De nieuwe Fellini

Rome – ‘Halt! Daar zit Fellini! Ze zijn aan het draaien! Silenzio!’ De gids van de rondleiding door Cinecittà steekt een arm in de lucht om de grote groep internationale filmtoeristen buiten beeld te houden.

En verdomd: verderop zit Federico Fellini, herrezen uit het graf. Het is hem helemaal. Het hoedje en de jas van Engelse tweed, de grote rode sjaal. Hij zit op een stoepje in een Romeins steegje anno zoveel voor Christus. Het steegje maakt deel uit van het decor van een recente peperdure Amerikaanse Rome-serie dat mocht blijven staan in Cinecittà, omdat het zo leuk is voor de toeristen. De Fellini-lookalike op het stoepje kijkt ons aan en geeft een knipoog, terwijl hij een vinger op zijn lippen legt. Dan klinkt: Azione! en springt hij overeind om heel hard weg te rennen door de Romeinse ‘Suburra’, in de richting van een onzichtbare camera.

Deze dagen legt Ettore Scola, collega-regisseur en persoonlijke vriend van Fellini, de laatste hand aan zijn gefictionaliseerde documentaire Che strano chiamarsi Federico! – ‘Wat vreemd om Federico te heten!’ Het eerbetoon van de 82-jarige Scola staat in het kader van dit Fellini-jubileumjaar en wordt bekostigd door het Italiaanse ministerie van Cultuur. Twintig jaar geleden, in 1993, stierf de grootste Italiaanse maestro aller tijden, en vijftig jaar geleden, in 1963, kwam zijn absolute meesterwerk 8½ uit.

Deel van de tour door Cinecittà is een bezoek aan Fellini’s legendarische ‘Teatro 5’, nog altijd de grootste filmstudio van Europa. Daar heeft Scola de sets gereconstrueerd van zijn persoonlijke herinneringen aan Fellini; de redactie van het satirische blad Marc’Aurelio, waar ze allebei vlak voor de Tweede Wereldoorlog als cartoonist begonnen, een prachtig café in de Via Veneto uit de jaren vijftig, de openbare wc’s van het ­Stazione Termini met een onweerstaanbare ­toiletjuffrouw die maakte dat een piepjonge ­Fellini steeds naar de wc moest.

Op een heel andere manier wordt Fellini herdacht door regisseur Paolo Sorrentino (43) met La grande bellezza. Onder het Italiaanse publiek dat vorige week de afgeladen bioscoopzaal in Rome uit kwam stromen gonsde maar één woord: Fellini. En inderdaad: het vorige week op het festival van Cannes al over de hele wereld verkochte La grande bellezza is de perfecte synthese tussen La dolce vita (1960) en 8½ (1963), de twee beroemdste Fellini-films. Een jetsetjournalist die de decadente mensheid van Rome in kaart brengt (La dolce vita) via een associatieve potpourri van beelden en dromen, op zoek naar schoonheid en authenticiteit tegen de stroom in (8½). De onbetwiste erfgenaam van Fellini is gevonden: hij heet Paolo Sorrentino.