Profiel: Jan Blom

De Nederlandse Forrest Gump

Deze oorlog roept steeds weer het gevoel op dat er na afloop een aftiteling zal komen met de namen van de cast en de crew van Operation Iraqi Freedom. «Written by Donald Rumsfeld, directed by George Bush.» In een lange lijst met make-up artists, dressers, art directors, editors en gaffers, verschijnt dan de ontdekking van deze tragikomedie: «and introducing Jan Blom».

Jan Blom. De man die in zijn eentje de Nederlandse politiek in verlegenheid bracht, die internationale roem vergaarde in korte tijd, door alleen maar te staan zwijgen op een persconferentie.

Jan Blom zette alles op losse schroeven. De slogan waarmee Den Haag zich met een Jantje van Leiden had afgemaakt van de verplichting een keuze te maken en uitspraken te doen — wel politiek maar niet militair steun aan de oorlog — was niets meer waard na zijn optreden voor het oog van de camera’s van de wereld. Een groots optreden, met grote gevolgen.

Drie dagen na het begin van de oorlog werd eindelijk de persconferentie gegeven waar de media uit alle landen op hadden gewacht. De hoogste militair ter plaatse, generaal Tommy Franks, gaf de briefing die helderheid bood.

Het decor van Franks’ persconferentie was ontworpen door een art director uit Hollywood. Het was op zichzelf geen groots werk — een kaart van Irak en omstreken — maar het functioneerde perfect toen er beelden werden vertoond die de Amerikaanse militaire kracht onderstreepten.

Mede om die beelden die aan de wereldpers werden getoond, is wel beweerd dat deze oorlog niet zo «virtueel» is als de eerste Golfoorlog, die een computerspel leek. De oorlog van nu, de tweede Golfoorlog zegt men dan, is veel minder virtueel, minder onwerkelijk. Dit is de realiteit, schrijft men, dit is de harde werkelijkheid van een oorlog, die we nog niet eerder hebben gezien. De werkelijkheid in haar rauwste vorm. Zoals alleen bekend uit Saving Private Ryan van Steven Spielberg, en dan alleen nog maar de eerste twintig minuten.

Het comedy-karakter van deze oorlog kreeg een flinke impuls door de Nederlandse inbreng in Operation Iraqi Freedom. Twijfel tot beleid verheven, dadenloosheid als buitenlandpolitiek, De Hoop Scheffers katzwijm voor Powell als statement, het nationale minderwaardigheidscomplex — Neêrlands belangrijkste asset in het buitenland na tulpen en klompen — gepresenteerd als bescheiden rationalisme, christen-democratische lafheid opgediend als politieke filosofie, sociaal-democratische onbenulligheid vermomd als hoogstaand moreel besef; dat alles was nauwelijks serieus te nemen als bijdrage aan of visie op de oorlog.

Dat moet ook luitenant-kolonel Jan Blom hebben gevonden.

Jan Blom (39) zit al twintig jaar bij de luchtmacht. Hij heeft de functie van verbindings officier tussen Amerikanen en Nederlandse militairen in Turkije. In Diyarbakir staan Patriot-installaties, en Blom weet veel, zoniet alles van Patriots. Het grappige is dan weer dat het daadwerkelijk afschieten van die raketten alleen kan plaatsvinden met een software- sleutel, een soort password. En die hebben alleen de Amerikanen, en niemand anders. Zo gauw Blom een Scud voorbij ziet vliegen, moet hij dus eerst even de yankees bellen.

Bloms kennis van en ervaring met Patriots is ook de reden dat hij bij het Central Command zit, het onderdeel van de Amerikaanse krijgsmacht dat verantwoordelijk is voor troepen in het Midden-Oosten, delen van Zuidelijk Azië en de Hoorn van Afrika. Naast Blom hebben nog negen andere Nederlandse officieren een functie als liaisonofficier bij de Amerikanen.

Jan Blom is ook de man achter de workshops Purple Spider, die sinds 1997 worden gegeven op het Air Operations Control Station Nieuw Milligen. Het doel: mensen binnen de krijgsmacht elkaars taal leren spreken. Blom: «Het gaat erom vanuit diversie invalshoeken te discussiëren en na te denken over luchtverdediging om kennis te verbreden en wederzijds begrip te versterken.» Omdat alle krijgsmachtonderdelen steeds meer moeten samenwerken, nationaal en internationaal, wordt het belang van gezamenlijke operaties steeds groter. «De nadruk komt dus steeds meer op jointness te liggen», legt Blom uit. Van Purple Spider gaat, na zes jaar, een verbroederende werking uit, vindt de luitenant-kolonel: «Ik kan zeggen dat er duidelijk een stijgende lijn valt te ontdekken in het elkaar begrijpen. We spreken inmiddels al gedeeltelijk dezelfde taal, maar we zijn er nog niet.»

Dit verklaart veel. Nu wordt duidelijk wat luitenant-kolonel Jan Blom deed op die gewraakte briefing van generaal Tommy Franks. Hij wilde jointness. Die workshops hadden vruchten afgeworpen: Jan Blom wist dat hij de aangewezen man was om «wederzijds begrip te versterken», om elkaar te begrijpen. Om te verbroederen.

Blom zag met stijgende verbijstering en woede hoe Nederland zichzelf voor schut zette. Hoe zijn land internationaal een modderfiguur sloeg. Hij moet zich hebben verbeten. Hij voelde zich ongetwijfeld in zijn eer van militair aangetast, maar hij liet het lange tijd van zich afglijden. Zijn trots, persoonlijk zowel als professioneel, kreeg flinke deuken, maar hij slikte het; zijn vakmanschap werd belachelijk gemaakt, maar hij zette de kiezen op elkaar; zijn kennis, ervaring en inzicht werden genegeerd, maar hij hield het gezicht in de plooi.

Jan Blom verdroeg het allemaal, de vernedering. Voor een hoger doel. Wat er op het spel stond was groter dan hijzelf, groter dan zijn land. Dit ging allemaal om de toekomst van de wereld, om het veiligstellen daarvan, het redden van een beschaving.

Zo zag hij dat.

Met pijn in zijn hart moet hij hebben gezien hoe alles verkeerd ging. En toen moest hij wel ingrijpen.

Jan Blom had altijd al geweten dat een rol voor hem was weggelegd in de wereldgeschiedenis, alleen nog niet precies wat of waar of wanneer. Dat hij was voorbestemd, dat stond vast.

De zaak-Blom doet denken aan de film Forrest Gump. Gump is een ware Amerikaanse held. Deze geestelijk enigszins «challenged» jongeman, gespeeld door Tom Hanks, dringt in al zijn onschuldige naïviteit door tot de grootste mannen uit de Amerikaanse historie. Als soldaat in de oorlog toont hij leeuwenmoed en redt een paar kameraden, waarna hij door de president zelf wordt onderscheiden voor zijn heldendaden. Forrest weet in z’n eentje voor elkaar te krijgen wat tientallen regeringsofficials niet lukte: het volk verbroederen, tot een eenheid smeden. Door zijn bescheidenheid, zijn oprechtheid, zijn eerlijkheid en zijn leuke koppie maakt Forrest Gump de Amerikanen tot een volk, met één tot de verbeelding sprekende held.

Wij hebben nu Jan Blom. Op een moment dat Nederland verdeelder was dan ooit tevoren, met een demissionair kabinet en een formatie die niet wil lukken, met een onduidelijke, weifelachtige rol in de actualiteit van de wereldgeschiedenis, met een beschamende opstelling in internationale aangelegenheden en met een angstaanjagend snelle achteruitgang op economisch en maatschappelijk gebied, met een steeds onbetekenender positie in Europa (België is nu nota bene gidsland) en links en rechts ingehaald door andere landen in kennis, welvaart en macht — op dat moment was er Jan Blom.

Als Hans Brinkers nam Jan Blom het initiatief om zijn land te redden. Door zwijgend op een podium te staan. Op het goede moment.

De film Forrest Gump werd geprezen om de manier waarop de moderne technologie was gebruikt: de makers hadden bestaand beeld materiaal van de Amerikaanse president Johnson uit de jaren zestig gebruikt, en daar Tom Hanks in de rol van Gump in gemonteerd. Vrijwel onzichtbaar. Maar niet helemaal. Diehards hebben er na diepgaand onderzoek op gewezen dat in een paar seconden film «duidelijk te zien is» dat de lippen van Forrest niet synchroon bewegen met zijn woorden (wat dus computerwerk bewijst) of waar de stem van de president overgedubd is — momenten kortom waar de manipulatie voor iedereen zichtbaar is.

Tijdens de persconferentie waarmee Jan Blom Nederland wilde redden, werd hij door generaal Franks voorgesteld aan de journalisten, naast een Brit, een Australiër en een vage Deen: «I’m pleased to be joined today by Air Marshall Bryan Burridge, Great Britain; Brigadier Maurie McNarn of Australia; Rear Admiral Per Tidemand from Denmark; Lieutenant Colonel Jan Blom from the Netherlands — four coalition partners represented here with us.»

Op de foto’s van de gebeurtenis staat Blom strak aan de zijkant van het gezelschap. Hij hoort er bij, maar hij hoort er net niet helemaal bij. Strak gemillimeterd haar. Tijdens de briefing sprak Blom niet. Hij deed zijn mond niet open. Was dat misschien omdat de televisiekijkers over de hele wereld dan hadden kunnen zien dat zijn lippen niet helemaal synchroon bewogen met zijn woorden?