De nacht valt in petersburg

Zondag 30 augustus, 1$ = 9,5 roebel (Most-bank) LE:

Elf uur ’s ochtends, Petrovski-stadion, Sint-Petersburg.
Konstantin Sytsjov, bandiet, zit op de tribune en kijkt naar het concours hippique.
‘Ik ben een bandiet’, zegt Sytsjov, 'maar daar heb ik niet voor geleerd. Ik ben eigenlijk terrorist. Ik ben opgeleid door de GROe (staatsinlichtingendienst van de Sovjetunie - mdm). Niemand verdient in Rusland zijn brood met waar hij voor geleerd heeft. “Bandiet” is een positief woord: het is iemand die niet met zich laat sollen door de autoriteiten. Maar ik heb nergens last van, hoor. Alles heb ik in dollars opgeborgen en zeker niet bij die hansworsten van de Russische banken. Als het nu zo'n crisis wordt als in Amerika in 1929, dan ben ik Al Capone.’
Sytsjov klaagt dat er voor het bier en de broodjes op het concours betaald moet worden. 'Gisteren was het gratis, maar dat zal wel weer zijn omdat de burgemeester langskwam.’
Maandag 31 augustus, 1$ = 10,35 roebel (Petrovski-bank)
Tien uur ’s ochtends, Polikliniek nr. 2, receptie.
Twee caissières discussiëren over de prijs van een röntgenfoto van de onderrug.
'Kijk, röntgenfoto’s… rug. Tachtig roebel.’
'Maar dat is de hele rug. Dit is alleen de onderrug… dertig.’
'Waarom dertig? Dat is de oude prijs. Waarom staat hier geen nieuwe prijs bij?’
'Dat moest Vera Alexandrovna verbeteren. Is ze de onderrug vergeten?’
De caissière roept over de intercom Vera Alexandrovna op.
'Vera Alexandrovna, wat is de nieuwe prijs voor een röntgenfoto van de onderrug?’
Vera Alexandrovna weet de nieuwe prijs niet. Dat roept ze geërgerd door de intercom.
De andere caissière heeft een oplossing. 'Als de hele rug eerst zestig roebel kostte en nu tachtig, dan zal de onderrug nu ook wel twintig roebel duurder zijn, dus vijftig.’
'Weet je dat wel zeker? Het gaat toch om de relatieve prijs. Een hele rug is groter dan alleen een onderrug. Je moet het in procenten berekenen.’
'Welke procenten? Van de rug of van de roebel?’
Dinsdag 1 september, 1$ = 11,5 roebel (Petrovski-bank)
Twaalf uur ’s middags, wisselkantoor op de Nevski.
Een vrouw staat met een enveloppe roebels aan het loket. Ze moet tweehonderd dollar verzamelen om de huur te betalen.
De beambte barst in een hoongelach uit. 'Dollars? Om te kopen? Natuurlijk niet!’
De vrouw wordt nerveus. 'Waarom zetten jullie dat dan niet op de deur? Nu heb ik een kwartier voor niets gewacht.’
'Ik heb alleen nog honderd Franse francs voor u’.
Woensdag 2 september, 1$ = 12,3 roebel (MDM-bank)
Vier uur ’s middags, een winkel in televisies en huishoudelijke apparaten.
De hoofdverkoper viert zijn verjaardag in de winkel die hij net heeft gesloten. Op de toonbank staan hapjes uitgestald, en veel sterke drank. Hij heft het glas.
'Ik ben heel blij dat jullie hier allemaal zijn, ik hoorde dat de dollar vanavond al 15 roebel wordt. De directeur heeft net gebeld; de winkel zal voorlopig niet meer opengaan, totdat de situatie zich gestabiliseerd heeft. We weten niet wat we moeten doen.’
'Dat weten we wel’, roept een andere verkoper, 'zuipen, op jou, Oleg.’
Het winkelpersoneel en de overige gasten slaan hun glazen achterover.
'We weten echt niet meer wat we moeten doen’, zegt Oleg later. 'Ik kan die prijzen wel omhoog gooien maar daar zitten nogal wat haken en ogen aan. Stel, ik vraag nu voor die televisie tweehonderd dollar in roebels. Dat is dus vandaag zo'n drieduizend roebel. Maar ik moet die televisie weer opnieuw inkopen. Voordat ik in Moskou ben, is tweehonderd dollar alweer vierduizend roebel. Dan maak ik dus verlies. Het is wettelijk verboden om de prijzen in dollars te vragen. Maar het belangrijkste is dat niemand dat spul koopt voor zulke prijzen. De salarissen zijn toch niet gestegen.’
Oleg staart bedrukt naar de kassa naast hem. 'Het is echt heel erg. Het is nog nooit zo erg geweest. We weten niet wat we moeten doen. Het gaat helemaal mis. Maar ja.’
Hij slaat nog een glas achterover en vraagt een meisje ten dans. Ze dansen op Boney M. tussen de wasmachines.
Donderdag 3 september, 1$ = 16,3 roebel (Baltiski-bank)
Zes uur ’s avonds, de markt op de Sennaja.
In de rij voor een kraampje ontstaat ruzie tussen een gepensioneerde man die buiten de rij om geholpen wil worden, en de eerste in de rij wachtenden. Iedereen slaat flessen slaolie in. De man zwaait met een 65+-pasje en huilt bijna. De eerst wachtende geeft geen sjoege.
'Sluit u achter in de rij aan, met uw pasje - we leven niet meer in 1980’.
'Ik ben van de blokkade van Leningrad. Ik heb gevochten. Dit is een schande.’
'We moeten allemaal wachten. U bent toch niet invalide.’
'Ik ben een gepensioneerde, u weet hoe weinig ik heb.’
'We hebben allemaal weinig.’
Vrijdag 4 sepember, 1$ = 18 roebel (MDM-bank)
Twaalf uur ’s nachts, Manhattan-club.
Een band speelt disco-covers, de dansvloer is afgeladen met hossende Russen van middelbare leeftijd.
Sergej, bassist: 'Om de een of andere reden hoor je niets anders meer dan disco. Ik vroeg gisteren aan de mensen van de Port Club of we deze maand konden spelen, maar ze willen alleen maar Pilotage en dat soort bands, dansmuziek. De eigenaar van de Port zei dat de mensen vrolijke muziek willen, vanwege de crisis.’
Edik, zanger: 'Ik heb nooit nagedacht over politiek - tot vandaag. Ik zag Jeltsin op televisie, met Clinton. Ik was toch altijd wel trots op mijn land. En dan zie je Jeltsin…
Toen mijn opa op sterven lag, was hij helemaal dement. Maar ondanks dat had hij toch nog het fatsoen zich behoorlijk te gedragen. Zo'n Jeltsin - dan schaam je je dood. Die man heeft niet eens het fatsoen om zich - zijn mentale gesteldheid daargelaten - te gedragen zoals een president dat betaamt. Clinton spreekt sowieso zonder papiertje. En dan komt die gek van ons, met papiertje, en hij komt niet eens uit z'n woorden, alsof hij net tweehonderd gram heeft gedronken.’
De twee muzikanten roken Loetsj, sigaretten zonder filter uit grijze kartonnen pakjes.
Sergej: 'Iedereen stopt met roken want het is niet meer te doen. Elke dag verdubbelt de prijs zowat; ik kan geen twintig roebel neertellen voor een pakje sigaretten als ik per maand een of twee concerten heb van honderd roebel.
Dit is eigenlijk niet te roken - ik heb zulke troep niet meer gerookt sinds 1985, en toen waren ze nog van een betere kwaliteit.’
Zaterdag 5 september, 1$ = 19,5 roebel (Petrovski-bank)
Twee uur ’s nachts, supermarkt op de Soevorovski Prospekt.
De supermarkt is gesloten - vanwege de 'omprijzing’, zo staat op de deur. Een oude man schopt tegen de etalage. 'Ze zijn de wodka aan het omprijzen. Ik snij ze kapot.’
In een andere supermarkt in dezelfde straat zijn de schappen leeg op wat pakken koekjes, hondevoer en bijna bedorven groente na. Een verkoopster zoekt met een klant in een bak groene aardappels naar de bruikbare exemplaren.
'Ik ben zo bang dat we teruggaan naar 1990, toen alle winkels leeg waren’, zegt ze. 'Dit geloof je toch niet: vorige week lagen de schappen nog vol, en nu is alles weggekocht. De directeur koopt niets nieuws meer in, de laatste dagen. Er is niets te koop, of er is geen geld, ik weet het niet.’
'Sommige prijzen zijn verschrikkelijk gestegen’, zegt de klant. 'Ik zag vandaag zonnebloemolie, die kost nu al vijftig roebel - dat is toch absurd, vijf keer zo veel als vorige week, ik weet ook niet waarom, want sommige andere levensmiddelen zijn weer niet in prijs gestegen. Maar ik ben bang dat ze vanaf maandag allemaal de lucht in gaan. In de stad valt het nog mee, er is nog genoeg te krijgen. Maar mijn moeder woont in de provincie, in het dorpje Kingisep. Ze zei dat daar alle winkels leeg zijn, dus ik ga morgen naar haar toe, om eten te brengen.’
Zondag 6 september, 1$ = 20,1 roebel (Rossiski-kredit)
Vijf uur ’s ochtends, Moskovski-station.
Een dakloze man zit met zijn rug tegen een vuilnisbak geleund en aait een zwarte hond die naast hem ligt.
'Het kan me niets schelen, want ik heb toch niets. Niets plus niets is niets. Ik had wel veel. Ik had een appartement, en dat hebben ze van me gestolen. Ik wilde het verkopen, ik had de papieren ondertekend, maar ik kreeg geen geld. Ze hebben me figa gegeven en toen zat ik op straat. Ik heb in Libië gewerkt, in 1968. We bouwden er huizen, want dat konden ze zelf niet. Ze houden niet zo van alcohol, die moslims. En er was een Bulgaarse vrouw, die had gedronken, en die hebben ze in een put met zout gegooid. Na een paar dagen was ze dood.’
Hij zoekt in zijn zakken, haalt er een sigarettepeuk uit en vraagt om vuur.
'Ze zeggen dat de wodka niet duurder wordt, omdat er anders een opstand komt. Maar er breekt geen opstand uit, nooit meer in Rusland. Er zal nooit meer een opstand uitbreken.’