Zestien onwaarheden over de Tweede Wereldoorlog

De mythen van de Tweede Wereldoorlog

Na zestig jaar onderzoek bestaan over de Tweede Wereldoorlog nog talloze mythen, van nationale glorieverhalen tot algemeen aanvaarde «lessen van de oorlog». Een incomplete inventarisatie.

1.«München ’38 toont dat een dictator altijd bestreden moet worden.»

Een «historische les» die in veel westerse landen zo gemeengoed is geworden dat alleen al de naam van de Beierse hoofdstad volstaat om in een discussie het compromiskamp klem te zetten, net als het gedoemde woord appeasement. Bij uitstek populair in het Amerikaanse politieke discours, onder bevlogen presidenten als Ronald Reagan en George Bush junior en regelmatig opgedoken in het debat tussen de VS en Europa over Bush’ dadendrang na 11 september 2001. En ook afgelopen weken aanleiding voor debat, toen Bush in Letland de overeenkomst van Jalta vergeleek met die van München. In beide plaatsen zou de vrijheid van kleine naties zijn verhandeld.

De standaardversie van de «les van München» luidt ongeveer zo: in München verkwanselden Engeland en Frankrijk Sudetenland aan Hitler, waarmee zij in feite Tsjecho-Slowakije aan de Führer overhandigden. Door het ontbreken van tegenstand werd Hitlers avonturisme aangewakkerd, waardoor «München» de mars naar de oorlog versnelde of zelfs veroorzaakte.

Deze interpretatie stoelt onder meer op een geruchtmakende studie van de Britse historicus A.J.P. Taylor, die Hitler een «gewone» Duitse expansiewens toeschreef, en bouwt voort op de common sense dat een slechterik in zijn gedrag wordt gestimuleerd als hij lafheid ontmoet. Maar hoe verkeerd de Britse en Franse keuze later ook uit bleek te pakken en hoe cynisch het uitleveren van een ander land ook is, op het laatste punt – de lafheid – is de «les van München» te kort door de bocht. Groot-Brittannië en Frankrijk misten simpelweg de stok achter de deur om Hitler werkelijk voor het blok te zetten.

De Britten en Fransen waren later aan hun herbewapening begonnen dan Duitsland, maar ook de twee jaar die ze na «München» wonnen, leverden weinig op. Toen ze in 1939 Duitsland de oorlog verklaarden, kwamen ze niet verder dan de phoney war, tot Hitler het in de lente van 1940 tijd vond voor een daadwerkelijk treffen. Prompt verloren de Fransen honderdduizend man in drie weken en kon het Britse expeditieleger alleen ontsnappen doordat de Führer een verkeerde beslissing aan zijn generale staf opdrong. Frankrijk en Groot- Brittannië misten bovendien ruggesteun van de Sovjet-Unie en de VS. «München ’38» mist daarom als historische les een cruciale toevoeging: de Britten en Fransen kónden Hitler in 1938 geen halt toeroepen.

Bush’ toespraak in Letland joeg Democraten in de VS de gordijnen in: «hun» Roosevelt werd immers onderuit geschoffeld. Ze verweerden zich met het argument – dat bij de beoordeling van «München» moreel irrelevant wordt geacht, maar waarover bij Jalta wél brede instemming bestaat – dat de VS niets konden doen om de Baltische landen uit Stalins handen te houden.

  1. .<«De oorlog tegen tirannie begon, net als de oorlog tegen terreur, met een verrassingsaanval op Amerika.»

Een jonge mythe die de afgelopen weken viel op te tekenen uit de mond van de machtigste man ter wereld – sprekend in de VS, weliswaar. Deze nieuwe mythe illustreert hoe de Amerikanen de Tweede Wereldoorlog in de loop van de tijd zijn gaan zien: als een in essentie Amerikaanse campagne tegen het Duitse fascisme en de jodenvervolging, plus het nodige opruimwerk tegen het fascistische bijfiliaal Japan. In werkelijkheid was de oorlog tegen Japan de belangrijkste Amerikaanse campagne, maar die sneeuwt steeds meer onder. Het is ook een minder heroïsch verhaal: die oorlog was veel meer een «gewone» machtsoorlog dan die te gen Duitsland. De VS voerden die oorlog bovendien – net als de Japanners – nietsontziend, met weinig krijgsgevangenen, het opsluiten van Japanse Amerikanen in kampen en uiteindelijk het gebruik van de atoombom. De oorlog in Europa daarentegen is onomstreden en fiatteerde het Amerikaanse messianisme, waardoor het voor Bush ook aantrekkelijk is die met zijn eigen oorlog te vergelijken. De boodschap is in dit geval belangrijker dan de geschiedenis zelf.

  1. «Zonder de Amerikanen spraken we hier Duits.»

Een mythe die vooral ter westerzijde van de Atlantische Oceaan leeft, maar ook aan deze kant in vele vormen wordt gebezigd. Zonder de Amerikanen spraken we hier – figuurlijk ge sproken – wellicht geen Duits maar Russisch. De VS waren van cruciaal belang bij de ondergang van het Duitse Rijk. Maar het cruciale front tegen Duitsland was dat in het oosten, en daar had Duitsland al lang voor D-Day de strijd verloren – zelfs na de geallieerde landing bleef tweederde van de Duitse strijdmacht aan het oostfront vechten. Een veelzeggende vergelijking: Duitsland verloor aan het oostfront vier miljoen soldaten, aan het westfront tweehonderdduizend.

4.«De Sovjet-Unie versloeg Duitsland al leen.»

Het spiegelbeeld van mythe nummer 3, even onwaar maar nog steeds de gangbare mening in Rusland. Stalin beschouwde het uitblijven van een Brits/Amerikaanse invasie tot de Duitse legers bijna de Sovjet-Unie uit waren gedreven als een berekenende zet: de Britten en Amerikanen wilden dat Duitsland en Rusland elkaar zouden uitputten, om dan snel door Europa te kunnen trekken. De afgelopen weken werd in Rusland weer hard bedisseld of het Westen wel het juiste respect betoont voor de Russische oorlogsinspanning. En werd geïrriteerd kennisgenomen van de westerse visie op de «stalinistische» herdenking.

Zowel op de vermeende passiviteit van de Britten en Amerikanen als op hun geringe inbreng tot juni ’44 is af te dingen. De Britten waren militair überhaupt niet in staat op eigen kracht Duitsland in het nauw te brengen, maar zij rolden niettemin de Duitse opmars in Afrika op, landden in 1943 met de Amerikanen in Italië en versloegen de Duitsers in het Europese luchtruim. In maart 1941 tekende Roosevelt al de Land Lease Act, die steun aan Groot-Brittannië en (later dat jaar) de Sovjet-Unie mogelijk maakte. De VS waren verder voortdurend gebonden aan hun oorlog in de Stille Oceaan tegen Japan. Zij werden op hun beurt weer niet ontlast door de Sovjet-Unie, die pas in augustus 1945 Tokio de oorlog verklaarde.

In Berlijn zag het er in ieder geval anders uit dan als een uitsluitend Russische overwinning. Von Ribbentrop schreef na de oorlog de nederlaag van zijn land toe aan drie factoren: 1. de onverwacht harde Russische tegenstand; 2. de Duitse nederlaag in de strijd om suprematie in het Britse en continentale luchtruim; 3. de ruggesteun van de Amerikaanse industriële en economische kracht aan de geallieerde kant. Iets voor elk van de drie grote geallieerden dus.

  1. «De Russische overwinning bewees Stalins strategische opvattingen.»

Opnieuw een in Rusland populaire mythe. Stalins militaire doctrine stoelde op de «Vijf Permanent Opererende Factoren». Kort samengevat kwamen die erop neer dat een oorlog wordt beslist door factoren als omvang en bewapening van een leger. De ervaring van de Tweede Wereldoorlog werd gezien als bevestiging van die visie. In de militaire en politieke top van de Sovjet-Unie nestelde zich daardoor een noodlottige drang naar het opbouwen van een steeds maar groter en beter bewapend leger. Met de bekende economische gevolgen voor de Sovjet-Unie eind jaren tachtig.

  1. «De bombardementen op Duitsland wa ren nutteloos.»

Opnieuw onderwerp van fel debat in Duitsland na het verschijnen van nieuwe studies. Tot voor kort durfden historici hun vingers hier niet aan te branden, al is de standaardvisie aan de Stammtisch dat de bombardementen zowel onnodig en contraproductief als crimineel wa ren. Der Brand van Jörg Friedrich maakte het onderwerp eind 2002 bespreekbaar. Sindsdien lijkt de informatiehonger naar de Bombenkrieg on stilbaar. Voor de oorlog voorspelden Euro pese luchtmachtpropagandisten dat bom bardementen de bevolking van de vijand psy chologisch zouden breken, waarna die een einde aan de oorlog zou eisen. Dat kwam niet uit. Daarop stoelt de mythe van de contraproductieve bombardementen. Maar de meeste recente en serieuze studies concluderen an ders: al misten de Brits/Amerikaanse bombardementen hun psychologische effect – en waren aanvallen op bevolkingscentra achteraf militair noch moreel te rechtvaardigen – ze waren wél effectief in het ontregelen van de Duitse oorlogseconomie. Ook de mythe dat Dresden geen enkele economische functie vervulde in Duitsland ligt onder vuur van historici.

  1. «Het Duitse leger was het beste en het meest gedisciplineerd.»

Een onder extreem-rechtse groepen overal ter wereld populaire mythe en in Duitsland even breed geloofd als gemeden in gesprek. De mythe is half waar. Studies naar oorlogsresultaten afgezet tegen aantallen soldaten en hoeveelheid materieel wijzen uit dat het Duitse leger bijna altijd won waar het tegen een kwantitatief ruwweg gelijke macht vocht, zowel aan het west- als aan het oostfront. In die zin dus het «beste» leger. Maar zo gedisciplineerd was het leger niet, zo blijkt uit het aantal Duitse soldaten dat wegens lafheid, desertie en plichtsverzuim werd geëxecuteerd: rond de vijftienduizend. Daar stond één Amerikaan en geen enkele Brit tegenover.

  1. «De genocide op de joden bleef voor de Duitsers verborgen.» / «Alle Duitsers deden mee.»

De eerste mythe is het in Nederland weggehoonde Wir haben es nicht gewusst, de tweede de radicale revisie daarvan. De waarheid ligt ergens in het midden. Deel van de Endlösung was dat de daadwerkelijke vernietiging van de joden zoveel mogelijk aan het oog van de be volking moest worden onttrokken, om onrust te voorkomen. Grote groepen Duitsers moeten wel aanwijzingen hebben gehad van wat er gebeurde. Door alle anti-joodse maatregelen zullen veel Duitsers iets hebben vermoed. Probleem is echter dat dergelijke vermoedens, stille steun of Oost-Indische doofheid, zich moeilijk laten bewijzen. Het is wel vaak geprobeerd, met als radicaalste serieuze studie Daniel Goldhagens Hitler’s Willing Executioners uit 1996. Goldhagen schreef daarin dat veel meer Duitsers aan de holocaust hadden deelgenomen dan doorgaans wordt geloofd en dat die daarbij bovendien primair door radicale jodenhaat werden gemotiveerd. Goldhagens methodologie werd door veel vakgenoten bekritiseerd, maar door het boek is wel het besef verspreid dat veel joden – ongeveer de helft van de vermoorde zes miljoen – omkwamen buiten de kampen, in wrede, grootschalige en bovendien vaak zichtbare slachtingen. Dat de vernietigingskampen met opzet buiten Duitsland werden gebouwd – de Poolse regering voerde dit jaar campagne tegen het oprukken van de term «Poolse kampen» – is niet waar, om het simpele feit dat de meeste binnen het toenmalige Groot-Duitsland la gen.

  1. «Stalin lijfde Europa in tot waar zijn le gers waren gekomen.»

Bouwt voort op de mythe dat de Amerikanen en de Russen na de Duitse capitulatie di rect als vijanden tegenover elkaar stonden. Hoe wel aan beide zijden commandanten te vinden waren die wel verder wilden trekken nu hun legers goed op stoom waren, hielden de geallieerde legers stand bij vooraf afgesproken bezettingsgrenzen – ook de Russische legers. Waar afgesproken trokken de Russen zich ook terug, zoals uit Oostenrijk.

  1. «Het verzet was in Frankrijk buitengewoon sterk.»

De Franse variant op nationale verzetsmythen. Door historici afdoende als fabel beschreven, maar die conclusie is nooit ver buiten de kring van historici gekomen. De Franse manier van herdenken is al een soort impliciete ontkenning van de werkelijkheid: in Parijs werd twee weken geleden een drie uur durende militaire parade afgenomen, een visuele verwijzing naar de nationale bevrijding door de Vrije Fransen. In werkelijkheid vochten meer Fransen voor de Duitse zaak dan voor die van De Gaulle, was het «onveroverde» Vichy-Frankrijk de Duitsers in alles ter wille en vervolgde het zelf gedreven zijn joden.

  1. «Oostenrijk was het eerste slachtoffer van Hitler.»

In alles in strijd met de feiten – allereerst al door de met bijna honderd procent van de stemmen goedgekeurde Anschluss van Oostenrijk bij het Derde Rijk – maar nog steeds de gangbare mening in Oostenrijk. Hoe gevoelig de herziening daarvan nog steeds ligt, il lustreert de buitengewoon voorzichtige op merking in die richting van president Heinz Fischer bij de oorlogsherdenking twee weken geleden in het bij Linz gelegen Vernichtung-durch-Arbeit-kamp Mauthausen: «Het heeft geen zin de andere kant op te kijken en zaken te onderdrukken.»

  1. «Zweden en Zwitserland wisten knap hun neutraliteit te bewaren.»

Een daar populaire, maar de laatste jaren door historisch onderzoek ondergraven mythe. In het Zweedse geval is de herziening nog mild. De prijs voor de neutraliteit was in Zweden dat het de facto werd ingelijfd in het Duitse economische gebied.

De Zwitsers moeten hun aan-ons-ging-het-gelukkig-voorbij-mythe de laatste jaren pijnlijker herzien. Onderzoek van buitenlandse historici leidde tot de instelling van een onderzoekscommissie die in 2002 onaangename conclusies trok. En dat zijn er voor Zwitserland aardig wat: economisch werkten de Zwitsers volledig met de Duitsers mee, bedrijven en banken verdienden goed aan de oorlog en de laatste werkten erna de teruggave van gestolen joodse tegoeden tegen. Het klopt dat velen uit bezet gebied naar Zwitserland vluchtten, maar daar werden ze allerminst met open armen ontvangen. Wie Zwitserland binnen wist te komen, werd tewerkgesteld in kampen. Die mensen hadden de grootste horde al met succes genomen: de Zwitserse grens. Want daar werden vluchtelingen zonder pardon teruggestuurd. De Zwitsers waren zo gekant tegen ongewenste immigratie dat de Zwitserse politiechef in 1938 opperde dat Duitsland een «J» zou stempelen in de paspoorten van zijn joden, om hen te kunnen ontmaskeren als zij als toeristen de Helvetische kantons wensten te betreden. De suggestie werd direct opgepikt.

Hoewel in Nederland een aantal mythen de afgelopen decennia is ontkracht – zoals die van het bevolkingsbrede verzet en de scherpe goed/fout-scheiding – worden sommige, hoewel inmiddels door historici weerlegd, nog steeds breed geloofd. Een wederom incomplete greep.

13.«Bij de inval schonden de Duitsers methodisch het oorlogsrecht.»

Onderwerp van verhit debat tussen veteranenorganisaties en krijgshistoricus Herman Amersfoort, plaatsvervangend directeur van het Instituut voor Militaire Geschiedenis. Hij publiceerde in maart een uitgebreide studie naar schendingen van het oorlogsrecht op de Grebbeberg. Zijn conclusie: beide zijden be zondigden zich er in gelijke mate aan, er is geen bewijs voor «methodische schendingen» door de Wehrmacht. Het boek is een uitvloeisel van een eerder werk van Amersfoort waarin hij met minder argumentatie hetzelfde had geschreven. Veteranen verloren een rechtszaak om herdruk te voorkomen, maar eisten van Amersfoort meer onderbouwing. Die is er – tot hun onvrede – dit jaar gekomen.

  1. «Het verzet bestreed de bezetter eensgezind.»

Niets van waar. De verzuiling in Nederland was in het verzet al even strikt als in de korfbalcompetitie. Wat logisch was, want als katholiek klopte je niet snel aan bij je communistische of protestantse stads- of dorpsgenoten om een cel te vormen, en vice versa. Waar nauwgezet onderzoek is gedaan naar de contacten tussen verzetsgroepen, zoals voor Overijssel, blijkt nergens samenwerking.

  1. «Prins Bernhard was vader, coördinator en leider van het verzet.»

Een mythe die na de dood van de prins overal te beluisteren en te lezen was, maar die vooral gestoeld is op het opkomen van de prins voor berooide veteranen. De in Londen verblijvende regering had het grootste deel van de oorlog geen zicht of invloed op verzetswerk in Nederland. Pas in 1944 werden, met het oog op de naderende bevrijding, de Binnenlandse Strijdkrachten opgericht. Aan werkelijke coördinatie kwam Bernhard of «Londen» nooit toe. In de jaren vijftig en zestig trok Bernhards eretitel nauwelijks aandacht, maar dat veranderde toen hij zich in zijn levensavond – en die van de verzetsveteranen – als hun beschermheer op wierp.

  1. «Ons land is mede bevrijd door Ma rokkaanse soldaten.»

Een jonge mythe waar verschillende media zich op stortten als tegengeluid en multicultureel bindmiddel nadat in 2003 Marokkaanse jongeren in Amsterdam-West tijdens de do denherdenking met een gedenkkrans voetbalden en «Joden, die moeten we doden» zongen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vochten duizenden Marokkanen mee in het Franse leger. In Zeeland liggen er ook zeventien begraven. De link met de bevrijding is snel gelegd. Maar aan de bevrijding van Nederland deden geen Marokkaanse eenheden mee, althans daarvoor kunnen historici in archiefstukken geen bewijzen vinden. De Marokkanen die in Zeeland rusten, dienden in het Franse leger en stierven in 1940 – ofwel tijdens de verdediging van de Scheldemonding, ofwel toen hun trans portschip op zee door Duits geschut werd geraakt.

Met medewerking van David Barnouw van

het Nederlands Instituut voor Oorlogs documentatie (Niod)