8 mei 1980 - 3 november 2011

De Nationale Strippenkaart

Reizigers zijn gefrustreerd. Ov-personeel kijkt met nostalgie terug. Nu de strippenkaart er niet meer is, is ook een groot deel van het contact met de passagiers verdwenen. ‘Piep, piep, piep. Gek word je ervan.’

Medium einde 44 11 strippenkaart

‘OP DE TRAMHALTE. Vele houders van ongebruikte strippenkaarten hadden zich in postuur gezet, documenten in de aanslag. Daar heerste een gruwelijke atmosfeer. De spanning was te snijden. Eindelijk de tram. Aan boord. Een opgewonden duwen en dringen bij de automaat. En zoals te voorzien was: iedereen had het verkeerd gedaan. (…) Een oude dame barstte in snikken uit en smeekte om genade, opeens welbeseffend dat ze het basistarief niet betaald had. De tram was een toneel van angst, paniek, moord en doodslag.’ Zo sprak Henk Hofland in 1980 in Het VPRO Radiotheater over zijn eerste tramervaring na de invoering van de Nationale Strippenkaart. Vertrouwd als hij was met 'gewoontjes’ of 'een enkele rit’ wist hij zich geen raad met zo'n 'lang blauwachtig stuk karton’. In eerste instantie durfde hij er bij zijn sigarenman niet eens om te vragen. 'Daar begin ik niet an’, zei de man toen Hofland er uiteindelijk toch een wilde aanschaffen. De weerzin tegen het nieuwe betaalsysteem zat diep.
Nu, ruim 31 jaar later, is het einde van de strippenkaart een feit. Vanaf 3 november kan ook in de regio’s Noord-Brabant, Groningen, Drenthe, Utrecht en Eindhoven alleen nog maar met de ov-chipkaart worden gereisd. Opnieuw is er weerzin, nu tegen het chipsysteem. 'Als de strippenkaart wordt afgeschaft, ga ik nooit meer met het openbaar vervoer’, zei een man anderhalf jaar geleden tegen mij in de Amsterdamse tram. Ik werkte daar als conducteur, en deze passagier was niet de enige die dreigde nooit meer in bus, tram of metro te zullen stappen als de chipkaart definitief zou worden ingevoerd. 'Jullie zullen het wel merken. Op een gegeven moment zullen de trams leeg zijn, en dan gaat het GVB zich wel eens achter de oren krabben.’ De man liet zich zijn vertrouwde strippenkaart niet zomaar afpakken. Na vele uitstelrondes was het op 3 juni 2010 dan toch echt zo ver, en werd de chipkaart het enig geldende vervoersbewijs in Amsterdam. Voorzover ik weet reist er geen passagier minder om.
De Nationale Strippenkaart werd in 1980 ingevoerd om de wildgroei aan kaartjes en tarieven per bedrijf en regio een halt toe te roepen. Nederland werd opgedeeld in zones; met de strippenkaart kon de passagier door het hele land reizen en altijd overstappen. Al snel bleek de kaart zeer fraudegevoelig. Niet alleen werd hij op professionele wijze nagemaakt, ook in huiskamers bedachten mensen creatieve manieren om hun kaart zo efficiënt mogelijk te gebruiken. Ze smeerden er wax of lippenbalsem op, zodat ze na afloop van de reis direct de stempel weer konden uitvegen. Of ze knipten alle niet gestempelde strippen uit oude kaarten en knutselden die provisorisch weer aan elkaar. Vooral die laatste truc was uiteraard erg doorzichtig.
Sommige passagiers hadden geen zin in al die ongein en vroegen domweg aan de conducteur of ze niet wat extra kwartiertjes konden krijgen, zodat ze precies genoeg tijd hadden om op één stempel boodschappen te kunnen doen. 'U bent wel erg zuinig’, beet een passagier mij een keer toe. Beteuterd keek hij naar de stempel die ik zojuist had gezet. 'Je collega’s zijn soepeler. Normaal krijg ik altijd minstens half tien.’
Met de invoering van de ov-chipkaart is dit soort gesjoemel verleden tijd. De kaart werkt tot op de minuut nauwkeurig, en er valt niks meer te matsen. Toch zijn ook nu al weer inventieve manieren bedacht om met het nieuwe systeem te frauderen. Met een apparaatje van dertig euro, te koop op internet, kun je je eigen chipkaart hacken om hem vervolgens onbeperkt op te laden. Voor mobiele telefoons is een geluidje ontwikkeld dat identiek is aan het piepje bij het inchecken. Het makkelijkst: direct uitchecken nadat je hebt ingecheckt, zodat je alleen het instaptarief betaalt ('grijsrijden’, werkt niet bij de metro).
De afschaffing van de strippenkaart heeft in Amsterdam geleid tot veel frustratie bij de reiziger. 'Een fucking kutsysteem’, 'maffiapraktijken’ en 'geldklopperij’, zijn enkele termen die ik in mijn periode bij het GVB naar mijn hoofd geslingerd kreeg. Al klagen sommige mensen vanuit hun eigen onvermogen om met veranderingen om te gaan - vaak ook degenen die niet spreken van inchecken maar van afstrippen, inbliepen, uitloggen, klokken en piepen -, terechte kritiek is er ook. Dat een ritje tegen alle beloften in toch echt duurder is geworden met de invoering van de ov-chipkaart. Dat je geen uur meer hebt om over te stappen, maar nog slechts 35 minuten. Dat je niet met meerdere mensen op één kaart kunt reizen. Dat je thuis nooit even kunt checken of je nog genoeg saldo hebt. Dat het als klant jóuw probleem is als een apparaat het niet doet en je daarom niet kunt uitchecken. Dat je als kind of bejaarde alleen recht hebt op reductie als je bereid bent je anonimiteit op te geven.
Niet alleen reizigers zijn gefrustreerd, ook ov-personeel kijkt veelal met nostalgie terug naar een verloren tijdperk. 'Ik mis m'n stempel’, biechtte een collega een tijd geleden aan mij op. Nu de strippenkaart er niet meer is, is ook een groot deel van het contact met de passagiers verdwenen. 'De hele dag hoor je alleen nog maar dat gepiep. Piep, piep, piep. Gek word je ervan.’

Van Jorie Horsthuis verscheen afgelopen week Op de tram: Een jaar als conducteur in Amsterdam bij uitgeverij Ambo