De nationale politie rammelt aan alle kanten

De nationale politie, in 2010 nog het paradepaardje van de VVD, moest en zou er komen. Zo’n beetje alle kritische noten werden genegeerd om deze enorme organisatie erdoor te drukken. En dat lukte oud-minister Ivo Opstelten (VVD), ook dankzij een vrijwel kritiekloze Tweede Kamer. Dat blijkt uit een reconstructie die De Groene Amsterdammer maakte van de politieke schepping van de nationale politie.

Medium large agentcabrio

Er werd in 2012 een financiële risicoanalyse gemaakt door Deloitte, waarin aanzienlijke risico’s werden vermeld. Maar deze werd pas anderhalf jaar later naar de Tweede Kamer gestuurd. Toen was de nationale politie al door het parlement geloodst en sinds een half jaar een feit. De analyse was bedoeld voor de openingsbalans van de politie, en die was nog niet af. Daarom achtte de minister het ‘niet opportuun’ om deze naar de Kamer te sturen, schreef hij in antwoorden aan de Kamer.

De Tweede Kamer nam daar genoegen mee. Een half jaar nadien, in mei 2014, presenteerde de nationale politie haar eerste jaarrekening: een tekort van 114 miljoen euro. Desalniettemin bleef Opstelten beweren dat ‘de nationale politie op koers ligt’. En ook daarmee nam de Kamer genoegen. Het is tekenend voor de manier waarop de nationale politie politiek tot stand kwam. Opstelten had, zo is het gezegde op het departement, drie doelen: de nationale politie, de nationale politie én de nationale politie.

Voor deze reconstructie sprak De Groene met politici, bestuurders en ambtenaren. Daarnaast is gebruik gemaakt van (vertrouwelijke) stukken, rapporten en debatverslagen. Uit vertrouwelijke notulen blijkt onder meer dat een aantal burgemeesters aandrong op eerdere openbaarmaking van de financiële risico’s uit de analyse. Tevergeefs.

Afgelopen september raakte de commissie-Ruys, die onderzoek deed naar de buitensporige uitgaven van de Centrale Ondernemingsraad, de financiële blindheid zijdelings aan. De minister en de Tweede Kamer creëerden financiële (bezuinigingen) en tijdsdruk. ‘Aandacht voor financieel beheer en controle had geen prioriteit, niet op politiek noch op bestuurlijk niveau.’

Oud-minister Johan Remkes (VVD) wilde zelf in 2006 de nationale politie invoeren, toch is hij nu kritisch over de manier waarop het korps is ingevoerd. Hij is sowieso tegen het megaministerie van Veiligheid en Justitie, waar de politie nu onder valt. ‘Het is allemaal veel te veel gericht op de metafoor’, zegt Remkes, die nu commissaris van de Koning in Noord-Holland is. ‘Alsof je met zo’n veiligheidsdepartement meteen een veilige samenleving hebt.’ Reorganisaties, zegt hij, kosten nu eenmaal veel tijd: ‘Al in de voorbereiding moet je alle voors en tegens tegen elkaar afwegen, en daar schort het nogal eens aan. Ook niet slim was dat de nationale politie is ingeboekt als bezuiniging. En Opstelten heeft de neiging een tikkeltje te snel te willen lopen.’