Waar geloofden de kapers in?

De nieuwe Assassijnen

Behoren de daders van de aanslagen van 11 september tot een nieuwe lichting van de orde der Assassijnen? Maar waarom waren velen van hen dan zo gek op porno en sterke drank? Het raadsel van Zwarte Dinsdag is nog lang niet opgelost.

«Deze jonge mannen spraken in daden, in New York en in Washington, redevoeringen uit die alle andere redevoeringen waar ook ter wereld in de schaduw stelden», zo spreekt Osama bin Laden (of diens stand-in; voorzichtigheid blijft geboden) op zijn nieuwste homevideo uit Tora Bora. De mysterieuze, vooral onverstaanbare tape is in grote delen van de wereldpers ontvangen als het definitieve bewijsstuk van de schuld van de Saoedische Dr. No voor de aanslagen van Zwarte Dinsdag, hoewel er ook al sceptici zijn opgestaan die de authenticiteit van de tape aanvechten.

De Britse Observer kwam in de editie van zondag 16 december met het verhaal dat de opmerkelijke bekentenis van Bin Laden zou zijn losgepeuterd door een infiltrant van de Amerikanen, te weten de oude sjeik die de hele tijd opgetogen Allah zit aan te prijzen terwijl Bin Laden hem onderhoudt over zijn extatische ervaringen op de historische dag dat de Torens van Babel van het WTC werden geveld.

Hoe dan ook, als historisch document is de nieuwe Bin-tape natuurlijk een openbaring. En er mag nog meer worden verwacht. Zo meldde de Rotterdamse politie deze week in een huis van vermeende al-Qaeda-sympathisanten nog een hele videocollectie uit het Afghaanse hoofdkwartier te hebben gevonden. In de publicitaire maalstroom die voorafging aan het vrijgeven van de band door het Amerikaanse inlichtingenwezen, werd gesuggereerd dat het relaas van Bin Laden nieuw licht zou werpen op de mysterieuze negentien deelnemers aan de (zelf)moordmissies. Er werd gezegd dat deze kamikazeterroristen van de koran voor het overgrote deel helemaal niet zouden weten wat er daadwerkelijk stond te gebeuren als de vliegtuigen eenmaal waren gekaapt. Alleen degenen die de eenmaal gekaapte vliegtuigen bestuurden, zouden op de hoogte zijn van het einddoel. De eindregie zou in handen zijn van Mohamed Atta, de Egyptische mystery man wiens vader overigens nog steeds beweert dat hij zijn zoon nog een dag na de aanslagen via de telefoon heeft gesproken.

Nu de band is vertoond, blijkt daar geen sprake van te zijn. Tenminste, Bin Laden vertelt hierop dat de broeders wel degelijk allemaal wisten dat ze hun leven zouden geven. Ze wisten alleen niet hoe. «De broeders die de operatie uitvoerden, wisten alleen dat ze martelaar zouden worden», aldus Bin Laden op de tape. «We vroegen elk van hen naar Amerika te gaan, maar ze wisten niets van de operatie, geen letter. Maar ze werden getraind en we vertelden hen niets over de operatie tot ze er waren en vlak voordat ze in de vliegtuigen stapten (…). Degenen die werden opgeleid om te vliegen, kenden de anderen niet.»

De vier kaperscommando’s van 11 september blijven zo in mysteries gehuld. Nog immer peinst de wereldpers zich suf over hun precieze beweegredenen. Ze worden vooral in de traditie geplaatst van de mysterieuze hasjsjasjin, een van oorsprong Perzische sekte die werd opgericht in de elfde eeuw. De hasjsjasjin zijn letterlijk de «bewakers» van het Heilige Land. In het Westen werden zij bekend onder de naam Assassijnen. De eerste keer dat zij van zich deden spreken was in 1092, toen de beruchte grootvizier Nizam-al-Moelk werd omgebracht door een als soefigeleerde vermomde Assassijn. De sekte onderhield onder meer contacten met de Tempeliers, de christelijke voormannen van de kruistochten, en er zijn zelfs theorieën dat deze twee natuurlijke tegenstanders uiteindelijk tot een fusie zijn overgegaan, hetgeen voor de paus weer aanleiding zou zijn om de Tempeliers als handlangers van de antichrist tot de brandstapel te veroordelen.

De Assassijnen stonden vooral bekend om hun perfecte beheersing van de politieke moordaanslag. Daartoe zouden zij eerst worden bedwelmd door de roes van de hasj (overigens niet bepaald de meeste moordlust aanwakkerende drug) en uitgebreid worden ingewijd in de geneugten die hen te wachten zouden staan in het paradijs, alwaar een heel korps van gazelle-ogige maagden hen opwachtte nadat zij het finale offer hadden gebracht.

De vergelijking tussen de Assassijnen en de daders van 11 september is natuurlijk verleidelijk vanwege het historische houvast dat zo wordt geboden. Toch gaat ze mank. Een van de meest in het oog springende eigenschappen van de methodieken van de Assassijnen was juist hun gevoel voor proportionaliteit en efficiency. Sterker nog, die uitgangspunten behoorden tot de basisvoorwaarden van hun activiteiten. Hier werd het instrument van de politieke moordaanslag gebruikt als een middel ter voorkoming van een oorlog en het vergieten van onschuldig bloed. In plaats van massaal ten strijde te trekken tegen vijandige Arabische stammen en vertegenwoordigers van de opdringerige christenheid, richtten de Assassijnen zich op het liquideren van de meest onwelgevallige leiders daarvan. Dat ging soms gepaard met groot engelengeduld. Een enkele moordoperatie kon soms wel jaren van voorbereiding vergen. Met behulp van soefistische riten zouden de uitverkoren moordmachines eerst worden losgemaakt van al hun aardse betrekkingen alvorens ze op hun laatste geheime missie werden gestuurd.

De daders van 11 september kenden ook een lange voorbereidingstijd, maar van enig gevoel voor proportionaliteit kan men hen niet betichten. Integendeel, hun doel leek zoveel mogelijk doden te veroorzaken. Als zij inderdaad zouden behoren tot de nieuwe orde der Assassijnen, zoals Elsbeth Etty onlangs in haar nieuwe hoedanigheid van La Pasionara van het Pentagon opmerkte in haar column in NRC Handelsblad, heeft deze terreurfirma de afgelopen eeuwen een dramatische ommezwaai in de doelstellingen doorgemaakt.

Het was Marco Polo die de orde van de Assassijnen voor het eerst beschreef voor het westerse publiek. In zijn befaamde reisboek beschreef de Venetiaanse handelsreiziger een fort in Perzië, Alamat geheten, waar de grootmeester der Assassijnen hof hield. De orde, zo schreef Marco Polo, bestond uit een streng georganiseerde hiërarchie, met als voetvolk de zogeheten fida’is, door middel van een lange hasjkuur gehypnotiseerde jonge mannen die klaar stonden om zichzelf op te offeren als hun grootmeester dat wenste.

Nadat hij het elegante paleis van de Assassijnen in Alamat beschrijft, vertelt Marco Polo over zijn ingezetenen het volgende: «Niemand mocht de tuin (van de grootmeester) in, behalve degenen die hij had uitverkoren tot zijn Assassijn. Er stond een wal voor de ingang van de tuin, sterk genoeg om de wereld te weerstaan, en er was geen andere manier om er binnen te komen. Aan het hof van de grootmeester verbleef een aantal jongeren uit het land, van twaalf tot twintig jaar, die een voorkeur voor het militaire hadden. Als hij hen uitnodigde om de tuin te betreden, soms vier, soms zes tegelijk, liet de grootmeester hen eerst drinken van een bepaalde drank die hen in een diepe slaap deed vallen, en dan werden zij binnengedragen. Dus als ze wakker werden, bevonden ze zich in de tuin, een plaats zo vol bekoring dat ze dachten dat ze daadwerkelijk in het paradijs waren gekomen. En de dames en de meisjes dartelden met hen tot hun grote hartsvreugde. Dus wanneer de Oude Man een of andere prins vermoord wilde zien, hoefde hij alleen maar te zeggen: ‹Ga en dood die en die; en wanneer je terugkeert zullen mijn Engelen je naar het paradijs brengen. Als je zou komen te sterven, zullen mijn engelen je even goed naar het paradijs dragen.›»

De in het Arabisch gestelde instructies die zijn gevonden in Atta’s achtergebleven bagage, lijken opmerkelijk veel op een Assassijnen-handleiding. «De laatste nacht», zo is de titel van het document, waarin onder meer staat te lezen: «Doe een eed om te sterven en leg je gelofte weer af. Scheer het overtollige haar van je lichaam en draag parfum.» Dit alles in afwachting van de glorievolle reis naar het hiernamaals, «de dag dat, bij Gods gratie, je zult doorbrengen met de vrouwen van het paradijs».

Mohamed Atta voldoet aan het basisprofiel van de kamikazeterrorist. Net als zijn collega-strijder Marwan Isshehi, die uiteindelijk zoon van een imam was. Atta, die op de Bin Laden-tape als het brein van de operatie wordt genoemd, groeide op in een Egyptisch milieu dat openstond voor de Heilige Oorlog, en vertoonde inderdaad die dwangneurotische eigenschappen die zo vaak met de psychische constitutie van de terrorist in verband worden gebracht. Uit zijn in 1996 opgestelde testament spreekt bijvoorbeeld een pathologische weerzin tegen vrouwen. «Ik wil dat er geen enkele vrouw tijdens mijn begrafenis bij mijn graf komt, noch op welke gebeurtenis daarna», staat er. Ook enige smetvrees was hem niet vreemd: «De persoon die mijn lichaam komt wassen, moet handschoenen dragen zodat hij niet aan mijn genitaliën kan komen.» Hier past echter weer de vraag waar die instructies goed voor zijn als Atta dan al had geweten dat zijn graf uiteindelijk een grote vuurzee zou worden waarin zijn stoffelijke resten volkomen zouden verzengen.

Andere kapers voldoen echter helemaal niet aan het Assassijnen-profiel. Wat bijvoorbeeld te denken van Majed Moqued, ingezetene van de Boeing 757 die neerstortte op het Pentagon? Afgelopen zomer werd deze Moqued nog gesignaleerd in het Adult Lingerie Center van Beltsville, Maryland, waar hij drie dollar zou hebben betaald voor de bezichtiging van een pornofilm. Opvallend ook was dat enkele van de kapers bij elkaar plachten te komen in stripteaseclubs in Las Vegas, in het algemeen niet beschouwd als een broeinest van politiek fundamentalisme. Voorts dronken ze vooral whisky en cocktails en hielden ze zich ook op andere gebieden volkomen aan de hedonistische levensstijl van de elite in Florida en Californië, waar zij hun onopvallende levens leidden.

Opvallend is ook het terroristenduo Nawaf Alhazmi en Khalid Almihdhar. «Niemand zag hen ooit in de moskee», zo sprak de burgemeester van San Diego, hun laatste verblijfplaats. «Maar ze waren gek op de gogo-clubs.» Het koppel kreeg op de vliegschool die ze bezochten de bijnaam «Dumb and Dumber», naar een komische film. Die bijnaam kregen ze vooral omdat ze tijdens de vlieglessen totaal niet geïnteresseerd leken in de geboden stof.

Zelden heeft de wereld zulke als swingers vermomde fundamentalistische strijders gezien. Zeer mysterieus is het geval van de Libanese student Ziad Jarrah, de 26-jarige zoon van rijke ouders die door de FBI wordt aangewezen als de piloot van de gekaapte Boeing die op 11 september neerstortte in Pennsylvania. Ziad, die in Duitsland vliegtuigbouwkunde studeerde, was niet eens moslim, maar christen, zoals zovele Libanezen. Hij dronk alcohol, zat achter de meisjes aan en woonde in Duitsland zelfs ongehuwd samen. Zijn familie was dan ook stomverbaasd hem aan te treffen op de lijst met vermoedelijke daders van 11 september. Als lid van de upper ten van Beiroet had hij zich nooit drukgemaakt over politiek, zo vertelde Ziads oom als woordvoerder van de familie de wereldpers. «Hij was een pretmaker. We hebben hem nooit iets over politiek of religie horen zeggen», aldus deze oom Jamal in de NRC van 15 december.

Ook zijn medestudenten in Duitsland hadden nooit iets van islamitisch activisme aan Ziad bemerkt. Zijn medestudent Michael Gotzmann verklaarde dat Ziad juist «dol op Amerika» was. De Egyptische intellectueel Samir Rafat, pro-westers georiënteerd, verzuchtte naar aanleiding van het geval van Ziad dat «al onze ideeën over de fundamentalistische vijand het raam uit kunnen» als zou blijken dat Ziad inderdaad een van de daders was. «Als mensen als Jarrah dit soort dingen doen, dan kan iedereen die ik ken de volgende zijn.»

Juist de onbekommerde, van ieder fundamentalisme gespeende levensstijl van een groot deel van de vermeende daders van 11 september maakt dat de FBI en de CIA nog altijd geen greep hebben kunnen krijgen op het grote al-Qaeda-complot dat volgens hen tot Zwarte Dinsdag heeft geleid. Heeft men hier te maken met geniale bedriegers, die juist de schutkleuren aannamen van de wereld die zij wilden vernietigen? Of is er — zoals de familie van Ziad Jarrah denkt — sprake van een persoonsverwisseling en reisden de echte daders alleen maar op het paspoort van Ziad en de anderen, die mogelijk al lang voor 11 september waren vermoord? In dat laatste geval zou al de bewijslast tegen de groep van negentien die tot nu toe naar buiten is gebracht, als een kaartenhuis in elkaar storten en is men weer helemaal terug bij af.