De mythe van het krokodillengat

HET BEGON in de nacht van 30 september op 1 oktober 1965. De hoogste generaals van Indonesië werden van hun bed gelicht. Enkelen kregen direct een schot, de overigen kwamen terecht in een trainingskamp van de luchtmacht bij het vliegveld Halim, waar ze alsnog werden vermoord. De minister van Defensie, generaal Nasution, wist te ontsnappen, zijn dochtertje werd doodgeschoten. De lijken werden gedumpt in een diepe put op het Krokodillengat, een terrein op de luchtmachtbasis. Generaal Soeharto ontsprong de dans, maar bleek later te weten van de coupplannen.

De ‘coup’ was binnen een dag over. Afgezien van de zes generaals (en een luitenant die per ongeluk was meegenomen) waren er geen slachtoffers gevallen. Het lijkschouwingsrapport, opgesteld door artsen en ondertekend door zowel Soekarno als Soeharto, concludeerde dat de generaals waren gestorven aan kogelwonden en dat de beurse en blauwe plekken het gevolg waren van slagen met geweerkolven en de val in de diepe put. Er werden geen verminkingen geconstateerd.
De coupplegers waren enkele linkse officieren onder leiding van kolonel Untung. Tijdens hun rechtszaak verklaarden ze dat ze genoeg hadden van de corruptie in de legertop en dat ze president Soekarno wilden beschermen tegen een rechtse raad van generaals, die een staatsgreep zou voorbereiden. Enkele leiders van de Indonesische communistische partij bleken bij de couppoging betrokken te zijn, onder wie Aidit, de voorzitter. De partij als geheel en haar mantelorganisaties wisten van niets.
Onrust binnen het leger was op zich niets nieuws. Altijd waren de aanstichters gestraft en was het leven gewoon verdergegaan. Maar dit keer liep het anders. De mislukte coup luidde een periode in van terreur tegen alles wat links of communistisch was. Er vond een massaslachting plaats en honderdduizenden mensen werden opgepakt. De meesten zaten zonder vorm van proces jarenlang onder de meest afschuwelijke omstandigheden gevangen. Het merendeel werd in 1979 vrijgelaten, maar enkele terdoodveroordeelden zitten nu nog in hun cellen. Volgens Soeharto was een en ander een uitbarsting van 'spontane’ volkswoede tegen de partij die achter de coup zat en grootscheepse moordpartijen beraamde.
Nu heerste er in het Indonesië van 1965 een gigantische sociale, politieke en economische chaos. Zo veroorzaakte de linkse boerenbond flinke onrust onder conservatieve landeigenaren door eenzijdig landhervormingen af te dwingen. De meeste moorden werden inderdaad gepleegd in gebieden waar de boerenbond actief was. Maar armoede, honger en landbezettingen waren niet de enige ingrediënten van het explosieve mengsel. De haat- en moordcampagne was bepaald niet spontaan, de regie lag geheel in handen van Soeharto-getrouwe legerkringen.
De lont in het kruitvat was een lastercampagne waarin communisme geassocieerd werd met seksuele perversiteiten. Onderwerp van de campagne: de gebeurtenissen rond het Krokodillengat. Medium: enkele populaire, door het leger uitgegeven kranten en radiostations.
De eerste berichten verschenen in oktober 1965, een week nadat het officiële lijkschouwingsrapport was uitgekomen. De mythe die in het leven werd geroepen, begon als volgt. Voordat de generaals de kogel kregen van de muitende soldaten, zijn ze eerst gecastreerd en aangerand door jonge meisjes die op het trainingsveld aanwezig waren. De meisjes, leden van de vrouwenorganisatie Gerwani, een mantelorganisatie van de communistische partij, dansten naakt rond de arme generaals, staken hen met een mesje de ogen uit en sneden hun genitaliën af. Na deze orgie van seksueel geweld zijn de generaals uiteindelijk aan hun martelingen bezweken. 'Deze daad’, schreef een van de kranten, 'herinnert ons aan kannibalistische ceremoniën die primitieve stammen eeuwen geleden uitvoerden.’
Begin november verschenen er berichten over de zogeheten Zwarte Knoop, een groep die zou bestaan uit mooie meisjes van Gerwani. De leden van deze groep moesten zichzelf verkopen om de leiders van andere partijen te verleiden tot steun aan het communistische programma. De volgende stap was een 'bekentenis’ van ene Djamilah. Zij vertelt dat er ongeveer vijfhonderd mensen op het trainingsveld aanwezig waren, onder wie honderd vrouwen. Ter plekke kregen Djamilah en andere Gerwani-leden scheermesjes uitgereikt, ten behoeve van de verminkingen.
Na deze publicatie hadden anti-communistische studenten en andere betogers er een leus bij: 'Gerwani-hoeren’ en 'Vernietig Gerwani’. Er verschenen meer 'bekentenissen’ in de media. De Gewapende Macht wees erop dat dit een bewijs te meer was 'van de slechte daden van de communistische partij en de coupplegers, die onze jonge knoppen vergiftigden (…). We zullen nooit meer toestaan dat onze jonge generatie vergiftigd wordt door de verraders van onze natie.’
VERONTRUST DOOR de laster in de legerkranten en de toenemende berichten over moordpartijen op het platteland, liet president Soekarno de resultaten van de officiële lijkschouwing publiceren. Hij riep journalisten op zich aan de feiten te houden. Tevergeefs. Enkele dagen na zijn oproep kwamen de legerkranten met de 'bekentenis’ van ene Saina. Volgens haar ondervragers vertelde ze dat ze 'verschillende keren een injectie had gehad waarna ze wilde seksuele lusten voelde. Op het trainingsveld had ze met 199 andere Gerwani-leden vierhonderd mannen seksueel bevredigd.’ Even daarvoor had, volgens de krant, communistenleider Aidit een toespraak gehouden waarin hij benadrukte dat 'communistische vrijwilligers zich niet aan religieuze beperkingen hoefden te houden, maar dat ze de vrije liefde konden bedrijven’. Saina kon ook gerust meedoen aan het vermoorden van de generaals, want Aidit had uitgelegd 'dat vrouwen even moedig als mannen moesten zijn’. De kranten bleven maar doorgaan met verzinsels.
Inmiddels was het moorden in heel Indonesië in volle gang. De rivieren in Midden- en Oost-Java en in Noord-Sumatra konden de talloze lijken die er dagelijks in werden gegooid, niet verwerken. De moorden waren voor het merendeel het werk van islamitische en christelijke jeugdgroepen. Ze waren bewapend en getraind door legeronderdelen die direct onder het bevel van Soeharto stonden.
BEGIN JANUARI 1966 namen de moordpartijen in Midden- en Oost-Java langzaam af. Het leger begon zich nu op Bali te concentreren. Daar mobiliseerde de campagne vooral de conservatieve delen van de nationalistische partij. De lastercampagne kende een vergelijkbaar patroon als op Java, met brallende radiotoespraken en opzwepende krantenartikelen. Als lokaal detail werd toegevoegd dat Gerwani-leden op Bali bevel hadden gekregen zich aan soldaten te 'verkopen’ om zo wapens in bezit te krijgen. De verleide soldaten moesten vervolgens gecastreerd en vermoord worden.
Ook op Bali maakte de lastercampagne de weg vrij voor gewelddadigheden. Het leger bewapende conservatieve jeugdgroepen en hielp ze bij het vermoorden van 'linkse verraders’. Tienduizenden mensen werden afgeslacht.
Uiteindelijk, in maart 1966, bereikte de 'sluipende staatsgreep’ het door generaal Soeharto gewenste resultaat. De generaal handelde al die tijd als een echte dalang, de poppenspeler die achter de schermen de touwtjes in handen heeft. President Soekarno, die werd gezien als steunpilaar van de communistische partij, kon nu opzij geschoven worden. Op 11 maart 1966 legde president Soekarno een verklaring af - hem voorgelegd door een generaal - waarin hij de macht overdroeg aan Soeharto. De kersverse heerser deed de hele periode van geweld af als een 'mentale verandering’ die nodig was om het land te redden van de chaos waarin Soekarno en de communistische partij het had gestort.
IN NEDERLAND anno 1998 is het moeilijk te geloven dat het creëren van een mythe zulke bloedige en verreikende gevolgen kan krijgen. De campagne speelde echter feilloos in op traditionele elementen in de Indonesische cultuur: magische krachten en rituele zuiveringen om chaos te voorkomen. Ook werd er met succes geappelleerd aan de angst van conservatieve religieuze groeperingen voor de 'heidense’ communisten. In beide gevallen ligt de basis in de angst voor de verschrikkingen die een ontketende vrouwelijke seksualiteit teweeg kunnen brengen.
Paradoxaal genoeg predikte Gerwani eerder een puriteinse huwelijksmoraal en was de organisatie gekant tegen polygamie. Gerwani stimuleerde vrouwen om tegen allerlei vormen van sociaal en politiek onrecht te protesteren. In 1965 was het een krachtige, populaire vrouwenorganisatie met miljoenen leden. De stem die zij vrouwen gaf, was wellicht zo beangstigend voor conservatieve delen van de bevolking dat ze makkelijk konden geloven dat dat soort vrouwen tot castratie in staat zouden zijn.
Er is weinig bekend over de geschiedenis van Gerwani. Er is ook nauwelijks iets geschreven over de rol die de beschuldigingen van seksuele perversiteiten speelden bij de geboorte van de Nieuwe Orde van president Soeharto. Ik besloot er onderzoek naar te doen. In het begin van de jaren tachtig interviewde ik tientallen vrouwen die net uit de gevangenis waren gekomen. Sommigen waren als meisje aanwezig geweest bij de moordpartij in het Krokodillengat. Anderen waren bestuursleden van Gerwani. Ook bestudeerde ik alle documenten die nog te vinden waren over Gerwani. Daarvoor kon ik overigens niet in Indonesië terecht, want daar hadden de militairen al het materiaal vernietigd dat herinnerde aan de rol van de communistische partij. Zo kwam ik er langzamerhand achter wat er zich in de nacht van 1 oktober bij het Krokodillengat had afgespeeld.
In die nacht waren er volgens mijn informatie tussen de zeventig en tachtig meisjes aanwezig. Zij waren leden van de communistische jongerenorganisatie en werden begeleid door enkele Gerwani-leden. Het luchtmachtterrein werd namelijk gebruikt voor de training van jonge nationalistische, islamitische en communistische vrijwilligers voor de strijd die Soekarno voerde tegen het ontstaan van de onafhankelijke staat Maleisië. De president had zich in dit nieuwe nationalistische avontuur gestort nadat de inlijving van het Nederlandse deel van Nieuw-Guinea succesvol was verlopen.
Een van de Gerwani-vrouwen, laten we haar Yosi noemen, vertelde me wat er gebeurde op die bewuste avond: 'Mijn man maakte deel uit van de linkse legereenheden die betrokken waren bij de putsch. Ik werd wel vaker ingeschakeld voor bepaalde activiteiten. Die avond vroeg een partijlid me om wat klusjes op te knappen op de luchtmachtbasis. Toen ik daar was, vroegen ze me insignes op legeruniformen te naaien. Het was veel werk en we werkten tot diep in de nacht door.’
De volgende ochtend werden de vrouwen gewekt door geschreeuw: 'We liepen naar buiten en zagen hoe soldaten met de ontvoerde generaals sleepten. De ontvoerders maakten een hels kabaal en scholden hun slachtoffers uit voor “kapitalistische bureaucraten”. De soldaten sloegen de generaals met hun geweerkolven, schoten ze uiteindelijk dood en gooiden de lijken in de put. Ze waren door het dolle heen en schoten nog op de generaals terwijl die allang dood waren. Pas toen het voorbij was, gingen wij, doodsbang, een kijkje nemen bij de put. Veel later circuleerden de berichten dat de meisjes gedanst zouden hebben die nacht en dat ze de generaals verleid en gecastreerd zouden hebben. Totale onzin, die generaals waren doodsbang. En de meisjes waren ook totaal verschrikt, ze stonden in een hoek samengedrukt. Toen de soldaten weg waren, zijn we naar de stad teruggelopen.’
Een paar dagen later werden Yosi en andere Gerwani-leden gearresteerd. Yosi: 'We werden in elkaar geslagen met stokken en koppelriemen, ze wilden dat we bekenden. Maar wat moest ik bekennen? Pas veel later begreep ik wat er allemaal gebeurd was. Er was bij ons in de gevangenis ook een prostituee, Emmy. Ze was een paar dagen voor de coup vrijgelaten en was toen teruggegaan naar haar oude plekje bij de luchtmachtbasis, waar ze goede klandizie had. Op een gegeven moment was ze weer gevangen genomen en naar de politieke afdeling gebracht, waar wij ook allemaal zaten. Zij is vreselijk gemarteld, maar zij wist helemaal niets, niet eens dat er die nacht generaals vermoord waren. Op een gegeven moment zeiden ze haar dat ze haar vrijheid en een miljoen plus driehonderd roepia zou krijgen als ze een verklaring zou ondertekenen. Emmy, die analfabete was, tekende de verklaring die haar niet voorgelezen werd. Ze kreeg driehonderd roepia maar werd niet vrijgelaten. Het miljoen heeft ze nog steeds tegoed. Pas na jaren begrepen we dat haar verklaring door de legerleiding gebruikt was als zogenaamd bewijs van de seksuele orgie die plaatsgevonden zou hebben in die vreselijke nacht.’
Yosi heeft tot 1982 in de gevangenis gezeten en probeert sindsdien te overleven. Niet makkelijk, als je als ex-tapol vrijwel al je burgerrechten kwijt bent. Emmy, die een paar jaar daarvoor was vrijgelaten, is verdwenen.
Er hebben meer jonge meisjes veertien jaar in de gevangenis gezeten. Een van hen vertelde me: 'Ik was zestien jaar en lid van de communistische jeugdorganisatie. Toen ze me vroegen mee te gaan naar het Krokodillengat, deed ik dat zoals gewoonlijk meteen. Ik heb gezien wat er die nacht gebeurde en rende ’s morgens vroeg naar huis. Ik werd de volgende dag gearresteerd en twee weken opgesloten. Ik werd voortdurend geslagen en ondervraagd.
Op een gegeven moment dwongen ze ons om ons uit te kleden terwijl ze foto’s van ons namen in de gevangenis. Ik werd vrijgelaten en weer opgepakt. In totaal werd ik vijf keer opgepakt, tot ze besloten me in de gevangenis te houden. Later begreep ik dat ze die gevangenisfoto’s van ons gebruikten als bewijs voor de orgie. Pas in 1979 hebben ze ons vrijgelaten. Niemand van ons is ooit voor een rechtbank verschenen.’
BIJ DE JONGERE generatie Indonesiërs is de eigen geschiedenis rond 1965 vrijwel onbekend. Ex-politieke gevangenen werden tot voor kort gemeden als melaatsen. Ook vaak door familieleden, die onder Soeharto terecht vreesden voor hun baan, studie en carrière. Op alles wat links is, ligt sinds 1965 een taboe. Zelfs belangstelling tonen voor de feiten is politiek al riskant.
De mythe van het Krokodillengat is door Soeharto tot waarheid verheven. Een treffende illustratie hiervan is het standbeeld dat de ex-president in Jakarta voor zichzelf heeft laten oprichten. Het bestaat uit meer dan levensgrote beelden van de vermoorde generaals in een fiere houding, boven een enorme bronzen plaat waarop Soeharto’s versie van de moderne geschiedenis van Indonesië is afgebeeld. Aan de linkerkant Soekarno die de onafhankelijkheidsverklaring voorleest. Aan de rechterzijde Soeharto die door het parlement beëdigd wordt. In het midden is de nacht van de putsch verbeeld, met aan de ene kant een lelijke man en dito vrouw die staan te bekvechten - communisten, uiteraard. Vlakbij dansen een paar meisjes met een bloemenslinger de 'dans van de Geurige Bloemen’. Daarboven de put, waarin net een generaal gekieperd wordt. Een vrouw in militair uniform, met half-ontblote borsten en gewapend met een flink formaat mes, staat ernaast.
Verderop staat een ander groepje vrouwen, onder de beschermende armen van generaal Soeharto. Deze vrouwen voldoen meer aan het ideaalbeeld van Indonesische vrouwen zoals Soeharto en zijn militaire regering propageren: de hoofden bescheiden gebogen, hun kleding onberispelijk. Een van hen heeft een baby in haar armen.