FILM

De naderende waanzin

Teza

Honger is slechts één keer een direct motief in Teza, een nieuwe film over Ethiopië. Maar in het beeld van een stervende oude man die op een geïmproviseerde brancard onder de starende blik van de hoofdpersoon, een intellectueel, voorbij wordt gedragen, schuilt het hele thematische spectrum van het werk: de tragiek van een Afrikaans land verscheurd door ideologie en machtsmisbruik, én de altijd aanwezige hoop op een betere toekomst.
Regisseur Haile Gerima (1946), een van de bekendste hedendaagse Ethiopische filmmakers, woont en werkt al jaren in Amerika, onder meer als filmwetenschapper. Teza, slechts zijn tweede lange speelfilm in iets minder dan tien jaar, focust op de Ethiopische diaspora in de context van ontwikkelingen in het land sinds de jaren zeventig. Het verhaal begint als Anberber, een jongeman uit een dorpje ergens in Ethiopië, begin jaren negentig na jaren ballingschap thuis arriveert en zijn oude moeder hem in tranen omarmt. Maar in plaats van opluchting en blijdschap maken desillusie en wanhoop zich meester van ‘Anbe’. Overal ziet hij de gevolgen van de burgeroorlog: hongersnood, geweld, uitzichtloosheid en militairen in burger die er een schrikbewind voeren door de jonge mannen van het dorpje te ronselen voor de strijd. Bovendien kampt Anbe met twijfel: past hij nog wel in deze barre wereld na zoveel jaren in het Westen? Zijn moeder huivert geen moment. Wat Anbe nodig heeft, is het uitdrijven van de duivels door een ceremonie met heilig water. Maar Anbe, de man die een vreemdeling is geworden voor zijn eigen mensen, gelooft niet meer in de diepgewortelde verhalen en gebruiken die nodig zijn om ‘herboren’ te worden.
Teza is een prachtige, rauwe film die ook nog visueel imponeert door het innovatieve gebruik van kleur, bijvoorbeeld om het landschap een mystiek karakter te geven, en het wisselen van de filmsnelheid in combinatie met groene en rode filters om in droomsequenties de naderende waanzin in het hoofd van Anbe te symboliseren.
Bijzonder effectief is de structuur van de vertelling: er is iets met Anbe gebeurd, geestelijk en lichamelijk. Maar wat? De geschiedenis van zijn leven en dat van Ethiopië lopen parallel. Via flashbacks, dikwijls ingegeven door momenten van reflectie wanneer Anbe, nu van middelbare leeftijd, ergens op een heuveltje in Ethiopië zit te staren naar het woeste, poëtische landschap, krijgt de turbulente historie van zijn land vorm: de afzetting van Haile Selassie in 1974, de angst voor en het geweld van het Mengistu-bewind, de rode terreur, de hongersnood en uiteindelijk de burgeroorlog. De sterkste scènes in de film zijn die waarin ontnuchtering zich meester maakt van Anbe en zijn vrienden, ooit idealistische, goedgelovige communisten, ook tijdens en na hun opleiding in de DDR, nu vervolgde intellectuelen die juist door hun studie in het Oostblok hebben geleerd zelf na te denken over dingen als vrijheid en gelijkheid.
Een prachtige zonsopkomst kleurt het land goudgeel, maar in Anbe’s gemoed blijft het donker: hij is verscheurd tussen zijn eigen leven, zijn zucht naar kennis en vrijheid, en het gevoel voor zijn land en zijn mensen. Als de plaatselijke leraar van de ene dag op de andere verdwijnt, komt Anbe voor een keuze te staan: is er nog een rol voor hem weggelegd? Heeft het land überhaupt nog uitzicht op een toekomst? De antwoorden op deze vragen liggen onvermijdelijk opgesloten in de diepere waarde van Teza als geëngageerde, psychologische cinema: een overgeleverd verhaal waarvan de restanten uiteindelijk slechts zichtbaar zijn op een grotwand, vermoedelijk ergens in de omgeving van Anbe’s dorp, en die op geheimzinnige wijze de vorm aannemen van kindergezichten.

Te zien vanaf 21 januari