De nacht

IJdelheid, persoonlijke rancune, een afkeer van Paars. De motieven die Wiegel zijn toegeschreven voor zijn optreden in de Eerste Kamer lopen uiteen maar zijn alle weinig flatteus. Wiegels optreden roept zulke speculaties ook op. Waarom heeft hij, toen hij Kok de hand schudde, hem wel gecomplimenteerd met zijn toespraak en niet verteld dat hij tegen zou gaan stemmen? Waarom heeft hij mede-dissident Van Eekelen bezworen voor het referendum te stemmen? Het voedt de gedachte dat hij domweg in de schijnwerpers wilde staan en liefst alleen. Nu ontkent Wiegel niet dat hij houdt van de publiciteit, maar het is dom zijn optreden daartoe te reduceren. Eigenlijk heeft Wiegel het slim aangepakt. Hoe meer het wegstemmen van het referendumvoorstel wordt gezien als een eenmansactie, hoe moeilijker D66 kan volhouden dat de basis voor het paarse kabinet is weggevallen. Als Van Eekelen ook had tegengestemd, zou er geen lijmpoging zijn ondernomen. Dan had D66 met alle recht van de wereld het kabinet kunnen laten vallen en nieuwe verkiezingen kunnen eisen.

Nu is dat lastiger. En dus heeft De Graaf zich laten verleiden om weer te praten. Maar hoe langer er wordt gepraat, hoe langer de PvdA kan wennen aan een paars kabinet zonder D66. Binnenkort zullen de sociaal-democraten beseffen dat doorregeren met de VVD niet onmiddellijk de rampspoed van het derde kabinet-Lubbers terugbrengt. Toen verpulverde D66 de PvdA met briljant weerwerk van Van Mierlo. Nu moet D66 oppositie voeren tegen plannen waar zij ooit haar eigen handtekening onder heeft gezet. Als Kok III bovendien nog een voorstel voor een consultatief referendum - waar geen grondwetswijziging voor nodig is - door het parlement loodst, staat D66 helemaal met lege handen. Het einde van D66 dreigt. De partij van de democratische vernieuwing wordt ongenadig gestraft voor de stoerheid van haar leider. Maar misschien is dat ook wel terecht, want de partij had nooit moeten proberen de liberale senatoren het keurslijf in te dreigen. Fractiediscipline is slecht voor de democratie. D66 heeft zich laten verleiden om het spel te spelen volgens de klassieke regels. In de Nederlandse politieke cultuur is het gangbaar om tegen elke prijs de eigen gelederen gesloten te houden. Zo zijn al heel wat absurde voorstellen tot wet verheven. Nu was de kans om het anders te doen en de aandacht ook te richten op de senatoren van de oppositiepartijen. Batenburg van de ouderenpartij heeft vorige keer voor het referendum gestemd. Weliswaar omdat hij het, naar eigen zeggen, niet goed had begrepen maar met wat massage van Kok had hij het best nóg eens verkeerd kunnen begrijpen. En ook Hirsch Ballin heeft gezegd dat hij eigenlijk voor het referendum is, maar uit loyaliteit met het CDA tegen stemde. Wat zou het prachtig zijn geweest als Wiegel en Van Eekelen tegen hadden gestemd en Batenburg en Hirsch Ballin hadden gezorgd voor de vereiste tweederde meerderheid. Maar D66 heeft deze politieke vernieuwing niet aangedurfd. Het heeft het oude spel gespeeld en daarin zijn oude meesters als Wiegel nu eenmaal beter. Hij heeft op meesterlijke wijze ingespeeld op de onbedwingbare behoefte van Binnenhof-watchers om achter elke politieke keuze een oneigenlijk motief te zoeken. Hij heeft moedwillig de rol van paljas op zich genomen en zo D66 machteloos gemaakt. Want wie een idioot serieus neemt is zelf idioot.