De neus van een Lear-jet

De komende maanden springen twee films in het oog: Christopher Nolans nieuwste, Interstellar,en de gerestaureerde, door David O. Selznick geproduceerde klassieker Gone with the Wind (1939).

Medium interstellar

Ze verschillen totaal van elkaar; ze werden bijna een eeuw na elkaar gemaakt. Ze hebben gemeen dat ze allebei een mijlpaal in de technologische ontwikkeling van de filmkunst vormen. Althans, in het geval van Nolans film moet dat nog blijken. Maar de voortekenen zijn er.

Nolan, die eerder wild en effectief experimenteerde met cinematografische verteltechnieken in Inception (2010), draaide zijn nieuwe film met zowel gewone als Imax-camera’s. De film is dus bedoeld om op een zo’n groot mogelijk scherm te worden bekeken. Hiermee zet de regisseur een trend door die eerder dit jaar het fabuleuze Gravity opleverde, een vernieuwend werk dat op kleiner scherm een geheel andere, ‘mindere’ betekenis krijgt. Tijdens de productie van Interstellar ging Nolan nog een stapje verder – door een Imax-camera in de neus van een Lear-jet te bevestigen, vermoedelijk om scènes te draaien van een ruimteveer dat, luidens de synopsis, de eerste bemande reis naar een ander sterrenstelsel maakt. Matthew McConaughey speelt een astronaut die een bewoonbaar alternatief voor de aarde moet zoeken. De bespiegelende toon van de trailer doet behalve aan Gravity ook denken aan Stanley Kubricks 2001. A Space Odyssey. Ook Kubrick vernieuwde de filmkunst, onder meer met het ontwerpen van nooit eerder vertoonde special effects.

In het rijtje films die vernieuwing brachten, past Gone with the Wind. Eind jaren dertig waren filmmakers nog lang niet overtuigd van de waarde van de kleurenfilm. Het bedrijf Technicolor stond aan de wieg van ontwikkelingen op dat gebied, maar grote successen bleven uit – totdat regisseur Victor Fleming en producent Selznick Gone with the Wind draaiden door middel van een nieuw proces met drie afzonderlijk gekleurde filmstrips. Het effect was overweldigend: nooit eerder zag een film er zo romantisch én levensecht uit. Eigenlijk was Gone with the Wind de eerste film die aantoonde dat deze kunstvorm echt ‘groots’ zou kunnen zijn. Daarnaast illustreerde het werk dat technologische vernieuwing een gegeven in de evolutie van film is, en dat deze ontwikkelingen een grote impact hebben op de wijze waarop makers traditionele elementen als verhaal en personage behandelen.

Dat geldt vandaag de dag onverminderd. Films worden ‘kleiner’; ze hebben minder dialoog. Tegelijkertijd worden ze almaar ‘groter’, doordat het beeld steeds meer gaat overheersen. Waar het allemaal naartoe gaat – straks moet Interstellar een tipje van de sluier oplichten.


Interstellar gaat op 6 november in première. Gone with the Wind draait vanaf begin december in EYE te Amsterdam


Beeld: Interstellar_, Regie Chrisopher Nolan (Warner Bros)._