DE ENGELSEN EN PRIVACY

De nationalisering van de burger

Het deert de Britten nauwelijks dat ze met miljoenen camera’s in de gaten worden gehouden. De weerstand tegen het privacybeleid komt van de Lords die zich opwerpen als verdedigers van de oude vrijheden.

TWEE JAAR GELEDEN ging de Britse publicist Ross Clark een grote uitdaging aan: een reis maken van het marktstadje Newmarket in het graafschap Suffolk naar de badplaats Southend zonder te worden gefilmd door veiligheidscamera’s. Wat normaal een paar uur rijden in zuidoostelijke richting zou zijn, werd nu een wereldtocht over landweggetjes en achterafstraatjes, waar het boek The Road to Southend Pier: One Man’s Struggle Against the Surveillance Society de weerslag van is. Net toen Clark dacht dat hij net als Jason Bourne uit het net van de observatiemaatschappij was geglipt, werd hij op beeld vastgelegd toen hij triomferend de pier van de kustplaats op liep.
Clarks knipoog naar George Orwell is er niet voor niets. Het is in het Verenigd Koninkrijk schier onmogelijk om uit het zicht van de camera te blijven. Er staan en hangen naar schatting vijf miljoen camera’s, eentje voor elke twaalf Britten. Een inwoner van Londen wordt gemiddeld driehonderd keer per dag gefilmd. Ze duiken op de vreemdste plaatsen op: in klaslokalen om scholieren en leraren in de gaten te houden, in vuilnisbakken om te controleren of mensen afval scheiden, in natuurgebieden om vervuilers aan te pakken, en verborgen in rozentuinen van psychiatrische klinieken om rokende patiënten terecht te wijzen. Sommige camera’s spreken de burgers toe en andere controleren of mensen wel gewoon lopen. John Cleese als rijksambtenaar op het ministerie van Silly Walks was verdacht geweest. Sterker, er zijn al camera’s die andere camera’s in de gaten houden.
Cameratoezicht is niet het enige terrein waarop de Britten leiders in de wereld zijn. De Britse politie heeft de beschikking over de grootste DNA-database van de wereld en streeft ernaar om van iedere Brit een stukje DNA te hebben. Daar blijft het niet bij. De regering is van plan om een identiteitskaart in te voeren die alle andere kaarten overbodig maakt, eentje waarop zeker vijftig gegevens van de eigenaar staan, tot en met medisch dossier en strafblad. Voor staatssecretaris Malcolm Wicks gaat dat niet ver genoeg. Hij heeft ervoor gepleit chips te implanteren in het lichaam van dementerende bejaarden, om ze, als ze de weg kwijt zijn, te kunnen terugvinden. Kinderen zullen de volgende stap zijn. Gemeenten maken gebruik van een netwerk van informanten die medeburgers aangeven wanneer zij fraude plegen of grof afval langs de spoorlijn neerzetten. Waar 1984 voor Orwell een waarschuwing was, daar is het voor New Labour een handboek.
Van een volksopstand tegen deze inbreuken op privacy is geen sprake. De Britten lijken zelfs te houden van Big Brother, niet alleen van de Endemolversie, net als Winston op het einde van 1984. Een diepgeworteld respect voor de wetgever en een voorkeur voor praktische oplossingen lijken vóór de obsessie te gaan die de Britten van oudsher hebben met privacy, een mind your own business-_mentaliteit, die ervoor zorgt dat je zelden bij mensen thuis komt, en dat je urenlang met iemand kunt praten alvorens de gesprekspartner zijn naam prijsgeeft. Veiligheidscamera’s, de DNA-database en de superidentiteitskaart worden gezien als een TomTom voor de gebureaucratiseerde politie. De geringe weerstand tegen de camera’s heeft te maken met de rol ervan bij het oplossen van schokkende misdaden, van de moord op de peuter Jamie Bulger vijftien jaar geleden tot, recentelijk, het vangen van de seriemoordenaar van Suffolk. Bij dat laatste speelden ook DNA-sporen een cruciale rol.
De slogan ‘Wie niets te verbergen heeft, heeft niets te vrezen’ speelt een beslissende rol bij de acceptatie. Critici, een gezelschap bestaande uit progressieve mensenrechtenactivisten en conservatieven, wijzen echter op enkele belangrijke nadelen. Ten eerste bevatten dataverzamelingen altijd fouten – het blijft mensenwerk. Uit ervaring is gebleken dat hoe dikker de mist van bestanden wordt, des te groter de kans op fouten is. Het koppelen van bestanden, pas sinds een paar jaar toegestaan in het Verenigd Koninkrijk, kan leiden tot kafkaëske tragedies. Bovendien wordt er met bestanden nogal onzorgvuldig omgegaan. In de afgelopen maanden zijn gegevens van de belastingdienst, ziekenhuizen, banken en het Bureau rijbewijzen zoekgeraakt. Daar komt bij dat er in de laatste tien jaar meer dan achtduizend nieuwe overtredingen en misdaden in het wetboek zijn beland, hetgeen de woorden van kardinaal Richelieu – ‘Laat de eerlijkste man zes regels opschrijven en ik vind een excuus om hem te laten ophangen’ – relevant maakt.
De politieke debatten over privacybeleid, of het ‘modificeren van vrijheden’ zoals dat in Newspeak heet, vinden met name in het Hogerhuis plaats, te meer omdat Labour zo’n grote meerderheid in het Lagerhuis heeft dat de meeste debatten hamerstukken zijn. Vanwege hun relatief onafhankelijke status en hang naar het conservatisme hebben de Lords zich daarentegen opgeworpen als wijsgerige verdedigers van de oude vrijheden van de Britten. ‘De _checks and balances
zijn onder New Labour ontmanteld, en de Lords vormen een laatste bastion’, zei de 24ste graaf van Erroll.
De regering is het inmiddels zat dat wetsvoorstellen, vooral op het gebied van privacy en terrorismebestrijding, telkens retour afzender worden gestuurd naar het Lagerhuis en wil het Hogerhuis nu volstoppen met democratisch gekozen ja-zeggers. Dat zou betekenen dat de goed bewaakte weg open ligt naar een wereld waarin elke instelling, tot de reclassering aan toe, is geprivatiseerd, maar de burger zelf is genationaliseerd, een wereld waarin privacy niet aan de burger toebehoort, maar een voorwaardelijk gegeven cadeautje is van een paternalistische overheid.