De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

Drie jaar na de aanslagen in Catalonië

De nabestaanden willen de waarheid weten

De jihadistische aanslagen in Barcelona en Cambrils in 2017 speelden zich af tegen de achtergrond van intense politieke spanningen. Een van de daders, Abdelbaki Es Satty, werd wel heel snel doodverklaard. Speelde hij een dubbelrol?

Bloemen ter nagedachtenis van de aanslag op de Rambla, Barcelona, 18 augustus 2017 © Robin Utrecht / ANP

Halverwege de Rambla in Barcelona knielt een man neer bij het mozaïek van Joan Miró. Hij richt zijn blik naar de grond. Hier moet het ongeveer geweest zijn. Drie jaar geleden alweer.

‘Kijk, hier kwam het bestelbusje tot stilstand’, zegt hij. ‘Paco, de oudoom van Xavi, was nogal corpulent. Zijn lichaam remde het busje af. Paco werd het laatste slachtoffer. Vlak daarvoor werd Xavi aangereden. De botsing slingerde hem vijftig meter weg. Xavi kwam terecht waar je nu die huurfietsenstalling ziet.’ De man blijft nog even naar het mozaïek staren. Voordat hij zich weer opricht, drukt hij een handkus op het plaveisel.

Het is niet de eerste keer dat Javier Martínez teruggaat naar deze plek. Een maand of twee na de terreuraanslag op de Rambla was hij hier ook al even geweest. Hij wilde weten welke gevoelens het bij hem zou oproepen.

Het was de dag waarop hij het speelgoed van Xavi weer kon afhalen bij de politie. Dat was door de politie in beslag genomen en naar het Nationale Hof in Madrid gebracht. Uit protocol, zeiden ze. Nodig om Xavi te identificeren, door vingerafdrukken op het speelgoed te analyseren. Terwijl over de identiteit van Xavi in elk geval geen twijfel kon bestaan, zegt Javier. Hij was die dag samen met zijn moeder en zijn zusje – zij overleefden de aanslag –, had een identiteitskaart en was perfect herkenbaar.

Aan de vooravond van de derde verjaardag van de jihadistische aanslagen op de Rambla en de boulevard van Cambrils in augustus 2017 is het gerechtelijk vooronderzoek afgerond. Het onderzoeksdossier over de aanslagen, waarbij zestien doden en meer dan 150 gewonden vielen uit een veertigtal landen, beslaat veertigduizend bladzijden. Naar verwachting start het proces over enkele maanden.

Twee leden van de terreurcel uit het Pyreneeënstadje Ripoll en een handlanger moeten zich verantwoorden voor het Nationale Hof in Madrid. De overige acht leden van de cel zijn dood, concluderen de openbare aanklager en de onderzoeksrechter op basis van het dossier. Dat geldt dus ook voor Abdelbaki Es Satty, de imam van Ripoll. Volgens het gerechtelijk onderzoek was de 44-jarige Es Satty niet alleen verantwoordelijk voor de planning en uitvoering van de aanslagen, maar ook voor de werving, indoctrinatie en radicalisering van de jonge leden van de terreurcel. Op het moment van de aanslagen waren zij tussen zeventien en 24 jaar. Allen waren van Marokkaanse afkomst.

Over het lot van zeven van hen bestaat geen twijfel. Youssef Aalla kwam op 16 augustus om het leven bij de ontploffing in een vakantiehuis in Alcanar, tweehonderd kilometer van Barcelona. De terreurcel fabriceerde daar explosieven die bedoeld waren voor een serie simultane aanslagen van enorme omvang. Op 20 augustus zouden autobommen moeten exploderen bij het stadion van FC Barcelona, de Sagrada Família en de Eiffeltoren. De ontploffing in Alcanar haalde een streep door dat plan. Dus improviseerden de overgebleven jihadisten een alternatief. Ze besloten de volgende dag met een busje in te rijden op de mensenmassa op de Rambla in Barcelona. Enkele uren daarna zouden ze hetzelfde doen op de boulevard van Cambrils.

In de puinhopen van het huis in Alcanar werden de biologische resten van twee personen gevonden. Via dna-onderzoek werd een van hen geïdentificeerd als Youssef Aalla. Vijf jihadisten werden in Cambrils doodgeschoten door de politie. En Younes Abouyaaqoub, de bestuurder van het busje op de Rambla die in eerste instantie wist te ontkomen, onderging na een klopjacht van vier dagen hetzelfde lot. Hij werd neergeschoten bij een confrontatie met de politie in een dorp op enkele tientallen kilometers van Barcelona.

Maar wat is er precies gebeurd met de leider van de terreurcel, imam Abdelbaki Es Satty? Tot voor kort werd algemeen aangenomen dat hij het tweede dodelijke slachtoffer was van de explosie in het huis in Alcanar. Drie jaar na dato blijkt zijn dood echter lang niet zo zeker als de Spaanse autoriteiten steeds wilden doen geloven. De twijfels komen uit onverdachte bron: het officiële onderzoeksdossier.

Getuigen verklaarden dat zij na de ontploffing de bestelwagen van Es Satty zagen wegrijden

Vier dagen na de ontploffing in Alcanar op 16 augustus 2017 verzekerde het ministerie van Binnenlandse Zaken dat Es Satty dood was. Onderzoeksrechter Fernando Andreu nam die conclusie over en maakte dat 22 augustus bekend. De rechter beriep zich op de ‘analyse van de menselijke resten’ die waren gevonden tussen de puinhopen van het vakantiehuis dat de jihadisten hadden gehuurd. Niemand kon dat tegenspreken, want het vooronderzoek was door de rechter geheim verklaard. De geheimhouding van het dossier werd pas dit voorjaar effectief opgeheven.

Nu blijkt dat rechter Andreu de conclusies van het Nationaal Instituut voor Toxicologie en Forensische Wetenschappen in Barcelona van meet af aan op de kop heeft gezet. Dit instituut, belast met de biologische analyses in deze zaak, stelde in zijn eerste rapport van 21 augustus dat tot dan toe nog niemand geïdentificeerd was. Precies het tegenovergestelde van wat de rechter de volgende dag beweerde. Vanwaar toch die haast van Binnenlandse Zaken en de rechter om Es Satty dood te verklaren?

In een van de vervolgrapporten bevestigt het forensisch instituut de identificatie van Youssef Aalla. Maar het tweede dna-profiel wordt ook daarna nooit geïdentificeerd als dat van Es Satty. ‘In geen geval beschikt ons laboratorium over een identificatie van de eigenaar van profiel twee’, stelt het forensisch instituut in het afsluitende rapport van december 2017.

De politie en de rechter legden de conclusie van de wetenschappers naast zich neer. Ze blijven stug vasthouden aan hun bewering van vier maanden eerder: de dood van Es Satty is door een analyse van zijn biologische resten vastgesteld. Deze resten, niet meer dan een stuk oor, worden in februari 2018 begraven op het gemeentelijke kerkhof van Alcanar. Es Satty is doodverklaard bij decreet.

Javier Martínez en zijn advocaat Jaume Alonso-Cuevillas willen nader onderzoek. Niet alleen omdat hard bewijs voor de dood van Es Satty ontbreekt. In het gerechtelijk onderzoeksdossier staan ook tal van andere feiten die erop zouden kunnen wijzen dat de imam de explosie in Alcanar overleefde.

Volgens getuigen waren op de avond van de explosie vier of vijf mensen in het huis in Alcanar. Het onbekende dna-profiel hoeft dus niet per se van Es Satty te zijn. Tussen het puin werden allerlei spullen van de imam gevonden, maar zijn telefoon niet. Getuigen uit de straat hebben tegenover de politie verklaard dat zij meteen na de ontploffing de witte bestelwagen van Es Satty met hoge snelheid zagen wegrijden. De bestelwagen werd drie dagen later teruggevonden bij de woning van een met de imam bevriende slager in Sant Carles de la Ràpita, niet ver van Alcanar. Na de explosie ontving de telefoon van Es Satty diverse gesprekken die enkele minuten duurden. En ten slotte: de lichamen van alle leden van de terreurcel die omgekomen waren, werden opgevraagd door hun familie in Marokko. Op één na, en niet omdat hij geen familie heeft: Es Satty.

Inmiddels staat het Openbaar Ministerie onder een andere politieke leiding en heeft onderzoeksrechter José Luis Calama de taken van zijn collega Andreu overgenomen. Maar de positie van het OM en de rechtbank is onveranderd: we staan geen nader onderzoek toe. Dat geldt ook voor de troebele relatie tussen het brein van de aanslagen en de Spaanse geheime dienst cni.

Drie maanden na de aanslagen in Barcelona en Cambrils doken in de Spaanse pers de eerste berichten op over ‘contacten’ tussen de geheime dienst cni en Es Satty. cni-bronnen bevestigden tegenover de krant El País dat agenten van de Guardia Civil en de geheime dienst de imam meermalen hadden bezocht in de gevangenis van Castelló. Tussen 2010 en 2014 zat hij daar een straf uit wegens hasjsmokkel.

Es Satty had contacten met jihadisten, zodat de geheime dienst een goede informant in hem zag. Maar tegelijk wisten de Spaanse politiediensten dat hij zelf ook een radicale islamist was. Na het uitzitten van zijn straf in april 2014 stond de imam uitzetting naar Marokko te wachten. Zijn advocaten vochten het uitzettingsbevel aan door twee opmerkelijke documenten te overhandigen: een certificaat dat aantoonde dat hij de voorbije zesenhalf jaar wit gewerkt had (terwijl hij in de gevangenis zat) en een vast arbeidscontract – iets waar miljoenen Spanjaarden alleen maar van kunnen dromen. De rechter trok het uitzettingsbevel in.

Het Spaanse parlement wil de banden tussen de geheime dienst en Es Satty niet onderzoeken

Vorige zomer kwam de onlinekrant Público met een reeks onthullingen over Es Satty die gebaseerd waren op geheime politiedocumenten en bronnen binnen de cni. De papieren die de uitzetting van Es Satty tegenhielden zouden geregeld zijn door de cni. De geheime dienst zou er ook voor hebben gezorgd dat hij imam kon worden in Ripoll. In ruil werd Es Satty informant voor de cni. Kort daarop, in 2015, vormde hij de terreurcel. Tot aan de vooravond van de aanslagen in augustus 2017 hield de cni de leden van de jihadistische cel van Es Satty in de gaten, concludeerde Público met een veelheid aan details op basis van het vergaarde materiaal. Volgens hoofdredacteur Carlos Enrique Bayo wist de cni wat ze van plan waren.

Javier Martínez wil de waarheid weten. Voor zijn gemoedsrust heeft hij het nodig dat de dood van zijn driejarige zoontje op de een of andere manier zin krijgt. De onderste steen moet boven. Maar de kans dat dit in Spanje gebeurt is klein, denkt advocaat Alonso-Cuevillas. Ze hebben daarom een vereniging opgericht, 17AVolem saber la veritat (We willen de waarheid weten over 17 augustus). De vereniging moet fondsen werven om straks processen te kunnen voeren in landen waaruit veel slachtoffers afkomstig waren, zoals Frankrijk, België, Canada en de Verenigde Staten. ‘Al onze verzoeken tot opheldering zijn getorpedeerd’, zegt Alonso-Cuevillas. ‘Ze hebben duidelijk geen zin om tot op de bodem van de zaak te gaan.’

Begin juni ontvingen Martínez en Alonso-Cuevillas de afwijzing van hun jongste verzoek om nader onderzoek naar de dood van Es Satty en de banden van de imam met de geheime dienst. De manier waarop het Nationale Hof het antwoord formuleerde, was opmerkelijk. Martínez baseerde zich volgens het Nationale Hof op een ‘absoluut uit de lucht gegrepen complottheorie om het overlijden van Abdelbaki Es Satty te ontkennen en de geheime dienst erbij te slepen’.

De hoge rechters hadden niet goed gelezen. Martínez en Alonso-Cuevillas ontkennen het overlijden van Es Satty niet. Zij stellen dat er op basis van de harde feiten uit het onderzoeksdossier geen zekerheid bestaat over de dood van de imam. En dat Es Satty als leider van de terreurcel belangrijk genoeg is om zekerheid op dit punt te eisen.

De aanslagen in Barcelona en Cambrils – twee Catalaanse steden – speelden zich af tegen de achtergrond van intense politieke spanningen. Anderhalve maand later, op 1 oktober 2017, zou Catalonië een referendum houden over onafhankelijkheid. Dat was het resultaat van de ongekende groei die de onafhankelijkheidsbeweging in het voorgaande decennium had doorgemaakt. Voor het eerst had het regionale parlement in Barcelona een (krappe) meerderheid van partijen die voor onafhankelijkheid waren. Het idee van een referendum over de band met Spanje genoot echter ook steun buiten de onafhankelijkheidsbeweging, traditioneel het domein van links. Volgens peilingen was tachtig procent van de Catalanen voorstander.

In de rest van Spanje werd ‘de Catalaanse uitdaging’ gezien als een bedreiging van de eerste orde. De Spaanse regering, op dat moment in handen van de rechtse Volkspartij (PP) van premier Mariano Rajoy, had bezworen er alles aan te doen om het referendum te voorkomen. Een van de eerste stappen was om via een klacht bij het Grondwettelijk Hof de stembusgang in Catalonië illegaal te laten verklaren.

In zijn kruistocht tegen het Catalaanse separatisme en voor de eenheid van Spanje kreeg Rajoy steun van de grote Spaanse partijen, de landelijke media en de zakenwereld. Catalonië was immers de economische motor van Spanje en had de op een na grootste bevolking van de zeventien autonome gemeenschappen. Niet alleen stonden er grote belangen op het spel. Het was ook een emotionele kwestie. Het is deze context die de reacties op de aanslagen en de nasleep ervan in hoge mate – en in veel gevallen beslissend – hebben bepaald.

In de propagandaoorlog die al maanden rond de Catalaanse kwestie woedde, was de centrale vraag: kan Catalonië op eigen benen staan? Een uur na de terreuraanslag op de Rambla kreeg deze vraag een nieuwe dimensie. Terwijl Barcelona in een shocktoestand verkeerde en het dodental opliep, kwam de plaatselijke krant El Periódico met een alarmerend bericht. ‘De cia waarschuwde de Mossos (Catalaanse politie – lr) twee maanden geleden voor een aanslag in Barcelona’, schreef het blad dat bekendstond om zijn vijandige houding tegenover het referendum en de onafhankelijkheid. De Amerikaanse inlichtingendienst had zelfs de exacte plek aangegeven: de Rambla. De impliciete boodschap was simpel en voor iedereen te begrijpen: de Catalaanse autoriteiten zijn medeschuldig aan het bloedbad. Het nieuws ging razendsnel de wereld rond en gaf in Spanje aanleiding tot opgewonden commentaren. De Catalaanse regioregering van independentistas is incompetent en niet in staat om de veiligheid van haar burgers te garanderen, was de teneur.

Twee weken later bleek dat het bericht vals was, zoals de Catalaanse autoriteiten steeds hadden volgehouden. Het ‘harde bewijs’ dat de krant uiteindelijk publiceerde, een Engelstalig ‘cia-document’, bleek een knullig gemanipuleerde tekst vol spel- en grammaticafouten die typisch zijn voor Spaanstaligen. Wie achter het valse bericht zat, bleef onduidelijk.

Binnen een week na de aanslagen werd de terreurcel opgerold door de Catalaanse politie Mossos d’Esquadra. Tot ongenoegen van de Spaanse politiekorpsen, die nauwelijks een rol in de zaak hadden gespeeld, leidde dit tot een ongekende populariteit van de Mossos onder de Catalaanse bevolking. Ondertussen bleven de verwijten over en weer vliegen. Spaanse partijen hielden vast aan de beschuldiging dat de Mossos de aanslagen hadden kunnen voorkomen. En de Catalaanse regering wierp tegen dat de Spaanse korpsen op zijn minst onverantwoordelijk waren geweest door hun informatie over imam Es Satty niet te delen met de Mossos.

Intussen blijft de meerderheid van het Spaanse parlement weigeren een parlementair onderzoek in te stellen naar de banden tussen de geheime dienst en het brein achter de aanslagen, Es Satty. Dat is opmerkelijk, zeker na de publicaties van juli 2019 waarin de krant Público onthult dat de imam tot aan de dag van de aanslagen informant was van de geheime dienst. Es Satty speelde vrijwel zeker een dubbelrol. Maar de cni luisterde tot het laatste moment de gesprekken van de leden van de terreurcel af, volgens de bronnen van Público. Als dat klopt en de Spaanse inlichtingendiensten wisten wat de terreurcel van Es Satty van plan was, waarom grepen ze dan niet in? Was het incompetentie? Of liet de Spaanse regering de aanslagen toe om het referendum af te remmen, zoals de linkse onafhankelijkheidspartij cup suggereerde? Of is het allemaal separatistische propaganda? Zolang er geen opheldering komt, zullen dit soort vragen blijven opduiken.

Hoe dan ook, menigeen in Catalonië herinnert zich de omstreden woorden van minister José Manuel García-Margallo van Buitenlandse Zaken. Een jaar voor de aanslagen zei hij dat Catalonië de grootste uitdaging was waar Spanje voor stond. Waarom? ‘Een crisis laat je achter je, een terroristische aanslag kom je te boven, maar het uiteenvallen van Spanje is absoluut onomkeerbaar.’