KUNST

De natuur kijkt naar jou

Serpentine Pavilion

De Zwitserse architect Peter Zumthor bouwde dit jaar het paviljoen van de Serpentine Gallery in Kensington Gardens, Londen. Een prestigieuze opdracht. De traditie begon in 2000 met een feesttent van Zaha Hadid, daarna volgden Libeskind, Toyo Ito, Niemeyer, Gehry, Eliasson, Koolhaas, Nouvel. De crème de la crème. Het aardige is dat het voor die architecten altijd de eerste keer is dat ze in Groot-Brittannië bouwen; bovendien impliceert ‘paviljoen’ behalve tijdelijkheid ook een lichte feestelijkheid, en de meeste uitvoeringen kwamen in die geest tot stand, als speelse ruimtes, soms theatraal, soms provocerend-experimenteel, maar vooral als pure architectuur, met plezier bedacht en gebouwd, voor de zomer, niet voor eeuwig.
Zumthor geldt als een soort architect-asceet, die hoog in de Alpen in Graubünden kantoor houdt en zeer selectief is in het aanvaarden van opdrachten. Zijn paviljoen is sereen en streng. Van buiten is het een harde zwarte rechthoekige doos zonder enig detail. De bezoeker komt in een donkere kloosteromgang terecht, een overgangszone die leidt naar een stille open ruimte met een tuin van zo'n dertig bij vier meter. Zumthor noemt het een 'hortus conclusus’, wat verwijst naar oude kloostertuinen, maar ook naar de gewoonte van zijn Zwitserse medebergbewoners om in de alpenweiden groentetuinen af te schermen van het vee. Dat gebeurt hier ook, in de wijdere ruimte van het park van Kensington Gardens, die weer overgaan in Hyde Park: een kleine contemplatieve ruimte, separaat in het grotere landschap dat weer is afgescheiden van de bebouwde heksenketel, de stad. De enige kleur is het blauw van de bank die de tuin aan vier zijden omringt; alle ogen zijn gevestigd op de planten.
Zumthor zei iets te willen maken waar je niet 'naar de natuur zit te kijken’, maar waar 'de natuur naar jou kijkt’, en daarvoor had hij een verzameling 'gewone’ planten nodig, zoals je die, zei hij, achter in de tuin tegenkomt, of ergens in een steeg. Daarvoor is maar één tuinman: de Nederlander Piet Oudolf uit Hummelo. U weet ’t misschien al, maar deze Oudolf is in de wereld van tuin- en landschapsarchitectuur op z'n minst net zo beroemd als Zumthor, Hadid en Koolhaas bij elkaar. In Nederland is dat anders - ons zegt het weinig dat iemand de gouden medaille en de titel Best of Show op de Chelsea Flower Show wordt verleend; toch is dat zoiets als Wereldkampioen Tuin worden in een land waar elke burger de Astrantia major 'Claret’ van de Monarda 'Jacob Cline’ kan onderscheiden. In Engeland wordt Oudolf naar verluidt op straat herkend.
Oudolf is voorman van een beweging die, om het plat te zeggen, de 'softe porno’ van de bloem en de kleur heeft afgezworen ten gunste van de vorm en structuur van een plant en diens verschijning in álle seizoenen. Bij Oudolf gaat het om silhouet en textuur, om het 'skelet’ van planten, om schoonheid die dieper ligt dan alleen die korte fase van bloei. Daarin heeft hij school gemaakt. Oudolf legde tuinen aan in Potters Fields (naast het Londense stadhuis), bij de Biënnale van Venetië, in Battery Park, New York en hij beplantte de populaire High Line aldaar, de briljante transformatie van een oud metrospoor in een wandelpark. De combinatie met Zumthors sobere stilte is fenomenaal. Ik ben een leek op het gebied van planten, maar in die afgesloten ruimte staan Oudolfs eenvoudige grassen en bescheiden bloeiende planten zeldzaam intens tegenover je, met een integere, kalme aanwezigheid die werkelijk zeer bijzonder is. Je kunt er thee bij drinken en je boek lezen. Zo zou je elke tuin willen zien.

The Serpentine Gallery, Kensington Gardens, t/m 16 oktober. www.serpentinegallery.org, www.oudolf.com. Lezing online van Zumthor in Centre Pompidou. Boek: Piet Oudolf, Noël Kingsbury: Piet Oudolf: Landschap in Landschap (Architectura & Natura)