De nieuwe colijn

ER KLEVEN natuurlijk onmiskenbaar voordelen aan het fenomeen Wim Kok. Zo zul je niet zo snel een 420 pagina’s tellend rapport over Koks geheime seksleven aantreffen op het Internet. Nog nimmer is de premier betrapt aan de telefoon met een stagiaire onder het bureau. Van drankmisbruik valt hij ook al onmogelijk te betichten. Als Hans Hillen straks zijn zin krijgt en politici die een scheve schaats rijden gelijk de Privé achter zich aan krijgen, hoeft Kok zich geen zorgen te maken. De premier is onkreukbaar, woont redelijk eenvoudig aan de rand van de volkswijk Slotervaart-Overtoomse veld in Amsterdam-West, wordt regelmatig fietsend gesignaleerd in de binnenstad (al is het op een wel heel dure fiets) en gaat zich in het algemeen nergens aan te buiten. Hij is wat onze oosterburen noemen een Otto Normalverbrauch, hij lijkt er zelfs plezier in te scheppen om zich zo sober mogelijk aan den volke te presenteren.

Kok heeft al die jaren hard gewerkt aan zijn imago als de nieuwe Drees, en gezegd moet worden dat hij daar met vlag en wimpel in is geslaagd. In betrouwbaarheidspolls ligt hij met straatlengten voor op iedere concurrent, en met zijn wat hoekige, Dick Bos-achtige vocabulaire heeft hij een plaats in het hart gevonden bij brede lagen van de bevolking, van Weesp tot Wassenaar. Wim Kok is de vleesgeworden gewoonheid, en dat bleek bijvoorbeeld een machtig wapen in de jongste verkiezingsrace, toen hij de excentrieke showman Frits Bolkestein alle hoeken van de kamer liet zien door alleen maar vertrouwenwekkend te grijnzen als deze weer eens een politieke vuurpijl had afgevuurd. Het leverde Kok zijn eerste glanzende overwinning op.
NU TROONT KOK over een kabinet waar zijn machtspositie geldt als een van god gegeven vanzelfsprekendheid. Die macht levert tegelijkertijd een zware persoonlijkheidstest op. De eerste signalen die de minister-president daaromtrent heeft afgegeven, stemmen helaas niet erg vrolijk. Erger nog, het lijkt er sterk op dat de premier nog steeds in een eufore roes verkeert van zijn gewonnen titanengevecht met de Verschrikkelijke Bolk. Hij is niet in zijn normale doen. Een veeg teken was de lichtzinnige, on-kokkiaanse operatie ter verduistering van 110 miljoen gulden uit de algemene reserve van De Nederlandsche Bank ter aankoop van de Victory Boogie Woogie van Mondriaan. De premier, zelf geen kunstkenner, liet zich volgens topambtenaren en vooraanstaande personen uit de kunstwereld verleden maand geheel overbluffen door Beatrix, die de koninklijke zinnen had gezet op de aankoop van de ‘Nachtwacht van de twintigste eeuw’. In een opzichtig één-tweetje met haar staatsraad Boll (tevens voorzitter van de Stichting Nationaal Fonds Kunstbezit, die de Mondriaan uiteindelijk aankocht) troggelde de vorstin 80 miljoen gulden af van de premier, van wiens spreekwoordelijke zuinigheid opeens geen spoor meer te bekennen was. Ter bevrediging van het artistieke temperament van de monarche werd het parlement buitenspel gezet. Al het werk van Thorbecke in 1848 belandde met een royaal kunstgebaar in de vuilnisbak. Het was tegelijk een nogal cynische handelwijze van een kabinet dat via de banenpool en de Melkertbaan hele volkswijken tegelijk heeft geparkeerd in een regime van fatsoenlijke armoede.
MAAR BOVENAL was het een schrijnend geval van slechte timing. Op alle continenten wordt er momenteel hard aan getrokken om van het jaar 2000 inderdaad het klapstuk te maken dat we ons er al die tijd van hebben voorgesteld. De Aziatische beurzen trillen op hun grondvesten. Rusland is al failliet en dendert met gezwinde spoed op een militaire dictatuur af. In Amerika is een staatsgreep gaande, met als slachtoffer een exemplarisch lid van de love generation, die op het punt staat weggevaagd te worden door een louche gezelschap van fundamentalistische tv-dominees, aanhangers van de Moon-sekte en andere politieke delinquenten van het extreem-rechts Amerika. In Afrika is de Derde Wereldoorlog al begonnen, met als voorlopige westerse bijdrage een massabombardement op een Soedanese medicijnenfabriek. Europa, het laatste bastion van relatieve vreedzaamheid, heeft in de periferie al te maken met bloedige stammenoorlogen met vroeg-middeleeuwse wortels en bereidt zich voor op een iedereen hypernerveus makend experiment met de euro, de gemeenschappelijke munteenheid waarvan niemand precies weet wat de gevolgen zullen zijn.
Tot overmaat van ramp is het mondiale computersysteem ook al zodanig afgesteld dat op 1 januari van het nieuwe millennium alle couveuses er de brui aan geven, banksaldo’s elektronischerwijze in rook zullen opgaan en alle controletorens van de luchthavens op tilt zullen slaan. Er wordt kortom werkelijk niets aan het toeval overgelaten om van de millenniumwisseling een knallende doomsday te maken die ons nog lang zal heugen.
IN HET AANGEZICHT van de zich ras ontspinnende mondiale crisis getuigt het kapitale geschenk van Kok II aan 'het volk’ (lees de vorstin) in de vorm van de Victory Boogie Woogie van een wel heel gebrekkige realiteitszin. Terwijl de Amerikaanse president eerder deze week opriep tot een top over de mondiale economische crisis, heerst er in het anders toch zo zuinige Nederland een ware feeststemming.
Ook binnen Koks eigen PvdA is de weerzin tegen deze solo-actie van de premier inmiddels breeduit geventileerd. Oud-PvdA-parlementariër Kees Kolthoff noemde de Boogie Woogie-affaire 'bizar’ en hij sprak rondborstig uit dat de Kamer in deze kwestie is 'belazerd’. Het meest verontrustend is dat Koks Mondriaan-gekte niet eens een op zichzelf staand incident is, maar eerder een symptoom lijkt van verontrustende overmoed in het Kok-kamp.
Het is een en al hybris wat Kok II tot nu toe heeft geventilleerd. De Troonrede waarmee nu het parlementaire jaar is geopend, wees slechts in verstopte bijzinnetjes naar de huidige wereldbrand. Terwijl de vorstin bij eerdere gelegenheden op Prinsjesdag maar geen genoeg kon krijgen van apocalyptische retoriek over smeltende ijskappen op zowel de noord- als de zuidpool, was ze dit keer opvallend opgetogen en gaf haar adembenemend flegmatieke tekst geen enkel moment aanleiding om te vermoeden dat de opstellers ervan de laatste weken nog een krant hebben opengeslagen. In zijn toelichting op de Troonrede vroeg Kok weliswaar enige aandacht voor de actuele economische ontwikkelingen, maar hij deed dat in zulke neutrale bewoordingen ('Nu de economische rugwind afzwakt’) dat niemand zich de urgentie van het probleem zou kunnen realiseren.
HETGEEN WEER geheel correspondeert met de merkwaardige handelwijze van de premier en zijn vice-premier Jorritsma inzake het de mond snoeren van secretaris-generaal Sweder van Wijnbergen van Economische Zaken. Van Wijnbergen kwam in het PvdA-blad Vlugschrift twee weken geleden met een weinig opbeurende maar daarom niet minder relevante analyse van de wereldeconomie. 'Eerst Brazilië en Mexico, dan de VS, en dan gaan wij’, zo luidde in het kort Van Wijnbergens noodscenario, waarmee hij wilde waarschuwen tegen de lichtelijk autistische mooi-weerstemming die zich van Paars II meester heeft gemaakt.
De wereld koerst af op een crisis waarbij de grote Krach van 1929 nog kinderspel is, aldus Van Wijnbergen. Hij voorspelde dat na Azië en Rusland ook Latijns Amerika in een grote crisis terecht zal komen. Dat zal onmiddellijke repercussies hebben voor de economie van de Verenigde Staten, die maar liefst een vijfde van hun productie aan de Latijns Amerikaanse markt slijten. Het gevolg: inflatie van de dollar, die dan onherroepelijk leidt tot renteverhoging door de Amerikaanse centrale bank, en de grote recessie kan beginnen.
Vervolgens gaat het volgens het doemdagscenario van de topambtenaar ook mis in Europa: hij voorspelt een collaps van de Poolse markt, zo ongeveer naar Russisch voorbeeld, hetgeen onmiddellijk zal overslaan naar Duitsland, waar ongeveer elf procent van de handel op Oost-Europa is gericht. Als Duitsland verkouden is, krijgt Nederland zoals bekend gelijk de griep, terwijl de Nederlandse economie dan al heel wat opdoffers achter de kiezen heeft als gevolg van de recessie in de Verenigde Staten. 'De crisis kent een vast patroon’, aldus Van Wijnbergen. 'Na een valutacrisis volgt meteen een bankencrisis. Daardoor slaat de crisis binnen een paar dagen over naar de economie. Bedrijven gaan over de kop en de werkloosheid stijgt.’
HET WAS KORTOM een serieus te nemen signaal vanuit de ambtelijke top om het hoofd koel te houden en zeker geen 80 miljoen gulden af te romen uit de kelders van De Nederlandsche Bank. Ook de 4,6 miljard gulden aan belastingverlaging die Kok II tot een der speerpunten van het beleid heeft gemaakt was volgens Sweder van Wijnbergen in het licht van de crisis een tikkeltje aan de wilde kant.
Kok reageerde getergd. Samen met de eerstverantwoordelijke ministers Jorritsma en Zalm deelde hij een geduchte schrobbering uit aan de loslippige secretaris-generaal. Die kreeg een publicitair spreekverbod opgelegd, zoals een paar dagen later ook Koks eigen secretaris-generaal op Algemene Zaken L. Geelhoed, nadat deze zich in het juristenblad Mr. terecht had beklaagd over de janboel op het Openbaar Ministerie.
Zo dreigt de man die zijn hele leven wijdde aan het vertolken van de rol van een eigentijdse reïncarnatie van de oude Drees, alsnog in de geschiedenisboekjes terecht te komen als een heruitgave van Hendrikus Colijn, de antirevolutionaire premier die aan het Nederlandse staatsroer stond tijdens de schokgolven van de crisis van de jaren dertig. Colijn schreef geschiedenis door het volk te adviseren rustig te gaan slapen, terwijl de wereldbrand toch al duidelijk aan de horizon stond afgetekend. Kok deed een jaren-negentigvariant met de wederrechtelijke aankoop van de Victory Boogie Woogie, ook al zo'n demonstratie van een gebrekkige antenne voor actuele aardverschuivingen in de wereldgeschiedenis.
ER ZIJN TROUWENS wel meer overeenkomsten aan te wijzen tussen Kok en Colijn. Net als de AR-voorman in eigen kring een wel heel losse relatie met het ideeëngoed van zijn eigen partij werd verweten, onderscheidt Kok zich binnen de PvdA door een breuk met de ideologische traditie van de sociaal-democratie. Zijn Den Uyl-lezing van 11 december 1995 met als titel Wij laten niemand los was toch vooral bedoeld als een persoonlijke onafhankelijkheidsverklaring, waarmee Kok voor altijd afstand nam van het 'donquichotterige’ gevecht van zijn voorganger Den Uyl tegen de windmolens van het vrije-marktmechanisme.
Net als Colijn kan Kok het eigenlijk veel beter vinden met de liberalen, wier blijde boodschap over het einde van de geschiedenis en de glorieuze overwinning van de vrije markt nu al even anachronistisch lijkt als een of ander dogma uit de donkere Middeleeuwen.
Al even colijnesk is Koks voorliefde voor de werkverschaffing, zoals hij ook in zijn voorliefde als minister-president voor het besturen van het land per onderonsje met de vorstin ook zonder meer schatplichtig is aan de erfenis van Colijn.
De grote vraag is of Wim Kok achter het masker van zelfverzekerdheid wel crisisbestendig genoeg zal zijn om de komende golven op te vangen. Als Van Wijnbergen straks gelijk blijkt te krijgen, helpt natuurlijk geen spreekverbod meer. Eerdere ervaringen doen wat dat betreft het ergste vrezen.
Zo veranderde de premier in de heetste uren van de IRT-crisis in een narrige despoot, onzeker om zich heen slaand totdat niemand meer precies wist waar hij aan toe was. Lees in dat verband nog maar eens Ed. van Thijns Retour Den Haag (1994), wiens onthullingen over de paniek die zich in het spoor van het IRT-drama meester had gemaakt van de ministersvergadering, de eerste minister voorop, de bangste vermoedens losmaakt over de komende maanden.
Meer recent, tijdens de hernieuwde controverse over de veronderstelde medeschuld van de Dutchbatters aan de slachting van Srebrenica, toonde Kok zich al evenmin erg shockproof. En dat waren nog maar lichte gevalletjes in vergelijking met de denderende crisis die heden in aantocht is. Om zich nog tijdig aan het colijnekse noodlot te ontworstelen, zal Kok de komende weken alle zeilen moeten bijzetten.
Een spoedcursus herscholing in socialistische grondbeginselen lijkt daarbij het eerst gebodene. Daarna zal hij zich met gezwinde spoed moeten begeven naar het Haagse Gemeentemuseum om de Victory Boogie Woogie van de muur te halen en per opbod te verkopen aan de hoogste bieder. De opbrengsten kunnen dan worden gestort in een noodfonds voor overspannen beurshandelaren en topambtenaren. En dan maar hopen dat toekomstige historici hem gunstig gezind zullen zijn.