeschiedenis nu belangrijker, de Taliban of de val van de Sovjet-Unie? Een paar opgewonden islamisten of de bevrijding van Oost-Europa?»

De intellectuele uitdaging van een doctrine die, met counter-symbolisatie en al, goed is toegesneden op de huidige tijd is in zijn ogen veel gevaarlijker dan een oude oprisping uit een verloren wereld, zoals Brze zinski het moslimfundamentalisme ziet. Toch is er een groot verschil met de jaren zeventig. Dit keer moet Amerika niet zozeer een rechte rug tonen, zoals destijds tegen de Sovjet-Unie, maar juist voorzichtig opereren: «Amerika roept overal afgunst en teleurstelling op. Om de rest van de wereld niet te verliezen, is het van het grootste belang dat Amerika globalisering als een waarde neutraal, technologisch gedreven proces beschouwt, wat het ook is, en zich er niet mee identificeert als een bedenksel van een politiek regime, of een onderdeel van een imperialistische veroveringsoorlog met vreedzame middelen. Daarvoor zijn de negatieve effecten ervan te groot. Want er zal opschudding ontstaan, ook in de ontwikkelde landen. Het maakt immers nogal wat uit of je in 24 uur de wereld rond kunt reizen, in tachtig dagen, of in vijf jaar.

Door de herverdeling van arbeidskrachten ontstaat er in de rijke landen een onherroepelijke groei van anachronistische, sociale categorieën, kijk naar de onrust in de industrie hier in Amerika. En in de ontwikkelingslanden zullen de processen worden uitgelegd als verarming, want vermindering van macht vooral. De Chinese regering zegt trots de fabriek van de wereld te willen worden, maar dat betekent vooral dat de bevolking uit louter fabrieks arbeiders zal bestaan, met de relatieve deprivatie die daarbij hoort. Zowel in de ontwikkelde als in de onderontwikkelde landen ontstaat een voedings bodem voor ideologisch georganiseerd verzet. Het is dus van het grootste belang dat wordt voorkomen dat globalisering, vrij handel, Amerikaans imperialisme, kapitalisme, enzovoort, voor de buitenwereld één amalgaam worden.»

Is het dan onmogelijk dat er één onbetwiste ideologie blijft bestaan?

Zbigniew Brzezinski: «Na de val van de Sovjet-Unie was het modieus om te praten over het einde van de geschiedenis. Onzin, daar is de wereld veel te ingewikkeld voor. De aantrekkingskracht van ideologieën ligt in jaloezie, wrok en verontwaardiging, dat zijn machtige menselijke emoties, die verdwijnen niet zomaar bij de vergaring van persoonlijk eigendom. Dat hebben nazisme en communisme wel laten zien. En de in de geschiedenis ongeëvenaarde macht van Amerika geeft het land de immense verantwoordelijkheid moraliteit te verlenen aan hetgeen het uitdraagt. Om een goed verhaal te hebben tegen wrok en teleurstelling.»

In zijn boek maakt Brzezinski duidelijk waarom er zo veel aan gelegen is de status in het buitenland hoog te houden. Hij schrijft onder meer: «De acceptatie van het Amerikaanse leiderschap door andere landen is de voorwaarde voor het vermijden van chaos.» Ook meent Brzezinski daadwerkelijk dat de wereld «bijna direct» in een «politiek chaotische crisis» belandt wanneer Amerika zich militair zou terugtrekken uit het Verre Oosten, Europa en de Perzische Golf.

Hij is er om uitgelachen in The New York Review of Books, in een boeiende, paginalange bespreking van William Pfaff, die Brzezinski een geloof in een unieke, historische en bijna religieuze missie van Amerika in de schoenen schuift. Brzezinski: «Die Pfaff is een oen. In het begin van zijn bespreking maakte hij al zoveel fouten dat ik me de rest van het betoog heb bespaard. Bovendien: Amerika is ook anders dan andere landen. Dit land is uniek omdat we geen natuurlijk-organische etnische groei hebben doorgemaakt. Dit land is gevormd door mensen die hier als individuen naartoe kwamen, en die juist zagen wat de kracht en beloning is als je de eigen stam, etniciteit of, tot op zekere hoogte, je culturele identiteit achterlaat om deel uit te maken van Amerika.»

Brzezinski’s Poolse ogen kijken niet vriendelijk: «Om Amerikaan te worden hoef je niet de geschiedenis van dit land te absorberen, zoals in uw land, waar een immigrant zich altijd gediscrimineerd zal blijven voelen als hij zich de lokale gebruiken niet tot in de puntjes eigen maakt. In Amerika wordt mensen niet het angstaanjagende gevoel gegeven dat ze een historische mythe moeten voortzetten. De mythe van dit land ligt namelijk al eeuwenlang in de toekomst. Hier word je aandeelhouder van de toekomst, niet van het verleden. In dat opzicht is Amerika uniek.

En we zijn oppermachtig. Of je dat nu leuk vindt of niet, het is een feit. De vraag is nu wat Amerika met die macht zou moeten doen. Momenteel is die vraag niet in goede handen. Het is ook niet makkelijk. Het Hooggerechtshof heeft net besloten dat gevangenen in Quantánamo Bay niet vogelvrij zijn. Ik ben er ambivalent over, maar ik meen wel dat dit de belangrijke beslissingen zijn, juist ook voor het buitenlandse beleid. Want ook het Witte Huis zal, wie er ook wordt verkozen, een balans moeten vinden tussen soevereiniteit en wereldwijde hegemonie enerzijds en een groeiende mondiale gemeenschap anderzijds. En samen met de rechtsprekende macht zal het zich moeten afvragen hoe er dient te worden omgegaan met de gevaarlijke tegenspraak tussen democratische waarden en de verplichtingen van mondiale macht. Daarbij mag niet worden vergeten dat het nu belangrijker is dan ooit dat Amerika zijn hooggestemde aspiraties waarmaakt, juist om wille van zijn eigen veiligheid.»

Zbigniew Brzezinski: The Choice: Global Domination or Global Leadership, Basic Books, 242 blz., $ 25.00