FILM: Django Unchained

De nieuwe ernst

De openingsscène is beeldschoon: een weids verdord landschap gevolgd door een beweging rechts naar onderen, steeds dichter bij de met zweep­striemen bedekte ruggen van geketende zwarte slaven die in een rij voortstrompelen.

Medium django unchained 2

In rode letters verschijnt de titel op het scherm, lyrisch en herkenbaar net als de muziek: ‘Once you loved her, whoa-oh… Now you’ve lost her, whoa-oh-oh-oh… But you’ve lost her for-ever, Django.’ Een film die in de jaren zestig tijdens de hoogtijdagen van de Italiaanse revisionistische western gemaakt had kunnen zijn door Sergio Leone of Sergio Corbucci. Maar die in dit geval nieuw werk is van Quentin Tarantino.

In Django Unchained neemt de zwarte slaaf Django (Jamie Foxx) samen met de Duitse premiejager dr. King Schulz (Christoph Waltz) wraak op een plantage-eigenaar, Calvin Candie (Leonardo DiCaprio). Candie houdt namelijk het liefje van Django, een beeldschone vrouw met de hilarische naam Broomhilda, als slaaf aan op zijn boerderij waar hij zwarte mannen gebruikt als ‘Mandingo’-vuistvechters.

We schrijven vlak voor het uitbreken van de Amerikaanse burgeroorlog. Plaats van handeling: het Zuiden. Een tijd en een plaats die zich vanwege de romantiek ervan vaak moeilijk lenen voor het creëren van een authentiek beeld, juist vanwege de absurditeit van de werkelijke ideologie van de slavenhandel. Daarom werkt Django Unchained zo goed – als een studie in cinematografische extremiteit en historische vergelding. Hierin is het een soort vervolg op Inglourious Basterds: waar de nazi’s in Tarantino’s oorlogsfilm uit 2009 nog tamelijk karikaturaal overkwamen, daar zijn de racisten in zijn nieuwe western zorgwekkend overtuigend en authentiek. Het is alsof Tarantino in staat is om hun haat van binnenuit te verbeelden, alsof hij precies weet waarom zij zwarte mensen zien als minderwaardige wezens, als objecten. Verrassend is dat Tarantino daar een duidelijk standpunt tegen inneemt. Dát is nieuw bij deze regisseur. Zoals A.O. Scott in The New York Times schrijft: de film is ‘ethisch serieus’ en er is sprake van moral disgust over racisme en slavernij.

Het meesterlijke aan Django Unchained ligt in de wijze waarop Tarantino zowel humor als geweld gebruikt om vorm te geven aan weerzin tegen slavernij; een prestatie van formaat die Django misschien wel tot zijn grootste werk maakt.

De ernst in de film betreft vooral het wraakmotief, gegoten in een populaire vorm. En geen genre zo geschikt om het vergeldingsthema uit te beelden als de spaghettiwestern. In zijn boek 10,000 Ways to Die (2009) vergelijkt Alex Cox deze westerns met de Jacobijnse wraaktragedie, onder meer John Websters The Duchess of Malfi (circa 1612), het werk waaraan hij de titel van het boek ontleent. (In The Duchess zegt een personage: ‘I know death hath ten thousand several doors/ For men to take their exits.’) Cox toont aan dat Italiaanse producenten in de jaren zestig onder druk stonden om aan de snel groeiende behoefte aan genrecinema te voldoen. Geld was er genoeg en de Italianen hadden géén last van Amerikaanse censuur. Resultaat: de spaghettiwestern, bijna altijd ‘antikapitalistisch, anti-interventionistisch en radicaal-kritisch jegens het Amerikaanse binnen- en buitenlandse beleid’.

Deze context is ook van toepassing op Django, Sergio Corbucci’s spaghettiwestern uit 1966, belangrijkste inspiratiebron voor Django Unchained. Beide Django’s zijn ten diepste subversief. Je proeft het aan alles: van de lyrische landschappen en de kitschmuziek tot de wijze waarop de wrekers zich wentelen in extreem geweld. Eigenlijk is de ernst die Tarantino in deze film laat zien zo nieuw nog niet. Zoals Cox schrijft: spaghettiwesterns hadden altijd al een scherpe politieke lading. De genreconventies en grappen in Unchained vormen in feite een rookgordijn, met erachter een serieus, verontrustend verhaal over de noodzaak van wraak in een mensen­leven.

Te zien vanaf 17 januari