Universiteiten gaan digitaal

De nieuwe boekdrukkunst

De toekomst van het leren ligt bij online video. We zijn nu eenmaal visueel ingesteld. Geen saaie professoren meer, maar de beste docenten van Harvard.

Medium afbeelding 3

IN FEBRUARI 2008 houdt illustrator Siegfried Woldhek een praatje op een conferentie in California. Hij vertelt over zijn zoektocht naar het onbekende uiterlijk van Leonardo da Vinci. Door deductie komt hij erachter dat Da Vinci drie zelfportretten heeft gemaakt, in verschillende fases van zijn leven. Het praatje eindigt met een statement en een beeld: ‘Het icoon der iconen heeft eindelijk een gezicht. Hier is hij, Leonardo da Vinci.’
Woldhek, tekenaar voor NRC Handelsblad en Vrij Nederland en voormalig directeur van de Nederlandse tak van het Wereld Natuur Fonds, had eerst geprobeerd zijn ontdekking te slijten aan kunstbladen en kunsthistorici. Die wilden er niet aan. Uiteindelijk werd hij wel uitgenodigd op de TED-conferentie, een bijeenkomst met sprekers van zeer uiteenlopende achtergronden die vertellen over hun passie, ideeën en ontdekkingen. April 2008 plaatste TED het filmpje online. 'Inmiddels is het bijna een half miljoen keer bekeken, geloof ik’, zegt Woldhek. 'Er is over geschreven in National Geographic en andere bladen. Het idee is de wereld in.’ Als je nu in Google face da vinci intypt, staat Woldhek bovenaan.








Hoe leren skateboarders nieuwe trucs? Vroeger keken ze die af van buurjongens op het plein, die misschien al een 270 (graden, draaien om je as) konden. Nu kijken ze op YouTube naar de monster kick flip van Ryan Sheckler. Die kunnen ze eindeloos terugzien, langzaam afspelen en bestuderen. Het is de kracht van online video.

Niet alleen trucjes voor skateboarders, natuurlijk. Ook een nieuwe manier om karpers te vangen, een waterzuiveringsfles in elkaar te knutselen of beenmerg op te slaan voor medisch onderzoek wordt inzichtelijk. Veel dingen zijn nu eenmaal makkelijker te begrijpen als je ze ziet. Uiteindelijk zijn we ingesteld op visuele informatie. Chris Anderson, curator van de TED-conferentie waar Woldhek sprak, hield daarover recent zelf een toespraak. Internetvideo, stelt hij, is dé manier om ideeën te verspreiden, verfijnen en verbeteren. Sterker, de opmars van internetvideo vormt de basis voor 'de grootste doorbraak in kennis sinds mensenheugenis’.
Dat klinkt misschien wat gezwollen. Want hoe nieuw is dat helemaal, dat informatie zich sneller verspreidt en beeld steeds belangrijker wordt? Dat wisten we al. Maar Anderson heeft wel recht van spreken. Onder zijn leiding groeide TED uit van een naar binnen gerichte conferentie voor de happy few tot een platform voor ideeën op internet: honderden toespraken zijn inmiddels bekeken door meer dan driehonderd miljoen mensen en vertaald in zeventig talen. Het is een virtueel podium voor de wereld geworden. En over de hele wereld worden TEDx-evenementen gehouden (zie kader).
Bovendien heeft Anderson ook wel een punt. Door te kijken en te luisteren krijg je er expressie, humor, emotie en passie bij. De kritische massa voor webvideo is bovendien bereikt, nu de halve wereld online is en de bandbreedte groot genoeg is om video in hoge kwaliteit te bekijken. En dat vergroot weer het aanbod: want hoe meer potentiële kijkers, hoe meer mensen iets online gaan zetten. Het is immers leuk om vaak bekeken te worden. Alleen het beste en meest spectaculaire wordt veel gelinkt, doorgestuurd of aanbevolen - er vindt een soort natuurlijke selectie plaats. Hoe innovatiever, hoe populairder en hoe sneller een nieuwe truc, mening, lezing of how-to-video zich over de hele wereld verspreidt. Anderson noemt het crowd accelerated innovation, misschien het best te vertalen als publiek gedreven vooruitgang.

Neemjove.com. In plaats van in veel woorden te beschrijven hoe een experiment uit te voeren, laten wetenschappers elkaar beelden van onder de microscoop zien. Of tonen ze resultaten van onderzoek. Handig voor dermatologen, maar ook voor neurologen die willen zien hoe ze een operatie aan de hersenen van een muis moeten doen. Hetzelfde geldt voor studenten. In plaats van een saaie syllabus te lezen of genoegen te nemen met beroerde docenten kunnen ze online de allerbeste professoren uit de hele wereld bekijken. Anderson: 'Ooit haalde de boekdrukkunst de verteller in. Die rollen worden weer omgedraaid.’
Dat klinkt weer ietwat gezwollen, maar kijk naar het Massachusetts Institute of Technology. Al in 2000 begon MIT met het online plaatsen van curricula. Inmiddels zijn tweeduizend vakken en duizenden uren video beschikbaar, van deeltjesfysica, componeren voor jazzmusici tot de politieke reconstructie van Irak. 'We willen informatie verspreiden, net als boeken. Alleen is dit de moderne variant’, zegt ook Daniel Hastings, hoogleraar astronomie en dean for undergraduate education op MIT.

In 2000 was het misschien nog vreemd om colleges online te zetten. Wie zou nog collegegeld betalen, als alles gratis was? En wat voor gevolgen zou het hebben, voor universiteiten? Maar nu doen ze het allemaal: Yale, Oxford, Columbia, Harvard. Universiteiten hebben de kracht van het vertellen ontdekt. Sommige websites verzamelen de beste fragmenten, maar dat valt in het niet bij iTunesU, waar via Apple onderwijsinstellingen hun colleges kunnen aanbieden. Achthonderd universiteiten zijn inmiddels aangesloten, bijna alles is (vooralsnog) gratis beschikbaar, met bijbehorende syllabi, Powerpoint-presentaties, notities. Straks is weinig meer nodig dan een iPad om vakken op de universiteit te volgen. Er staan 350.000 lezingen op. En je kunt uiteraard zien wat populair is, wat mensen willen weten, welke hoogleraar het meest gewaardeerd wordt. The Nature of Arguments, van een Oxford-professor, staat bovenaan. Over plausibele redenen, valide argumenten en steekhoudend evalueren. Vanuit Nederland doet de TU Delft actief mee aan OpenCourseWare, opgezet door MIT en inmiddels gegroeid tot een samenwerking van 150 universiteiten. 'We zien dat de laatste tijd het gebruik enorm groeit’, zegt Anka Mulder, directeur onderwijs aan de TU Delft en board member van het OCW-consortium. De site is in lokale talen vertaald en geschikt gemaakt voor landen met minder bandbreedte, door initiatiefnemers uit die landen zelf.
Ook Mulder ziet de voordelen van het verspreiden van kennis door video, en ooit was er misschien iets ideëels aan de investeringen van de TU op dit gebied: toegang bieden aan degenen die het niet kunnen betalen. Maar inmiddels ziet Mulder ook andere redenen: 'Onze rol als enige bron van informatie wordt snel minder. Of op z'n minst anders. Wij moeten relevant blijven en dus proberen wat werkt op internet.’ Tot nu toe is de TU zeer positief: 'De universiteit moet flink bezuinigen, maar de uitgaven voor online video en OpenCourseWare gaan niet omlaag’, zegt Mulder.

Rasoptimist Chris Anderson gaat nog verder dan alleen bestaande universiteiten. Het is niet alleen top-down, van MIT naar ons. Nee, het gaat hem om interactie: een zonnige toekomst waarin iedereen slimmer en beter af is omdat iedereen elkaars leraar wordt. Is dat licht utopisch of reëel? Het verhaal van Salman Khan is in elk geval opmerkelijk. Een briljante student - drie diploma’s van MIT en een MBA van Harvard - met een succesvolle carrière als hedgefund-manager in California zet alles opzij om online wiskundeles te geven. Van eenvoudige sommen tot ingewikkelde integraalvergelijkingen. Hij legt het uit, is niet in beeld maar geeft voorbeelden op een digitaal schoolbord en zet dat op zijn website. Kosten: een eenvoudige recorder van tweehonderd dollar, een tablet van tachtig dollar en wat gratis software.

Inmiddels staan er achttienhonderd door hemzelf gegeven colleges op zijn site, bekeken door dertig miljoen (!) studenten van over de hele wereld. Khan is beschikbaar in de iTunesU, tussen Oxford en Yale, en is in de business-sectie bijna net zo vaak gedownload als de Harvard-professoren. Hij is al meermalen benaderd, zegt hij in interviews. Door investeerders die bezoekers geld willen vragen voor zijn colleges, of zijn uitleg in dure boeken willen opnemen. Hij wil het niet, het moet gratis blijven. Hij wordt de lucht in geprezen door Bill Gates (die met zijn kinderen kijkt) en Fareed Zakaria. In zijn GPS-programma op CNN raadt Zakaria een clip aan, over dat wiskundeprobleem dat altijd weer terugkomt: twee fietsers in tegengestelde richting, met verschillende snelheden. Wanneer kruisen ze elkaar? Khan is zelf een leraar geworden, en zijn Khanacademy is een soort klaslokaal voor de wereld.


Het begon ooit als een enigszins naar binnen gerichte conferentie voor de happy few: politici, wetenschappers, schrijvers, IT-miljonairs. Een dwarsdoorsnede van wereldverbeterende west coast intellectuals die elkaar kwamen vertellen wat de toekomst te brengen had. Vanaf 2006 ging het roer om en kwamen de toespraken online. Een vast format: maximaal 18 minuten, geen saaie powerpoint presentaties, gebracht met passie en overtuiging over iets dat boeit. Of het nou wetenschap, literatuur, business of politiek is. Of technologie, entertainment en design (TED). Als het maar een nieuw inzicht verschaft.

Sommige sprekers worden soms sterren, door het verhaal dat ze vertellen, de manier waarop ze presenteren en uiteindelijk het aantal keren dat ze bekeken worden. Hans Rosling, met zijn bewegende grafieken over armoede, HIV en wereldbevolking. Ken Robinson, met zijn geestige en overtuigende betoog over de manier waarop ons onderwijssysteem alle creativiteit uit kinderen ramt. Of neuroloog Jill Bolte Taylor die ontroerend inzicht ontleent aan haar eigen hersenbloeding. Anderen zijn al sterren en dragen met hun presentatie verder bij aan hun beroemdheid, zoals Al Gore over het klimaat of Malcolm Gladwell over spaghettisaus. Nederlandse sprekers zijn er soms, zoals fotograaf Fred Lansing of kunstenares Christien Meindertsma. Haar boek PIG 05049 ligt inmiddels bij het MOMA in New York.

Sinds 2009 staat TED het ook toe om onder licentie een eigen evenement te organiseren. Dat is geëxplodeerd. In het eerste jaar werden er wereldwijd al direct bijna 300 TEDx (x voor onafhankelijk) conferenties georganiseerd. Dit jaar meer dan 1000. Er zijn bijeenkomsten in Estonie, Kenia, Azerbaijan, enzovoorts. In Nederland nam Jim Stolze, zelf spreker geweest, het initiatief en organiseerde samen met anderen vorig jaar de eerste TEDx Amsterdam. Op 30 november vindt in Amsterdam de tweede editie plaats, dit keer in de Stadsschouwburg. Plaatsen zijn niet meer beschikbaar, maar er zijn verschillende simulcast locaties waar gezamenlijk gekeken kan worden naar onder andere nobelprijswinnaar Gerard ’t Hooft, chief design officer Rogier van der Heide en professor in de plastische chirurgie Irene Mathijssen. In Pathe Tushinski is een livestream in 3D www.tedxamsterdam.com.