De NA-168vx2

‘Een intelligente wasmachine, mijnheer’, had de verkoper gezegd. Maar duurzaam ho maar.

Verdeling van welvaart is een mooi ding, mijnheer Piketty, maar wat heb ik daaraan als mijn wasmachine na vijf jaar kapotgaat en de reparatiedienst klinkt als een dierenarts bij een paard met een gebroken been? Of nee, erger: ‘Als u een beetje handig bent, kunt u ’m beter zelf proberen te repareren.’

Het is maandagavond. Boven ligt mijn dochter in bed met een kanjer van een keelontsteking, mijn vrouw neemt beneden een pijnstiller tegen een getrokken kies, en ik sta met een grimmige blik op mijn tronie en een getrokken kruiskopschroevendraaier naar de witgoedtoren te kijken. High Noon in Rotterdam.

Vijf jaar, dat is zo’n beetje de vervaldatum voor duurzame gebruiksgoederen. Gaat er daarna iets kapot, dan zijn de kosten van voorrijden en onderzoek altijd hoger dan een nieuw apparaat. Dat is tenminste de statistiek van mijn wasmachine slash droger slash vaatwasserverleden. En ik ben vast niet de enige. Tenzij ik op de een of andere perverse manier de zelfmoordhotspot voor witgoed ben.

Ik wil niet zeggen dat de negatieve effecten van voortijdige apparaatuitval op global warming en dergelijke enorm zijn, maar het mentale effect valt niet te onderschatten. Wie leeft in een wereld waar alles na vijf jaar ‘gone to meet his maker’ is, komt nooit meer in een duurzaamheidsmodus. Ik ben daar zelf van overtuigd geraakt toen ik, voor het eerst in Noord-Amerika, in een hotel het toilet doorspoelde en minutenlang naar een Niagara op schaal staarde. Of ik had de stoelgang van de Amerikaan verschrikkelijk onderschat, of ik was beland in een wereld waar zoiets als een toiletspoeling er gewoon niet toe deed. Après nous le déluge! Ik besloot tot het laatste.

Maar dat zal ook zijn gekomen doordat ik zelfs voor de kortste stukjes werd vervoerd in auto’s die met gemak een handbalteam off-road over de Rocky Mountains konden transporteren. Dan ben je als Noord-Europeaan die de oliecrisis nog heeft meegemaakt snel op de verkeerde manier onder de indruk. In weer zo’n rijdende huiskamer van een limo moest ik trouwens denken aan de achttiende-eeuwse bisschop op reis die eendenkuikens meenam om zijn reet mee af te vegen. Uit een roman van Shalev, herinner ik me. Piketty zal er niet van onder de indruk zijn, maar dat is mijn beeld van te veel welvaart.

Handig, zo’n witgoedtoren, maar in het geval van storing moet de-schrijver-die-meer-moet-sporten de droger eigenhandig van de wasmachine tillen, een kwartslag draaien en ergens neerzetten. Daar sta ik met een kuub witgespoten metaal in mijn armen en het plotselinge besef dat vasthouden eigenlijk makkelijker is dan loslaten. (Is dat geen goede titel voor een zelfhulpboek?) Langzaam door de knieën en nergens aan denken. (Titel voor literaire softporno?)

Oké. Bovenplaat van de Panasonic NA-168vx2 losschroeven en verwijderen. Speurwerk op internet heeft geleerd dat H41, zoals het displaytje mokte, de hulpkreet van de 3D-sensor is. Dat chipje voelt of de trommel in balans is. Datzelfde speurwerk leidde mij ook naar een filmpje van een boze IJslander die al vier van die sensoren heeft versleten en nu, bij wijze van wraak, de wasmachine heeft gefilmd terwijl die in de war raakt. Het is alsof je iemand alzheimer ziet krijgen.

Kennis vermeerdert smarten, zei Prediker al

‘Een intelligente wasmachine, mijnheer’, had de verkoper gezegd. ‘Hij weegt de was en voelt hoe-ie ’m moet verdelen.’

Maar nu zitten we met een psychisch probleem, want dat krijg je van intelligentie. Kennis vermeerdert smarten, zei Prediker al.

Intelligent is trouwens een groot woord. De eisen die aan apparatuur worden gesteld zijn bescheiden. Ik heb ook een intelligente thermostaat. Fuzzy logic heette dat een paar jaar geleden. Hij (zij?) constateert dat het vandaag een stuk kouder is dan gisteren en begint dan morgen iets eerder met verwarmen. Een mooi idee, maar als het morgen onverwacht zacht is, word je om zeven uur wakker uit heel nare, oververhitte, dromen. Trouwens, als hij zo intelligent is, die wasmachine, waarom praat hij dan in code op zijn piepkleine schermpje? Ik wil een apparaat dat zegt wat er aan de hand is en welke actie ik moet ondernemen. Ik wil bovenal dat hij langer dan vijf jaar meegaat. Of is machinale intelligentie nog onderdeel van een evolutionaire strijd waarin brute dommekrachten het voorlopig winnen van intellectuelen met lcd-schermpjes?

De sensorprint zit netjes vastgeschroefd, maar de voeler hangt los. De resten van een halfvergaan stukje draad zijn nog zichtbaar. Dat is in het vochtig-warme klimaat langzaam gedesintegreerd.

‘En?’ informeert mijn vrouw, als ik weer beneden kom.

‘Misschien’, zeg ik.

Je moet voorzichtig zijn met die dingen. In mijn borst huist een oermens die indruk wil maken op de vrouw, maar ik weet dat de roem die gepaard gaat met handigheid broos is. Daarom mompel ik ook iets vaags en ingewikkelds (‘3D-sensor-printplaat-voeler’) als ze vraagt waar het nou aan lag. Mysterie is de brandstof voor bewondering.

Twee dagen later doet de wasmachine het nog steeds en baad ik in de bewonderende gloed van de gezinsleden. ‘Wat fijn dat we geen nieuwe hoeven te kopen’, zegt mijn vrouw. Dat is wel zo, maar voor ik ging repareren zag ik een heel mooie die muziekjes speelt als-ie klaar is. Het is niet duurzaam, en intelligent zal ik het ook niet noemen, maar liever een amusante hofnar dan de Woody Allen van het witgoed.