DE TABOES VAN HET DEMOCRATISCH DEBAT

De Nedercult voorbij

Het multiculturele ongemak is nog lang niet opgelost. Politici en ‘opinieleiders’ maken van het democratisch debat een hysterische vertoning en ondergraven daarmee de democratie.

WAT GEBEURT ER MET MENSEN als de sociale omgeving waarin ze leven vernietigd wordt? Als alles wat bekend en veilig was er niet meer is? Het overkwam de inwoners van Zuid-Limburg toen de kolenmijnen sloten. De sociale infrastructuur, die grotendeels rond de mijnen was georganiseerd, werd weggevaagd. De werkloosheid nam enorm toe en veel plekken waar men elkaar ontmoette, zoals de gezelligheidsverenigingen die door de mijndirecties waren opgezet, hielden op te bestaan. Het overkwam ook de inwoners van Oost-Berlijn toen na de val van de Muur de sociale infrastructuur van de oude DDR verdween.

Een bekend voorbeeld uit de Nederlandse geschiedenis is de kolonisatie van Nieuw-Guinea. Door de komst van de blanken werden veel oude gemeenschapsverbanden vernietigd. Duizenden Papoea’s werden gedwongen op de plantages te werken, hadden geen contact meer met hun dorpsgenoten, hun stam en cultuur en leefden in barakken. In de dorpen waar zij vandaan kwamen, ontstond een tekort aan arbeidskrachten, nam de agrarische productiviteit af en er ontstond hongersnood. De Nederlandse kolonisatie leidde tot sociale, culturele en economische desintegratie, die uitmondde in de ‘Vailala-razernij’.

In zijn studie Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde (1961) beschrijft theoloog en godsdienstpsycholoog Fokke Sierksma de gebeurtenissen: ‘Het gehele gebied langs de Koraal-Zee en het daarachter liggende binnenland leken in 1919 één gekkenhuis. (…) Niemand werkte meer. Zwarte arbeiders wandelden zo maar de kamers van hun meesters binnen en sloegen daar wartaal uit. (…) De mannenhuizen, in oude en nieuwe tijd heiligste der heiligen, werden door opgewonden mannen geopend. (…) De mensen bleven bevangen door een geest, die zij zelf niet kenden, maar die hen dwong te breken met het leven dat zij vóór 1919 hadden geleefd. Had de profeet immers niet gezegd, dat een zwarte huid waardeloos was en dat de Papoea’s een blanke huid zouden krijgen? De profeet had trouwens nog veel meer gezegd. De voorouders zouden op aarde terugkeren en grote rijkdommen met zich meebrengen. Er zou een nieuwe tijd op aarde aanbreken. Er waren al Papoea’s die met eigen ogen het schip met de voorouders voor de kust hadden zien liggen en met eigen oren de ankerkettingen van het schip hadden horen ratelen. Men maakte zich dan ook gereed voor de grote dag.’

Deze Vailala-razernij is een mooi voorbeeld van een cargocult: het geloof dat er een groot schip zal arriveren met voedsel en wapens (cargo) om de blanken eruit te zetten en zo de status quo ante te herstellen. Sierksma noemt een aantal kenmerken van een cargocult. Ten eerste wordt een kosmische catastrofe aangekondigd die voorafgaat aan de door de profeet voorspelde nieuwe wonderwereld. Ten tweede is er sprake van een collectief autisme: men raakt ‘in zichzelf opgesloten’ en leeft van wensfantasieën. Alle informatie wordt gezien als bewijs van het eigen gelijk. Alle verschijnselen wijzen in de richting van die ene oplossing voor alle sociale problemen. Ten slotte treden personen met een instabiele, ‘hysterische’ persoonlijkheidsstructuur op als charismatische leiders. De cargocult is een pathologisch antwoord op een plotselinge en extreme vorm van sociale desintegratie; het ‘schip met geld en wapens’ is een deus ex machina die de misère, de vernedering en de sociale desintegratie in één klap zal opheffen en de oude samenleving in ere herstelt.

Niet letterlijk natuurlijk, maar de kenmerken van de cargocult van de Papoea’s zijn ook in de Nederlandse samenleving aanwijsbaar. Er is sprake van een Nedercult. Voor autochtonen zijn, met name na 9/11, de islamisering van Nederland of de verwachte immigratie uit Oost-Europa de komende catastrofe, waaruit de angst voor alles wat ‘anders’ is voortvloeit. Oude sociale verbanden worden vernietigd en alleen door een herstel van de Nederlandse cultuur en het verbannen van de islam uit Nederland kunnen de problemen worden opgelost. Ook inwoners van Nederland met een niet-Nederlandse achtergrond beschouwen de bedreiging van de eigen cultuur trouwens als een catastrofe. Veel moslims bijvoorbeeld vrezen dat ze hun godsdienst niet kunnen uitoefenen.

HET ‘COLLECTIEF AUTISME’ zien we in de Nedercult bij zowel autochtonen als allochtonen terug als sociaal isolement, dat radicalisme en extremisme bij de diverse bevolkingsgroepen bevordert. Verder hebben tegenstanders van de multiculturele samenleving het democratisch debat een hysterische wending gegeven. Wat de charismatische leiders betreft: het charisma van Pim Fortuyn was onomstreden en politici als Rita Verdonk en Geert Wilders trekken veel kiezers door de aard van hun leiderschap.

In de Papoea-cargocult openden hysterische mannen de mannenhuizen, het heiligste der heiligen, en openbaarden de sacrale fluiten en maskers die geen enkele vrouw ooit had gezien. De kern van de cultuur werd te grabbel gegooid. Zo erg is het in Nederland nog niet, maar de democratische samenleving staat wel onder druk. Het politieke vertrouwen in Nederland daalt. Dit wordt duidelijk als gegevens uit de Nationale Kiezers Onderzoeken van 2002 en 2006 naast elkaar worden gezet. In 2002 had 32 procent van de Nederlandse kiezers geen of weinig vertrouwen in het parlement; in 2006 was dat 38 procent. In 2002 had 83 procent van de kiezers vertrouwen in de democratie, tegen 77 procent in 2006. Door de kredietcrisis is ook het economisch vertrouwen naar een dieptepunt gedaald. Nederland is een low trust-land geworden.

Veel van het Nederlandse onbehagen spitst zich toe op kwesties rond de multiculturele samenleving. Uit onderzoek van de Amerikaanse politicoloog Robert Putnam en de Nederlandse sociologen Jaap Dronkers en Bram Lancee blijkt dat etnische diversiteit in een samenleving op de korte termijn leidt tot sociale desoriëntatie en ‘schildpaddengedrag’: mensen trekken zich op hun eigen eiland terug en bezien de sociale omgeving met wantrouwen. Ze ervaren een sociaal isolement en in dit isolement wordt de boze buitenwereld steeds bozer. Allochtone Nederlanders en autochtone Nederlanders voelen zich psychologisch onveilig. De multiculturele samenleving krijgt de schuld van deze situatie. Een meerderheid van de inwoners van Nederland heeft het gevoel dat ze gediscrimineerd worden en slachtoffer zijn van een onrechtvaardige, onoverzichtelijke maatschappij. Dit leidt tot passiviteit, starheid en het onvermogen om de omgeving met een genuanceerde blik te bekijken. In de politiek mondt dit uit in een overtrokken debat over ‘de’ Nederlandse cultuur, over Marokkaanse ‘straatterroristen’ en over ‘extremistische’ moslims.

De hysterie in de Nedercult is de regelmatige overschrijding door politici, columnisten en ‘opinieleiders’ van de grenzen van het democratisch debat. In de democratie zijn er drie ‘taboes’ die ervoor moeten zorgen dat conflicten op een geweldloze manier worden opgelost: men mag niet oproepen tot geweld; men mag leden van de politieke gemeenschap niet uitsluiten, en de menselijke waardigheid van deelnemers aan het debat moet altijd worden gerespecteerd. Deze regels werden en worden, vooral door en in reactie op radicale tegenstanders van de multiculturele samenleving als Pim Fortuyn, Theo van Gogh, Ayaan Hirsi Ali, Rita Verdonk en Geert Wilders, regelmatig met voeten getreden. ‘Jongerenimam’ Ab-dul-Jabbar van de Ven schendt de ‘geen-geweldsregel’ als hij hardop hoopt dat Wilders zal sterven. Verdonk schendt de ‘geen-uitsluitingsregel’ als ze aan een orthodoxe moslim met de Nederlandse nationaliteit, die vrouwen niet de hand wil schudden, vraagt waarom hij in Nederland blijft. En Van Gogh schond de menselijke waardigheid van moslims door ze voortdurend met ‘geitenneukers’ te vergelijken. Veel schendingen van de taboes op het democratisch debat zijn overigens subtieler. Met name het betitelen van tegenstanders als ‘politiek correct’ of ‘racist’ is een verhullende manier om niet met mensen in discussie te willen gaan. Vooral de Volkskrant en NRC Handelsblad hanteren deze vorm van uitsluiting. Een groot deel van de Nederlandse cargocult woedt in de hoofden van het ‘intellectuele’ gedeelte van de bevolking.

Het sociale isolement in de samenleving maakt partijen als Trots Op Nederland (TON) en de Partij Voor de Vrijheid (PVV) populair. Zij bieden met hun nationalisme een aantrekkelijk alternatief voor het collectieve autisme in de Nedercult. Door het verdedigen van ‘de’ Nederlandse cultuur (‘het schip met voorouders’) geven ze mensen het gevoel bij een fictieve, want verdwenen, gemeenschap te horen. Ze geven een monocultureel alternatief als antwoord op sociaal isolement en sociale desoriëntatie. Verdonk en Wilders hebben niet de neiging om het autisme en het hysterische debat in de Nedercult te bestrijden. Zij winnen er immers Kamerzetels mee. Andere politici proberen de cult niet te keren. Sterker nog, zij roepen – denk aan Wouter Bos en de onlangs verschenen PVDA-integratienota – expliciet en impliciet op tot meer polarisatie en generalisatie in het integratiedebat. Deze onverantwoordelijke houding van de Nederlandse politieke elite komt voort uit egocentrisme. Trendsettende en trendvolgende politici willen uiteindelijk maar één ding: zo veel mogelijk Kamerzetels. Alleen op het moment dat hun elitepositie verzekerd is, zijn ze bereid om genuanceerde discussies te voeren en politieke compromissen te sluiten. Een zekere positie is in de cargocult echter niet meer aan de orde. De Nedercult heeft een einde gemaakt aan een lange periode van electorale zekerheid voor Nederlandse politici.

In de Nedercult zijn het vooral Nederlandse moslims die onder vuur liggen; TON en de PVV richten hun pijlen vooral op hen. De islam wordt gezien als een bedreiging voor de democratie en veel mensen maken zich zorgen over de politieke integratie van Nederlandse moslims. Men vraagt zich af of de moslims zich wel genoeg identificeren met Nederland en of ze wel de democratische normen en waarden onderschrijven. Een film als Wilders’ Fitna stelt de islam gelijk aan geweld en als fundamenteel tegenstrijdig met de democratie.

Dit blijkt reuze mee te vallen. Als reactie op de cargocult zien we vooral een democratisch antwoord van allochtone Nederlanders. De politieke participatie bij gemeenteraadsverkiezingen stijgt. Aangezien politieke participatie identificatie met Nederland en democratische opvattingen bevordert, stijgt hiermee de politieke integratie van moslims. Het is maar een zeer klein deel van de moslimbevolking dat een andere reactie vertoont. Bij hen stijgt de gevoeligheid voor radicalisme en extremisme. Dat komt door het sociale isolement in etnische gemeenschappen. Dezelfde factor die de populariteit van TON en de PVV verklaart, beïnvloedt ook de gevoeligheid voor radicalisme en extremisme onder een kleine minderheid van de Nederlandse moslimbevolking. De Nederlandse cargocult zit daarmee in een vicieuze cirkel: sociaal isolement bij de autochtone Nederlanders leidt tot psychologische onveiligheid bij de moslimbevolking. Psychologische onveiligheid bij moslims vergroot de gevoeligheid voor moslimradicalisme en extremisme, wat weer de sociale desoriëntatie bij de autochtone bevolking versterkt. Door de voortdurende aanwezigheid van dit niet opgeloste politieke strijdpunt daalt het politieke vertrouwen en staat de legitimiteit van de democratie onder druk. De vraag is dus hoe we de Nedercult kunnen doorbreken.

OF WE HET NU LEUK VINDEN OF NIET, de multiculturele samenleving is een feit. In Nederland wonen volgens de meest recente tellingen 850.000 moslims, dat wil zeggen, mensen die zichzelf als moslim identificeren. Er zijn grote verschillen binnen deze bevolkingsgroep, net zoals er grote verschillen zijn binnen de groep seculiere Nederlanders of de katholieken en protestanten. Het antwoord op die verschillen is niet een dwingende definitie van ‘de Nederlandse cultuur’ (als die al bestaat, zoals de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, WRR, terecht opmerkte). Het antwoord ligt in het besef dat men een gemeenschappelijk belang en een gemeenschappelijke toekomst heeft. Niet een gedeelde cultuur, maar gelijkheid voor de wet en het erkennen van de democratische instituties vormen de basis van de natie. Als er al een gezamenlijke ‘cultuur’ is, dan is dit de erkenning van de democratische rechtsstaat en de daarin verankerde normen en waarden. Men is het eens over de geweldloze procedures die tot gezamenlijke beslissingen moeten leiden.
Een zeer klein deel van de moslimbevolking is ontvankelijk voor radicaliseringsprocessen. In Amsterdam is deze groep op twee procent geschat. Over die groep moeten we ons inderdaad zorgen maken. Veel lokale overheden doen dat ook, onder meer door programma’s om de sociale cohesie te vergroten, een beleidsdoel dat een belangrijk kenmerk van de Nederlandse cargocult probeert te bestrijden.

De term ‘sociale cohesie’ is snel in de mond genomen, maar niets is zo moeilijk als de sociale samenhang in een gemeenschap te vergroten. Sociale cohesie is gebaseerd op vertrouwensrelaties tussen mensen, wat in wezen een vrijwillig proces is. Men kan als overheid niet zeggen: ‘Gaat heen en vertrouw elkaar!’ In een multiculturele samenleving bestaat sociale cohesie uit bindend sociaal kapitaal (de verbondenheid binnen groepen) en overbruggend sociaal kapitaal (verbondenheid tussen bevolkingsgroepen). Het laatste veronderstelt dat er contacten en verbindingen zijn tussen verschillende bewoners die op het eerste gezicht weinig met elkaar gemeen hebben. Juist de zogenaamde ‘zwakke schakels’ versterken het sociaal kapitaal: je hoeft geen intensief contact te onderhouden met veel mensen. Het maakt al veel verschil als je elkaar oppervlakkig kent en af en toe een beroep op elkaar kunt doen. Het gaat bij veel projecten om het genereren van deze ‘zwakke schakels’ tussen mensen.

De Amsterdamse denktanks sociale cohesie zijn een voorbeeld. Deze vrijwilligersorganisaties ontwikkelen samen met de lokale overheid ideeën om de sociale cohesie in de stad te vergroten. In het stadsdeel Oost-Watergraafsmeer worden bijvoorbeeld in diverse buurten feesten georganiseerd. Een uitnodiging voor dit feest krijg je alleen als je op een website een foto van jezelf zet met iets wat je dierbaar is én als je twee mensen weet te vinden die hetzelfde doen. Zo ontstaat uiteindelijk een netwerk van mensen die elkaar niet kennen en die elkaar op een feest ontmoeten. Ze hebben op dit feest ook iets om over te praten: de foto’s van alle mensen en hun dierbare dingen die aan de muur hangen.

Ook bij Nederlandse moslims is er sprake van actieve mobilisatie en organisatievorming. Vooral tussen 2002 en 2007 zijn door jonge Marokkaanse en Turkse Nederlanders veel nieuwe organisaties opgericht als reactie op de Nedercult, zoals Marokko.nl, Stichting Connect en de Poldermoskee. Nog weer nieuwe organisaties pakten de handschoen op en proberen het etnische maatschappelijk middenveld weer op te bouwen en zo de politieke integratie van Nederlandse moslims te vergroten.

Een andere groep die de cargocult kan doorbreken zijn de Nederlandse politici. Maar Verdonk en Wilders zullen de Nedercult alleen maar aanzwengelen, omdat dit zetels oplevert, en de andere politieke partijen zijn bang om kiezers te verliezen, omdat de meeste kiezers vóór de verzorgingsstaat zijn, maar tégen migranten. Als het om het politieke en maatschappelijke debat over de multiculturele samenleving gaat, is er daarom een sterke behoefte aan nieuwe regels die discussies binnen de grenzen van de democratie houden. Deze nieuwe regels kunnen dezelfde functie vervullen als de oude spelregels van de verzuiling. Nu is de hedendaagse positie van de politieke elite uiteraard niet te vergelijken met die tijdens de verzuiling. Politici worden niet meer kritiekloos gevolgd, maar liggen voortdurend onder vuur. Het dualisme heeft zijn intrede gedaan: er is een principiële scheiding tussen de Tweede Kamer en de regering om een optimaal machtsevenwicht te bewerkstelligen. Hierdoor kunnen verzuilingsprincipes als topconferenties (waar de elites van diverse zuilen bij crises overlegden), depolitisering (gebruik van economische argumenten om zaken als niet-politiek voor te stellen) en ‘de regering regeert’ (een kritische Tweede Kamer was niet gewenst) niet meer gehandhaafd worden. Het principe van geheimhouding is in het massamedia- en internettijdperk achterhaald. Er is niets wat niet uitlekt en politici laten zich graag door een camera volgen in de hoop zo stemmen te trekken.

Met betrekking tot het democratisch debat zijn er echter twee verzuilingsprincipes die wél een rol kunnen vervullen om de cargocult te doorbreken: zakelijke politiek en pragmatische verdraagzaamheid. Wat de zakelijke politiek betreft: politici, journalisten en columnisten zouden zich moeten realiseren dat de multiculturele samenleving een serieuze kwestie is, wellicht een van de belangrijkste kwesties in de 21ste eeuw. In een globaliserende wereld zal migratie altijd blijven bestaan en moet de discussie over integratie van minderheden in democratische samenlevingen continu gevoerd worden. Dit vraagt om een absoluut bewaken van de taboes van het democratisch debat. En het vraagt om een zekere ernst en geen spielerei door politieke standpunten in de vorm van films als Submission of Fitna te verkondigen. Het is moeilijk discussiëren met celluloid.

Ook het principe van de pragmatische verdraagzaamheid verdient eerherstel. We leven in een multiculturele samenleving, er zullen altijd verschillen tussen mensen blijven bestaan. Binnen de regels van de democratie móeten deze verschillen ook bestaan omdat ze de maatschappij voortdurend scherp houden. Wat voor de één vanzelfsprekend is, is dat voor de ander niet. Culturele verschillen in een samenleving zijn onontkoombaar en zeer gewenst. Zolang de grenzen van de democratie maar worden bewaakt. Multiculturalisme is een feit en pragmatische verdraagzaamheid dus een noodzaak.
Wil Nederland in het reine komen met de multiculturele samenleving, dan is doorbreking van de Nedercult noodzakelijk.


Jean Tillie is als bijzonder hoogleraar en adjunct-directeur verbonden aan het Instituut voor Migratie en Etnische Studies (IMES) van de Universiteit van Amsterdam. Deze week verschijnt zijn boek Gedeeld land: Het multiculturele ongemak van Nederland, Meulenhoff, 224 blz., € 18,90