Interview met Jakop Ahlbom

‘De naarheid van het leven. Dat vind ik leuk’

Jakop Ahlbom maakt een voorstelling over een treurige goochelaar. Zijn soort van theater heet gemakshalve mime, omdat er acrobatiek, dans, slapstick en illusionisme in gebruikt worden. Maar eigenlijk is het film, live op het toneel.

Jakop Ahlbom werd geboren in Zweden en studeerde in 1998 af aan de Mimeopleiding in Amsterdam. Vielfalt is zijn vierde productie. Het is een stuk over een goochelaar in een sad café, over ‘verdwenen mensen die wachten tot ze weer teruggetoverd worden’. Alles begint met beweging – soms dans, soms acrobatisch – en illusie speelt een grote rol. Ahlbom en zijn medespelers zien tijdens de repetities in zijn grote decor, van een ouderwets café annex woonkamer, doet denken aan die opnamen van Chaplin, repeterend op de set. In stilte eindeloos een beweging herhalen, soms in omgekeerde volgorde, om uiteindelijk een razendsnelle sequentie schijnbaar moeiteloos te kunnen uitvoeren.

Ahlbom zegt zelf dat hij bescheiden is, en een beetje verlegen, en dat hij daar wel eens een beetje last van heeft. ‘Misschien is dat een goede kwaliteit; maar het moet niet in de weg zitten van wat ik eigenlijk ben.’ Bescheiden zijn eigenlijk alleen zijn tengere bouw, en de toon waarop hij praat, want hij spreekt in hoog tempo, en wat hij eigenlijk is, is ambitieus, met een hoofdletter A.

Je bent eigenlijk een circusdirecteur. Je hebt een goochelaar en acrobaten en er zijn clowns, en iedereen doet alles zelf, zoals dat in circusfamilies gaat, ook de paarden en de leeuwen.

Jakop Ahlbom: ‘Ja. Ik ben iemand die veel verschillende dingen wil kunnen, maar ik vind het ook belangrijk dat je één ding heel goed kan. Ik denk dat dat een goed vertrekpunt is.’

Wat is dat ene ding dan?

‘Dat weet ik niet. Nou ja, ik kan goed dingen die… Ik weet niet. Ik heb niet één specifiek ding.

Met alle dingen die ik heb gedaan had ik nooit bedacht dat ik een “theatermaker” zou worden. Ik wou gewoon spelen, en ik denk dat ik goed kan spelen, en ik speel ook veel. Het is toevallig dat ik dingen begon te maken. Op school al, eigenlijk uit noodzaak om de dingen te kunnen spelen die me fascineerden. In het begin was ik ontzettend onder de indruk van Alain Platel, en Lloyd Newsom van dv8, dat soort mensen. Ik heb wel audities gedaan, brieven geschreven, opgebeld. Daar was nooit respons, want ik was gewoon niemand. Ik had wel affiniteit met hun werk, maar ja. Ze konden uit tweehonderd mensen kiezen.’

En dus ben je zelf een Nederlandse theater-maker geworden?

(bedachtzaam) ‘Ja, ja. Ik voel me ontzettend Nederlands, aan de ene kant, en aan de andere kant voel ik me helemaal niet Nederlands, ik val een beetje ertussen. De belangstelling voor het theater begon wel daar, in Zweden, maar vrij snel ging ik daar weg. Ik heb niet echt heimwee naar Zweden. Ik kom er nu terug, ik heb een kind. Ik merk het met de taal, Nederlands, Zweeds, ik weet ’t niet meer zo goed.’

Je hebt dit jaar serieuze subsidie gekregen.

‘Toen ik afgestudeerd was, was ik een “aanstormend veelbelovend talent”, en tot nu toe ging het wel elke keer goed, maar net voordat ze belden over deze subsidie dacht ik: wat moet ik doen? Deze keer kreeg ik alles wat ik had aangevraagd. Dat is heerlijk, niet omdat ik hard sta te schreeuwen “Ik wil die dingen!” maar omdat ik het doe uit een bepaalde noodzaak, en dat is dan toch gezien.’

Is het theater nu niet te klein geworden?

‘Nee, ik ben echt theatermaker, maar als ik dat niet was, zou ik zo naar de Flmacademie gaan. Gewoon films gaan maken. De sprong wagen. Ik zou ook wel de opera willen doen, zo’n kolossaal podium waar alles kan, ik zou musical willen doen, ik zou Joop van den Ende willen opbellen!

Ik zou heel graag film willen maken, en dat goochelen is mijn vertaalslag ervan. Een goocheltruc op film doen heeft geen impact, omdat je de trucage van films kent, en dus vind ik het mooi om die illusie in het theater te doen. Je ziet het, het gebeurt echt, maar je kunt het niet bevatten. Theatertechniek kán dat; ik zou willen dat het nog net één stapje verder gaat, dat het echt een illusie is, dat je écht niet weet… Op zich ben ik tevreden als het effect wordt bereikt, als de suggestie sterk genoeg is, maar beter is dat op bepaalde punten de verklaring gewoon niet te plaatsen is.

Beeldtaal wordt snel symbolisch, iets gaat voor iets staan, en daarmee kun je snel iets vertellen, een leuke scène, gewoon drama waar je in meegaat, maar dat vind ik te makkelijk. Je maakt een scène over een man die zich verwaarloosd voelt en geen andere oplossing weet dan zelfmoord, een man die buitengesloten wordt – maar die buitengeslotenheid zie je direct. Je snapt het meteen. Dat is te makkelijk.’

Daar kun je nu langer over nadenken?

‘Ja. Net als met die goochelaar: nu is het gevaar dat het alleen maar om de trucjes gaat. En dat wil ik niet. Bij de andere voorstellingen schrapte ik dat dan, alleen maar vanwege het trucje. Toen had ik geen tijd, en was ik gedwongen het weg te gooien. Nu doe ik alles om het zo te bouwen dat het een functie heeft, dat verbeelding meer gaat meevertellen.

Ik moet leren dat proces sneller te volgen, en meer gewoon durven bepaalde dingen door te zetten. Dan krijgt het ook meer een handtekening, en ook al is het misschien de foute keus, dan heb je dat godverdomme zelf gedaan. Als ik iets door de situatie laat liggen, dan weet ik niet: heb ik nou meer naar hem geluisterd, of naar haar, of heb ik… dat is een beetje dubieus.’

Maar heb je wel vertrouwen in jezelf?

‘Absoluut.’

Het is er wel?

‘Ja. Ik vind alleen maar dat ik veel meer lef moet hebben. Je moet nieuwe dingen gewoon doen, proberen. Als ik iets moois vind, iets wat ik wil, dan zal ik niet de enige zijn. Onmogelijk. D’r moeten andere mensen zijn – het zal niet iedereen zijn, maar er moeten meer mensen zijn. Je mag je aanpassen aan de situatie, maar je moet dát gebruiken waar jij van houdt. Cliché heet niet voor niets cliché. Kill your darlings, dat is belangrijk. Begin daarmee. Dan zie je zelf hoe je het verder moet aanpassen.’

Ahlboms beeldtaal is, overigens, heel mooi. In Vielfalt speelt alles zich af in een ouderwets café annex woonkamer. Een gezin aan de eettafel. Een man zit stil op een opklapbed, in een kale achterkamer. Edward Hopper, denk je. Buster Keaton, Aki Kaurismaki, Lars von Trier, Alex van Warmerdam. Een absurd hyperrealisme met een melancholieke, nostalgische ondertoon.

Jakop Ahlbom: ‘Ik denk niet aan Hopper. Maar ik houd van kunst, en beeld en filmtaal. Een bepaalde esthetiek. De Zweed Roy Andersson (maker van ‘Songs from the Second Floor’ – kk), dat vind ik fantastisch. Heb ik samen gekeken bij de vorige voorstelling. De camera staat stil, één kader, echte foto’s, je ziet alle details, en daarbinnen gebeurt alles. Het liefst wil ik een voorstelling voor de grote zaal maken met als decor een flatgebouw waarin je meeleeft met het dagelijkse leven van zijn bewoners. Ook wil ik een voorstelling maken over de buren van een man die zijn vrouw vermoordt, en hoe de buren daarmee omgaan.

Ik houd ook ontzettend van David Lynch. Het is doodeng, het is mysterieus, het is ook iets met humor d’r in; dat wil ik ook brengen. Iets wat verboden is, de naarheid van het leven. Dat vind ik leuk. Fascinerend. Moordenaars, mensen die rare dingen doen. Ik zou best een voorstelling over pedofilie willen maken, ook iets wat verschrikkelijk is.

Mijn droom zou zijn: een echte horrorfilm op het podium. Lijkt onmogelijk, maar het zou wel kunnen, in het theater. Dat iedereen het echt benauwd krijgt. Gruwelijk, absurd. Leuk en eigenlijk ook niet leuk, dat mensen niet meer durven kijken: het zou precies dat moeten hebben. Ik vind het goed als het ook leuk is en de mensen gelachen hebben, maar er is meer, meer. Ik wil dat ze ook huilen, dat het een dramatische voorstelling is. Mensen hier willen toch graag vermaakt worden.’

Kon je al goochelen toen je aan ‘Vielfalt’ begon?

‘Nee. Ik ben laat begonnen. Vijf jaar geleden, nu.’

Kun je dat dan gewoon leren?

‘Ja, natuurlijk, iedereen kan dat leren. Ik ben gewoon begonnen met close-up, met de kaarten. Illusies is wat anders, veel duurder, dat zijn ingewikkelde constructies, en de timing daarvan is moeilijk. Maar daar zijn boeken en video’s en zo over. Als je weet waar je de informatie moet halen, dan kun je die halen. Alle Hans Klok-trucs zijn gebaseerd op klassieke gegevens. De doorzaagtruc, dat is een gegeven. Dat is van voor 1800. Ik maak nu deze dingen zelf. Ik heb een goochelaar, Woody Woet, die helpt ook mee.’

Woody Woet?

‘Ja.’

Wat is dat voor goochelaar?

‘Hij doet een beetje van alles. Hij doet niet “Hans Klok”, hij heeft geen eigen show, niet op die manier, hij is meer – hij heeft een restaurant en hij goochelt erbij, net als de meeste goochelaars in Nederland, bedrijfsfeestjes, dat soort dingen, hij past het aan aan de situatie. Hij is boven de veertig. Later begonnen – veel van die mensen zijn op hun dertiende, veertiende begonnen, hij pas op zijn twintigste, geloof ik.’

Zijn het eenzame mannen, goochelaars?

‘Vind ik wel. Hij is wel eenzaam (lacht). Ze kennen elkaar allemaal.’ .

Jakop Ahlbom, Vielfalt. Tournee van
28 september tot en met 17 november.
www.allesvoordekunsten.nl