De nieuwe Fujimori

Lima - Voor de buitenwereld, en een deel van de Peruanen, staat haar achternaam gelijk aan alles waar een regering niet mee geassocieerd dient te worden: cliëntelisme, vriendjespolitiek, corruptie en zelfs grove mensenrechtenschendingen. Maar toen Keiko Fujimori eind mei haar kandidatuur voor de presidentsverkiezingen officieel maakte, betekende dat voor veel inwoners van Peru ook weer hoop.
De dochter van oud-president Alberto Fujimori (1990-2000) maakt een gerede kans die verkiezingen (april 2011) daadwerkelijk te winnen. Keiko Fujimori is met haar beweging Fuerza 2011 een factor om rekening mee te houden in Peru: ze was in 2006 de senator met de meeste stemmen en wist dit voorjaar eenvoudig de benodigde miljoen handtekeningen voor inschrijving in het kiesregister bij elkaar te krijgen.
‘In Fuerza 2011 zijn de mensen verzameld die ons in staat stelden in de jaren negentig de grote sprong te maken’, zei Keiko bij haar presentatie. Het waren woorden die haarfijn aangaven langs welke scheidslijn de verkiezingen straks zullen plaatsvinden. De Peruaanse elite en middenklasse gruwen van haar. Ook zij erkennen dat de eerste twee regeringsjaren van Alberto Fujimori succesvol waren - de munteenheid was stabiel, de staatsschuld kromp, buitenlandse investeringen stroomden toe en als klap op de vuurpijl werd Abimael Guzman, de leider van het terroristische Lichtend Pad, gearresteerd.
Maar daarna kwam Fujimori’s 'auto-coup’ - hij stelde de grondwet buiten werking en stuurde het Congres naar huis - en begon een van Peru’s meest donkere periodes. Vanwege opdracht geven voor 25 moorden werd Fujimori (71) in 2009 jaar tot 25 jaar celstraf veroordeeld. Later kwam daar een veroordeling tot 7,5 jaar bij wegens verduistering van overheidsgeld.
Veel Peruanen zien de straffen als een complot. Voor hen is Fujimori de president die kwam op plekken waar de overheid zich nog nooit had laten zien. Hij liet er talloze wegen, scholen en klinieken bouwen. Keiko Fujimori belooft nu hetzelfde: 'Fuerza 2011 en het fujimorisme staan voor openbare werken. Als vrouw en moeder zal ik vechten tegen de armoede en de ongelijkheid in ons land.’ Het is een krachtige boodschap in het land met de sterkste economische groei van Latijns-Amerika, waar tegelijkertijd duidelijk is hoe weinig macro-economische cijfers soms betekenen voor het arme deel van de bevolking.
De vrouw die in 1994 door haar vader tot First Lady werd benoemd nadat hij van haar moeder was gescheiden, heeft al aangekondigd dat ze haar vader gratie zal verlenen als ze tot president wordt verkozen. Het is de grote angst van veel Peruanen, maar een mooi vooruitzicht voor minstens zo veel anderen.