Freudiaans Londen

De nazaten van de dokter

De nakomelingen van Sigmund Freud duiken in Londen op in de top van de politiek, het zakenleven, de journalistiek, de jeugdzorg en, tot het overlijden van Lucian Freud, de beeldende kunst. Een topografie van freudiaans Londen.

MET HET OVERLIJDEN van Lucian Freud op 20 juli is Londen de nestor van haar voornaamste dynastie verloren. Natuurlijk, de Britse hoofdstad heeft de Johnsons, de Goldsmiths en de Rothschilds, maar geen familie is zo wijdverspreid aanwezig als de Freuds. De nakomelingen van Sigmund duiken op in de politiek, het zakenleven, de beeldende kunst, de journalistiek, de jeugdzorg en de letteren. De psychoanalyse is nooit ver weg. Sigmund Freud emigreerde in 1938 vanuit Wenen naar Londen, kort nadat Oostenrijk door Adolf Hitler was opgenomen in Groot-Duitsland. De grondlegger van de psychoanalyse werd als een beroemdheid onthaald. Brieven gericht aan ‘Dr Freud, Londen’ kwamen op het juiste adres aan, eerst op 39 Elsworthy Street nabij Regents Park, en later op 20 Maresfield Gardens, Hampstead, waar hij in 1939 zou overlijden. Op deze plek staat thans het Freud Museum, de meest tastbare erfenis van Freud in Londen.

Zijn zesde en laatste kind, Anna, had hier tijdens de oorlog de Hampstead War Nursery opgezet, een opvangcentrum voor jonge oorlogsslachtoffers. Een groot deel van haar verdere leven ging ze zich bezighouden met de problemen van sociaal achtergestelde kinderen, het bestuderen van geestelijke stoornissen en problemen bij de ontwikkeling van kinderen. De kinderloze Anna stierf in 1982, kort na de publicatie van haar verzamelde werken. Haar expertisecentrum bestaat nog steeds, naast het museum.

Freuds oudste zoon Jean-Martin, een financieel jurist, was kort voor zijn vader naar Londen gekomen, waar hij tot zijn dood in 1967 zou blijven wonen. Samen met zijn oudste zoon Walter werd hij aan het begin van de Tweede Wereldoorlog in een interneringskamp geplaatst, net als de meeste andere onderdanen van vijandelijke naties. Na een half jaar onder erbarmelijke omstandigheden te hebben geleefd kwamen ze weer vrij.

Dankzij zijn kennis van de Duitse taal kreeg Walter de kans om als geheim agent te werken. In het voorjaar van 1945 werd hij gedropt in Zuid-Oostenrijk, om achter de linies bewijzen te verzamelen die later konden worden gebruikt bij de berechting van oorlogsmisdadigers. Omdat de piloot de bergen wilde ontwijken, werd Walter op drie kilometer hoogte geparachuteerd in plaats van de voorgeschreven vierhonderd meter. Documenten over zijn missie zouden worden opgeslagen in het Imperial War Museum en zijn avonturen zijn te lezen in Freud’s War. Na de oorlog ging Walter als chemisch ingenieur werken voor BP en zou de familie-eer tot aan zijn dood, in 2004, blijven verdedigen. Toen de BBC in de jaren tachtig een dramaserie uitzond waarin gesuggereerd werd dat Sigmund een affaire had met zijn inwonende schoonzus Minna schreef hij aan een krant: 'Tante Minna, as we called her, was, without wishing to be unkind in my turn to someone unable to answer back, a long way from being the sensual, intelligent creature portrayed in the television series. My grandfather would have found her infinitely resistible.’ Walters zoon David maakte, na te hebben gewerkt als columnist voor The Financial Times, carrière in de Londense City. Hij was betrokken bij de beursgang van de Eurotunnel en Eurodisney, hetgeen hij heeft beschreven in het boek Freud in the City. Ondanks zijn betrokkenheid bij de slecht afgelopen privatisering van de spoorwegen kreeg David, die regelmatig zwemt in de vijvers van Hampstead Heath, van Tony Blair de opdracht om een blauwdruk te maken voor de modernisering van de verzorgingsstaat. Er werd niets met zijn adviezen gedaan en een jaar geleden lijfde de Conservatieve Partij David in. Momenteel zit de 61-jarige in het Hogerhuis als Baron Freud of Eastry.

DE LONDENSE FREUD-DYNASTIE heeft zijn wortels in 1933. Na Hitlers machtsovername en door het toenemende antisemitisme besloot Ernst Ludwig Freud Berlijn te ontvluchten. Met zijn vrouw Lucy en drie kinderen Stephen, Lucian en Clemens ging Sigmund Freuds middelste zoon wonen in de statige buurt Mayfair. Stephen zou een anoniem bestaan gaan leiden als ijzerhandelaar, fanatiek gokker op paarden en liefhebber van poezen. 'Tijd die je doorbrengt met poezen is nooit verspild’, zoals zijn opa reeds had beweerd. Zijn twee jongere broers, daarentegen, groeiden uit tot nationale bekendheden. Dat deden ze geheel afzonderlijk van elkaar. Lucian en Clemens hadden in hun puberjaren ooit een hardloopwedstrijd gehouden in Green Park. Clemens leek te gaan winnen, waarna Lucian 'Stop de dief’ riep en zijn snellere broertje werd overmeesterd door een voorbijganger. Sindsdien hebben de twee geen woord meer met elkaar gewisseld. Ze zouden jarenlang lunchen bij dezelfde cafetaria in Marylebone, maar wisten elkaar keurig te ontlopen. Lucian weigerde door de koningin, een van zijn geportretteerden, te worden geridderd omdat Clemens al een lintje had.

Voor Clement Raphael Freud - hij had zijn voornaam verengelst - vormde het ridderschap een beloning voor een gevarieerde levensloop, gedocumenteerd in de autobiografie Freud Ego. Hij was restaurantcriticus (de besprekingen zijn verzameld in de bundel No-one Else Has Complained), jockey, clubeigenaar, afgezant bij de naziprocessen in Neurenberg, Kamerlid en televisiepersoonlijkheid. Onvergetelijk was zijn reclamespotje voor hondenvoer, waarbij 'Sir Clement Food’ teleurgesteld vertelt dat de naast hem gezeten hongerige hond Henry liever blikvoer eet dan een culinair hoogstandje.

Zijn eerste toespraak als Liberaal Kamerlid handelde over de povere kwaliteit van de wijn in de parlementsgebouwen. Later zou deze excentrieke politicus zich ontwikkelen tot een voortreffelijke vertegenwoordiger voor de kiezers van de Isle of Ely. Volgens zijn zoon Matthew, die zijn vierde verjaardag omringd door Bunny Girls vierde in papa’s Playboy Club, wilde zijn vader voortdurend bewijzen dat hij niet beroemd was wegens zijn achternaam. 'Clay’ overleed twee jaar geleden op 84-jarige leeftijd.

De 48-jarige Matthew staat bekend als een oprichter van Freud Communications, in 1983 ontstaan op een zolderkamertje met drie telefoonlijnen en een kat. Een kwart eeuw later behartigt het pr-bureau de belangen van onder meer Pepsi, Nike en New Labour. Om laatstgenoemde klant populair te maken, verspreidde Matthew onder meer de boodschap dat Spice Girl Geri Halliwell gecharmeerd is van Cool Britannia. Hij trouwde met, en scheidde van, de latere schoonzus van prinses Diana en hij heeft een buitenhuis op het landgoed Blenheim Palace. 'St. Matthew of the Shadows’ vormde de ontbrekende schakel tussen het verstandshuwelijk tussen Tony Blair en Rupert Murdoch, met wiens dochter Elisabeth hij getrouwd is. Matthews naam dook de afgelopen weken regelmatig op tijdens het afluisterschandaal, te meer omdat zijn huizen in Londen en de Cotswolds immers een soort privé-restaurant vormen voor the Great and the Good. Omdat hij met alle politieke winden mee waait zijn nu vaak Conservatieve ministers te gast, alsmede uiteenlopende personages als Jeremy Clarkson, Lily Allen en Peter Mandelson.

Matthews talent voor mediamanipulatie werd tien jaar terug belicht in de documentaireserie The Age of the Self, waarin Adam Curtis een verband legde tussen de psychoanalyse en de verborgen verlangens van de massa’s binnen de consumptiemaatschappij. Interessant detail is dat Sigmund Freuds neef Edward Bernays in Amerika de grondlegger van de marketing zou worden en bijdroeg tot de erotisering van zowel automobiel als sigaret. Een van Matthews projecten was het lanceren van Four Weddings and a Funeral, de filmkomedie die werd geschreven door zijn zwager Richard Curtis, echtgenoot van de televisiepresentatrice Emma Freud.

TERWIJL CLEMENT zich met van alles bezighield, richtte zijn oudere broer Lucian zich maar op één ding: schilderen (afgezien van het versieren van vrouwen). Dat was niet wat zijn vader, een architect, voor ogen had. 'Je verdient het niet om als kunstenaar te leven’, kreeg de jonge Lucian te horen toen hij zijn toekomstdroom openbaarde. Freud groeide uit tot de grootste Engelse schilder van de twintigste eeuw, mede doordat hij trouw bleef aan figuratieve kunst en alle abstracte modes als de pest meed. Kenmerkend voor Lucians stijl is zijn belangstelling voor mens en dier. De laatste interesse deed hij op aan de alternatieve, landelijke kostschool Dartington Hall waar Ernst zijn kinderen naartoe had gestuurd.

Lucians werkwijze heeft iets weg van een psychoanalyse met een kwast, waarbij modellen uren (in één geval zelfs 2400 uur) op bed, stoel of sofa doorbrengen. Veelal naakt. Hij trok de ziel als het ware uit het menselijke vlees. In zijn prachtige boek Man with a Blue Scarf: On Sitting for a Portrait with Lucian Freud schreef kunstcriticus Martin Gayford dat hij tijdens de eindeloze sessies als model voor de schilder vaak moest denken aan Sigmunds Analyses Terminable and Interminable, met name aan het laatste.

Lucian leidde, zeker in zijn jonge jaren, een Pimpernel-achtig bestaan, heen en weer bewegend tussen de low-life in Paddington, waar hij woonde, en de high-life in de binnenstad. Hij kon een dag beginnen met een ontbijt tussen de stratenmakers in een cafetaria, gevolgd door schilderen in zijn bouwvallige studio, een middag drinken en gokken in Soho, een diner met de Hertog van Devonshire (zijn beschermheer) en een bezoek aan een nachtclub. Hij trouwde onder anderen met Lady Caroline Blackwood, de dochter van de Vierde Markies van Dufferin. Zij zou later hertrouwen met de dichter Robert Lowell, die in 1977 dood in een New Yorkse taxi werd gevonden met Freuds schilderij van de jonge Caroline in zijn handen.

Waar de kinderen van Clement terecht zijn gekomen in de reclame- en de televisiewereld, daar volgen de kinderen van Lucian een artistieke koers. Bella Freud is een modeontwerpster wier modelijn een hoog tom-boy-gehalte heeft. Daarnaast heeft ze een voorliefde voor uniformen. Ze werkte onder Vivienne Westwood en maakte, zoals een journalist het verwoordde, 'retro minidresses with very Freudian puffed sleeves’. Lucians bekendste dochter is Esther Freud, wier debuutroman Hideous Kinky, over haar wilde jeugd in Marokko, hoge verkoopcijfers haalde. Haar echtgenoot is Dr Who-acteur David Morrissey. Zijn dochter Susie is eveneens schrijfster, maar nam bij wijze van uitzondering de naam van haar moeder over en niet van haar vader.

Hoeveel wettige en vooral onwettige kinderen Lucian precies heeft nagelaten is onbekend, maar het zijn er op z'n minst dertien. Tot deze nakomelingen behoren de zogeheten 'Forgotten Freuds’, de vier kinderen uit Lucians affaire met zijn babysitter Katherine McAdam. Drie van hen zijn schilder geworden. Dochter Jane heeft een tijdje als 'kunstenaar in residence’ in het Freud Museum gewoond, een tijd waarin ze de tentoonstelling Dead or Alive organiseerde. Haar zusje Lucy, die haar vader voor het laatst heeft gezien toen ze vijf jaar oud was, exposeerde onlangs op het Wimbledon College of Art. Ze maakte onder meer een denkbeeldig familieportret, met Sigmund op de achtergrond, daarvoor haar opa Ernst, daar weer voor Lucian en op de voorgrond zijzelf, als een silhouet.

Het freudiaanse gedachtegoed heeft nooit echt weten te wortelen in Engeland, waar de filosofisch uitgedaagde bewoners de droomduiding toch voornamelijk als amusement beschouwen en het in zoverre met Freud eens zijn dat een sigaar soms gewoon een sigaar is. De ware freudiaanse erfenis bestaat uit een keur van kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen, waarvan de meeste een succesvol bestaan leiden, al dan niet geholpen door de achternaam. In zijn laatste brief voor zijn dood schreef Sigmund aan de bevriende schrijver H.G. Wells dat hij als puber erover had gefantaseerd om in Engeland te gaan wonen teneinde een echte Engelsman te worden. Hij zou er inderdaad gaan wonen (om redenen die hij niet voor mogelijk had gehouden) maar voor het laatste ontbrak hem de tijd. Zijn nakomelingen zijn er prima in geslaagd.