Groene EK-blog #4

De neus van Giorgio Chiellini

16-06-2021, Giorgio Chiellini (rechts) met de Zwitserse speler Ricardo Rodriguez. © ANP/ Andreas Solaro

De Groene blogt tijdens het EK dagelijks over de wedstijden. Vandaag: Rosa van Gool over Italië - Zwitserland. ‘Naar Chiellini kan ik uren kijken.’

Maandagochtend belde een 85-jarige Italiaan op, om me te feliciteren met de winst van Oranje. Ik was een paar dagen eerder, toen we elkaar op een Romeins plein troffen, te pessimistisch geweest over ons elftal, zo hield hij (voormalig tv-producent voor Silvio Berlusconi, een baan die ongetwijfeld een zeker aangeboren optimisme vereist) me voor.

Ik gaf hem gelijk, maar toch zet ik mijn geld nog steeds op mijn tweede favoriet, Italië, waar ik sinds een half jaar woon. Gli azzurri combineerden ook tegen Zwitserland weer zo soepel dat Nederlandse analisten het team on-Italiaans vonden. Italië voetbalt namelijk lelijk, verdedigend en catenaccio. Nee, neem dan Nederland. Wij geven al sinds mensenheugenis voetballes aan de wereld, met mooi en aanvallend totaalvoetbal, 4-3-3 natuurlijk.

Nergens zijn clichés hardnekkiger dan aan de borreltafel van de NOS, maar na anderhalf jaar waarin alles vreemd was, verwelkom ik de voorspelbare woorden met nostalgie. Ze doen denken aan de tijd dat we bij ‘een variant’ nog aan ingewikkelde manieren van corners nemen dachten, die weliswaar altijd mislukken maar in elk geval niet tot extra ic-opnames en lockdowns leiden.

De clichés zijn geruststellende klanken om op in slaap te sukkelen. Hier is tenminste niets veranderd. Ook in de verdediging van Italië is alles nog bij het oude. Daar staat Giorgio Chiellini al sinds 2004 in het centrum te zwoegen. Hard, genadeloos, en soms simpelweg gemeen. Zijn bijnaam luidt ‘il dottore’, want hij heeft een mastertitel bedrijfskunde op zak. Zijn scriptie (‘Het businessmodel van Juventus in een internationale benchmark’) sla ik graag over, maar naar Chiellini kan ik uren kijken.

Zijn gezicht zou niet opvallen in een van de eindeloze galerijen van de Vaticaanse musea, tussen de marmeren koppen van Romeinse keizers. Vooral de neus van Chiellini, veelvuldig gebroken en geopereerd, is een kunstwerk. Hij heeft een eigen Facebookpagina, ondergewaardeerd met slechts zestienhonderd likes. Als Chiellini met zijn neus geplaagd wordt door fans van de tegenpartij, lacht hij sereen. ‘Wat ik doe als mijn neus buitenspel staat? Ik heb hem vier keer gebroken, hij is deel van mij.’

Tegen Zwitserland ramt hij de bal na nog geen twintig minuten tegen de touwen, uit een corner – een doodgewone, geen variant. Hij schreeuwt zo hard en overtuigd dat iedereen zijn handsbal in eerste instantie over het hoofd ziet. Iedereen, behalve de VAR natuurlijk, die aan de onrechtvaardigheid die vroeger bij voetbal hoorde geen enkele boodschap heeft. Chiellini verlaat het veld vijf minuten later geblesseerd, diagnose en ernst onbekend.

‘De strijd met een aanvaller neem ik persoonlijk’, zei hij in de RAI-documentaire Sogno Azzurro. ‘Ik geloof dat in mijn rol geldt: mors tua, vita mea.’ Jouw dood is mijn leven, zo luidt het motto van de Italiaanse verdediger tegenover aanvallers. Maar dan in het Latijn, want Chiellini mag dan een slager zijn, hij blijft tegelijkertijd wel il dottore.

De vergelijking met een gladiator ligt voor de hand en ik geef direct toe dat hij ook als kanonnenvoer in het Colosseum niet zou hebben misstaan. Toch gun ik hem een statiger rol. Een zandkleurige keizerbuste tussen de portretten van Vespasianus, Titus en Domitianus, minimaal. En een grote beker die hij voor een uitzinnig Italië de lucht in mag tillen.

Het zou een typisch melodramatische wending zijn die goed bij het land past. In anderhalf jaar van coronaschlemiel, melaatse van het continent, tot winnaar van het Songfestival en het EK. Zover is nog niet, maar ik sluit niets uit. Nu is het eerst de hoogste tijd om een 85-jarige gepensioneerde tv-producent terug te bellen, en hem gelijk te geven in zijn grenzeloze optimisme over de prestaties van gli azzurri.