China als nieuwe wereldleider

De Nieuwe Heer Onder De Hemel

Het onbesuisde optreden van de Amerikaanse president Donald Trump is een godsgeschenk voor de Chinese president Xi Jinping. Want Trump maakt Amerika klein en China groot.

Medium gettyimages 631591414
China, Jiaxing, 12 januari. Opblaasbare hanen lijkend op Donald Trump worden getest voor de viering van het nieuwe jaar, het jaar van de Haan © Greg Baker / AFP / ANP

Donald Trump had het in zijn verkiezingscampagne om de haverklap gezegd: hij zou de Chinezen mores leren. Het moest afgelopen zijn met de Chinese verkrachting van Amerika, had hij geroepen. Miljoenen Amerikaanse banen hadden ze gestolen, ze hadden hun munt kunstmatig laag gehouden, ze deden veel te weinig om Noord-Korea’s nucleaire programma te smoren. Hij zou op de eerste dag van zijn presidentschap China tot wisselkoersmanipulator uitroepen en een tariefmuur van 45 procent tegen Chinese producten opwerpen. Hij zou dus tegen China een handelsoorlog beginnen. Niet Rusland was de grote vijand, maar China.

De Chinezen reageerden opmerkelijk ingehouden op die verbale agressie. Ze zijn eraan gewend dat Amerikaanse presidentskandidaten op hun land inbeuken, om er als president een vergelijk mee te zoeken. Net als bijna iedereen verwachtten ook de Chinezen dat president Trump de wilde haren van kandidaat Trump zou verliezen. In ieder geval wilden ze liever Donald Trump dan Hillary Clinton, die ze hadden leren kennen en verfoeien als een imperialist van de oude stempel met een hinderlijke interesse in mensenrechten. Ze vertrouwden erop dat ze met de zakenman-president over alles zouden kunnen onderhandelen, en dat ze hem aan de onderhandelingstafel zouden verslaan.

Maar al snel bleek dat Trump ook wil onderhandelen over wat voor China niet onderhandelbaar is: het één-China-beginsel. Dit houdt in dat het Chinese vasteland en Taiwan deel uitmaken van het ene ongedeelde China. Deze fictie – Taiwan is immers onderhand een heel andere samenleving geworden dan de Chinese en is de facto onafhankelijk – is nog altijd de hoeksteen van de relatie tussen Amerika en de Volksrepubliek. In de praktijk heeft Amerika innige banden met Taiwan, het is Taiwans wapenleverancier, het moet Taiwan zelfs te hulp komen als het buiten zijn schuld door China wordt aangevallen. Maar officiële betrekkingen tussen Amerika en Taiwan zijn taboe, en van rechtstreekse contacten tussen de leiders kan geen sprake zijn.

Sinds het aanknopen van diplomatieke relaties in 1978 heeft iedere Amerikaanse president zich daaraan gehouden. Tot Trump. Zijn telefoongesprek met de president van Taiwan, kort na zijn verkiezing, was een provocatie, een stommiteit, of beide. Het haalde de hoeksteen van de relatie onderuit. China protesteerde verbouwereerd. Waarop Trump twitterde dat hij niet inziet waarom hij zich aan de één-China-politiek moet houden als de Chinezen de Amerikanen in de wielen blijven rijden met hun handelspraktijken, hun veel te vriendelijke houding tegen Noord-Korea en hun expansie in de Zuid-Chinese Zee.

Eenmaal president bleek Trump zijn beeldenstormachtige beloften verrassend serieus te nemen. In recordtijd is hij erin geslaagd vriend en vijand tegen zich in het harnas te jagen, China inbegrepen. De kersverse minister van Buitenlandse Zaken Rex Tillerson zei dat Amerika niet kan toestaan dat China kunstmatige eilanden aanlegt in de Zuid-Chinese Zee – er zijn er al zeven, allemaal uitgerust met militaire installaties – en dat Amerika China de toegang tot die eilanden moet ontzeggen. Een militaire blokkade dus. Tillerson, niet eens de grootste fanatiekeling van het Trump-team, moet hebben geweten dat dat voor Peking neerkomt op een oorlogsverklaring.

Oorlog met China is volgens Trumps rabiate ideoloog Steve Bannon binnen vijf tot tien jaar een feit. Bannon heeft drie boeken en een documentaire op zijn naam staan waarin de ergste vooroordelen en leugens over China als feiten worden gepresenteerd. Zijn haat jegens China wordt slechts overtroffen door zijn haat jegens de islam. Bannon heeft zichzelf uitgeroepen tot een tweede Lenin omdat ook hij, het zijn zijn eigen woorden, de staat en de gevestigde orde tot de grond wil afbreken. Deze fanatieke sloper, die door niemand gekozen is behalve door Trump zelf, is de macht achter de presidentiële troon. Minister van Defensie James Mattis joeg in Zuid-Korea en Japan de spanning nog verder op door daar te verklaren dat de plaatsing van een Amerikaans raketschild, dat beide landen moet beschermen tegen raketaanvallen vanuit Noord-Korea, gewoon doorgaat. De Chinese leiders zijn ervan overtuigd dat dit antiraketsysteem in werkelijkheid gericht is tegen het nucleaire programma van China en daarmee de nationale veiligheid en het militair evenwicht in Oost-Azië ondermijnt.

In Japan nam Mattis de door Trump gezaaide twijfels weg over de voortzetting van het militaire bondgenootschap met de Verenigde Staten. Kandidaat Trump had beweerd dat Zuid-Korea en Japan, net als alle andere Amerikaanse bondgenoten, op defensiegebied hun eigen broek moesten ophouden en dat ze maar beter kernwapens konden aanschaffen. De Amerikaanse defensieverdragen met Japan en Zuid-Korea zijn even hecht als altijd, verzekerde Mattis. Hij zei er niet bij dat ze niet alleen zijn gericht tegen Noord-Korea, maar vooral tegen China.

Medium anp 49865311
Peking. Een reclamebord roept een nieuwe generatie op om soldaat te worden. China moet zich voorbereiden op een militaire confrontatie in de Zuid-Chinese Zee, zeggen de staatsmedia © Greg Baker / AFP / ANP

Voor de zekerheid herhaalde Mattis wat de regering-Obama al duidelijk had gezegd: dat de Senkaku-eilanden in de Oost-Chinese Zee, tussen Taiwan en het Japanse eiland Okinawa, onder het Amerikaans-Japanse defensieverdrag vallen. De soevereiniteit over deze onbewoonde mini-eilandjes, Diaoyu in het Chinees, ziet China als een nationaal ‘kernbelang’ waarover geen concessies mogelijk zijn, van dezelfde orde als de Chinese soevereiniteit over de Zuid-Chinese Zee, Taiwan, Tibet, Xinjiang en Hongkong. Mattis’ bezoek aan Zuid-Korea en Japan, zijn eerste buitenlandse reis naar het Verre Oosten sinds zijn ambtsaanvaarding, heeft het vuur in de conflicthaard in de Oost-Chinese Zee flink opgestookt.

Een andere onvriendelijke daad jegens China zat verscholen in de strafmaatregelen die Trump afkondigde na de recente Iraanse proef met een middellangeafstandsraket. Op de lijst van dertien personen en twaalf bedrijven die door Amerikaanse sancties zijn getroffen staan een Chinese burger en twee Chinese bedrijven. In een volgende sanctieronde tegen Iran zullen waarschijnlijk ook Chinese banken worden getroffen. Als topadviseur Bannon zijn zin krijgt, zullen de spanningen tussen Amerika en Iran escaleren tot een oorlog, die het hele Midden-Oosten in brand kan zetten. Dat kan ook voor China buitengewoon ernstige gevolgen hebben, want als de olietoevoer uit het Midden-Oosten wordt afgesneden komt de Chinese economie plat te liggen. Het is misschien geen toeval dat een oliemagnaat minister van Buitenlandse Zaken is geworden. Tillerson was tot voor kort ceo van ExxonMobil.

Het banenverlies in de VS komt niet door goedkope import uit China maar door robotisering en Amerika’s financiële crisis

De aangekondigde handelsoorlog tegen China is nog niet uitgebroken. Zou Trump hebben begrepen dat zijn argument dat de koers van de Chinese munt kunstmatig laag werd gehouden al lang door de feiten is achterhaald? Dat China in anderhalf jaar tijd al een kwart van zijn deviezenreserve van vier biljoen dollar er doorheen heeft gejaagd om de koers van de yuan overeind te houden? Dat het banenverlies in de Verenigde Staten niet komt door goedkope import uit China maar door robotisering en Amerika’s eigen financiële crisis? Met Trump is alles mogelijk. Wat hij vandaag roept kan hij morgen herroepen, en overmorgen zegt hij weer het tegenovergestelde. Als zijn woorden in strijd zijn met de feiten, dan vindt hij dat jammer voor de feiten. China neemt het zekere voor het onzekere en bereidt zich voor op tegenmaatregelen tegen een commerciële oorlogsverklaring.

Trumps eerste slachtoffer is niet China maar Mexico. De infame muur die hij wil laten bouwen tegen illegale immigranten wil hij financieren met een heffing van twintig procent op alle Mexicaanse producten. Zijn dreigement om Amerikaanse troepen naar Mexico te sturen heeft niet alleen Mexico maar heel Latijns-Amerika met stomheid geslagen. Alsof de tijd van de Amerikaanse invasies is teruggekeerd. Of was het gewoon een trumpiaans grapje? In Peking is deze agressie uitgelegd als een laatste waarschuwing aan het Chinese adres.

Er zijn vijf conflicthaarden waarin een oorlog tussen Amerika en China kan uitbreken: Taiwan, Noord-Korea, de Oost-Chinese Zee, de Zuid-Chinese Zee en het grensgebied tussen India en China. In vier van die vijf haarden heeft Trump al zitten stoken, al heeft minister Mattis over de Zuid-Chinese Zee stoom afgeblazen en daarna Trump zelf, in zijn eerste telefoongesprek met Xi, over Taiwan. Alleen de omstreden grensgebieden tussen India en China zijn nog van Trumps bemoeienissen verschoond gebleven, maar dat probleem kan aan de beurt komen wanneer de Indiase premier Narendra Modi later dit jaar bij Trump op bezoek gaat. De twee hebben al een buitengewoon hartelijk telefoongesprek gevoerd.

Iedereen verwacht dat Donald Trump de Chinezen inderdaad mores wil leren. Is dat erg voor China? Ja en nee. Een handelsoorlog tussen de twee grootste economieën van de wereld, die onlosmakelijk met elkaar verknoopt zijn, zou alleen maar verliezers kennen en de hele wereld treffen. Toch durft niemand dat drama uit te sluiten. Zelfs een heuse oorlog tussen de twee supermachten, gebruik van kernwapens al dan niet inbegrepen, is niet meer onmogelijk. Maar voordat het zo ver komt kan de trumpiaanse furie die over Amerika raast zo’n grote schade hebben aangericht dat China alle ruimte heeft gekregen om de leidende rol van de Verenigde Staten over te nemen. Die ontwikkeling is al in volle gang.

Neem Trumps opvattingen over handel. Van multilaterale vrijhandelsakkoorden wil hij niets weten. Een van zijn eerste daden als president was de annulering van het Trans-Pacific Partnership, een vrijhandelsverdrag dat in de maak was tussen de Verenigde Staten en elf andere landen aan weerszijden van de Grote Oceaan. Dit tpp, de Pacific-versie van het Trans-Atlantische ttip, zou vooral in het voordeel zijn geweest van Amerikaanse multinationals. Het was door de regering-Obama ontworpen als de economische component van de pivot to Asia (zwenking naar Azië), een programma dat met militaire en economische middelen de verdere opkomst van China moest tegenhouden. China was dan ook van deelname aan het tpp uitgesloten.

Door dit vrijhandelsverdrag te schrappen heeft Trump de economische poot onder de pivot doorgezaagd, de Amerikaanse handelsbelangen benadeeld en ruim baan gemaakt voor de twee regionale vrijhandelsverdragen die China in petto heeft. Eerst zou er een verdrag moeten komen tussen de Asean (samenwerkingsorganisatie van tien Zuidoost-Aziatische landen) en haar zes belangrijkste partners, waarvan China verreweg de grootste is. Dit samenwerkingsverband zou onderdeel moeten worden van een nog veel bredere vrijhandelszone gevormd door 21 staten aan beide zijden van de Pacific, zonder de Verenigde Staten maar met China. Beide organisaties zouden, met dank aan Trump, door China worden gedomineerd. Ook bij Trumps optreden tegen Mexico kan China garen spinnen. Tachtig procent van de Mexicaanse export gaat nu nog naar de Verenigde Staten, en straks misschien naar China. Hoe kleiner de Mexicaanse export naar de noorderbuur, des te minder geld er beschikbaar komt voor de financiering van de muur.

Drie dagen voordat Trump aantrad diende in Davos Amerika’s opvolger als wereldleider zich aan. Het was de eerste keer dat de Chinese president-partijleider Xi Jinping het World Economic Forum toesprak. Het werd een van de beste toespraken die hij ooit heeft gehouden, zonder de houten taal en de bloedeloze statistieken die de toespraken van Chinese leiders slaapverwekkend plegen te maken. Xi noemde Trump noch Amerika bij naam, maar iedereen begreep wat hij bedoelde toen hij zei: ‘Streven naar protectionisme is net zoiets als je opsluiten in een donkere kamer. Wind en regen kunnen buiten worden gehouden, maar die donkere kamer zal ook licht en lucht blokkeren.’ Om te benadrukken dat China een voorvechter is van vrijhandel en de vrije markt maakte Peking diezelfde dag maatregelen bekend om meer buitenlandse investeerders aan te trekken. Allerlei beperkingen voor buitenlandse bedrijven werden opgeheven.

Xi bezwoer de Verenigde Staten het Parijse klimaatakkoord na te komen. Een hoge Chinese milieudiplomaat lichtte toe dat China bereid is om de leiding te nemen in de strijd tegen klimaatverandering – die door Donald Trump was ontmaskerd als een Chinees verzinsel. Xi schilderde China af als de kampioen van de globalisering, als een staat die zijn internationale verantwoordelijkheden nakomt en zich aan de regels houdt, als een hoeder van de internationale liberale orde, als een eiland van stabiliteit in een woelige wereld. De mondiale economische elite lag juichend aan Xi’s voeten. Een ceo jubelde dat de vrije wereld haar nieuwe leider had gevonden. Als dit een wisseling van de rol van wereldleider is geweest, dan heeft die operatie zelden of nooit zo razendsnel plaatsgevonden.

Tegenover de Donald die alle regels en afspraken aan zijn laars lapt benadrukt China het belang van internationale overeenkomsten en verplichtingen. Trump is uit op confrontatie en vernedering, Xi Jinping zegt consensus en win-win-oplossingen te zoeken. De Amerikaanse president voert strafmaatregelen uit en dreigt met oorlog, de Chinese leider benadrukt de noodzaak tot onderhandelingen en profileert zich bijna als een vredesvorst. Amerika lijkt een toonbeeld van onverantwoordelijkheid en irrationaliteit geworden, China een exempel van verantwoordelijkheidsgevoel en redelijkheid. China geldt nu als de grote voorvechter van de door Amerika geschapen en nu bedreigde internationale orde. Trump is hard bezig Amerika klein en China groot te maken.

Na alle verbijsterende wereldgebeurtenissen van de afgelopen maanden is ook dit weer even slikken. De leider van de Chinese communistische partij, de hoofdman van een politiestaat waarin niets mag maar alles kan als je je maar niet met politiek bemoeit, de man die een Mao-achtige persoonlijkheidscultus rond zichzelf aan het opbouwen is en iedere kritiek op Mao verboden heeft, is dat de nieuwe wereldleider? Iemand die in de open samenleving die China naar zijn zeggen zou zijn advocaten laat arresteren en dissidenten laat kidnappen, die de universiteiten heeft bevolen zich te laten leiden door de ‘correcte politieke oriëntatie’ teneinde de infiltratie van westerse ‘vijandige krachten’ te weerstaan, iemand die zelfs het verdedigen van de Chinese grondwet een subversieve daad acht als dat de partijbelangen schaadt – moet zo iemand de wereld gaan leiden? Een lid van het Chinese Opperste Gerechtshof heeft Trump een ‘publieke vijand van de rechtsstaat’ genoemd vanwege diens beledigingen aan het adres van een ‘zogenaamde rechter’ die het presidentiële inreisverbod had opgeschort. Het is het verwijt van de pot aan de ketel: vorige maand nog waarschuwde China’s opperrechter voor verderfelijke westerse ideeën als constitutionele democratie, scheiding van de staatsmachten en onafhankelijkheid van de rechterlijke macht.

China wil de rest van de wereld niet veranderen, het wil er zo veel mogelijk van profiteren. Het zoekt dan ook niet de confrontatie

Ook op de claims waarop China volgens Xi Jinping aanspraak kan maken valt veel af te dingen. Het is waar dat de Volksrepubliek als geen ander land heeft geprofiteerd van de globalisering, waardoor het de economische locomotief van de wereld werd. Maar China voorstellen als een land dat de vrijhandel onvoorwaardelijk is toegedaan en een paradijs is voor buitenlandse investeerders is gewoon niet juist. China laat steeds meer merken dat het internationale bedrijven steeds minder nodig heeft. Buitenlandse ondernemers klagen over almaar toenemende beperkingen. Ze hebben hun twijfels of de nieuwe liberaliseringsmaatregelen ook geïmplementeerd zullen worden.

En is China inderdaad altijd uit op consensus en win-win-oplossingen? Als het om internationale conflicten gaat waarbij het niet rechtstreeks is betrokken, de burgeroorlog in Syrië of het Israëlisch-Palestijnse conflict bijvoorbeeld, is China de gematigdheid en vredelievendheid zelve: het roept alle partijen op zich in te houden en het benadrukt de noodzaak om door onderhandelingen tot een oplossing te komen. Daarmee haalt de Chinese regering gemakkelijk een wit voetje zonder dat het haar iets kost. Ook in conflicten waarin China wél belangen heeft, bijvoorbeeld over de nucleaire programma’s van Noord-Korea en Iran, probeert China alle betrokkenen stoom te laten afblazen. Maar in kwesties waarin het om China’s ‘kernbelangen’ gaat, bijvoorbeeld de soevereiniteitsconflicten om Taiwan en de eilanden in de Zuid- en Oost-Chinese Zee, is er van gematigdheid geen sprake meer. In die conflicten staat China’s gelijk als een paal boven water en is discussie alleen mogelijk als die leidt tot aanvaarding van het Chinese standpunt.

Internationale instanties verliezen voor China hun gezag als hun beslissingen tegen het Chinese belang ingaan, zoals de uitspraak van het Permanent Hof van Arbitrage in Den Haag die de Chinese aanspraken op de Zuid-Chinese Zee afwees. Ook is Xi zijn belofte dat de door China opgespoten eilandjes niet gemilitariseerd zouden worden niet nagekomen. Natuurlijk niet. Xi doet niets anders dan wat Amerika deed aan het eind van de negentiende eeuw: zich door een expansionistische en militaristische politiek opwerken tot wereldmacht. Daarbij hoort het beschermen van de handelsroutes en het verjagen van kapers op de kust. In het Amerikaanse geval waren dat Spanje en Engeland, in het Chinese geval zijn het Amerika en zijn Oost-Aziatische bondgenoten.

De Amerikaanse kredietcrisis van 2008 luidde volgens China de onverbiddelijke neergang van Amerika als supermacht in. De onwaardige verkiezingsvertoning van 2016 heeft die neergang alleen maar versneld. Ze was voor de Chinezen ook een bewijs te meer dat de democratie niet deugt en dat het eigen systeem superieur is. Trump bevestigt perfect het Chinese beeld van de buitenlandse barbaar. Hij lijkt zijn uiterste best te doen om de Amerikaanse leiderspositie en de Amerikaanse democratie verder te ondergraven. Internationale afspraken en verplichtingen komt hij niet meer na, hij gooit het Amerikaanse prestige te grabbel en verbrijzelt daarmee de Amerikaanse soft power. Kortom, Trump ondermijnt de Pax Americana die zeventig jaar lang geheerst heeft. Komt daar een Pax Sinica voor in de plaats? En wat heeft, aangenomen dat het niet tot een (wereld)oorlog komt, de mensheid daarvan te verwachten?

Voor China is de rol van wereldleider niet nieuw. Integendeel, in de Chinese traditionele opvatting is de keizer als Hemelzoon de heer over alles wat onder de hemel is, dat wil zeggen de hele aarde, met China als centrum van de beschaving en van de wereld. De keizer kon met andere vorsten dan ook geen gelijkwaardige relatie hebben. De enig denkbare relatie was die van een heer met zijn vazal. De vreemde vorst die het gezag van de keizer erkende en hem tribuut betaalde – in de vorm van sieraden, jonge meisjes of jeugdige eunuchen – kreeg er economische relaties met China en militaire bescherming voor terug. Politiek was de vazalstaat onafhankelijk. Op dit tribuutsysteem waren China’s buitenlandse relaties gebaseerd.

De moderne vorm van tribuut is respect. Nog altijd is China er niet op uit om andere landen militair, politiek of cultureel te overheersen. Daarvoor is China te uniek en staat de rest van de wereld cultureel te ver van China af. China heeft geen enkele roeping de politieman van de wereld te worden. Het is niet geïnteresseerd in de economische, politieke en sociale systemen van andere landen. Of het nu dictaturen of democratieën zijn, of ze de mensenrechten schenden of respecteren, het kan de Chinese leiders niets schelen. Als ze China maar respecteren. Het herrezen Hemelse Rijk kan niet dulden dat zijn belangen door andere landen worden geschaad, laat staan dat het gekleineerd en gekrenkt wordt zoals dat gebeurd is in de ‘eeuw der vernedering’, toen westerse barbaren en Japanners het trotse China door het stof lieten kruipen.

In de praktijk betekent dit dat China niet zal proberen andere landen aan zich te onderwerpen, maar dat het zich evenmin zal laten koeioneren, en als het zijn ‘kernbelangen’ bedreigd ziet zal het geen millimeter toegeven. Een moderne versie van het oude tribuutsysteem zien we al in de relatie van China met verschillende staten van Zuidoost-Azië, Midden-Azië en Mongolië. Als de leider van Taiwan – op het woord ‘president’ rust in het Chinese Taiwan-vocabulaire een politiek taboe – de nieuwe keizer in Peking respect zou betuigen, zou de kwestie-Taiwan hoogstwaarschijnlijk zijn opgelost. Westerse leiders die in Peking komen bedelen om Chinese investeringen weigeren de dalai lama te ontvangen uit angst voor Chinese represailles. Tegenover China durven ze niet meer op te komen voor essentiële waarden als rechtsstaat, persvrijheid of mensenrechten – het vormt voor China een bewijs dat de inzinking van de ‘eeuw der vernedering’ definitief voorbij is en dat de oude grandeur is hersteld.

Dit trotse, zelfbewuste , opnieuw van eigen superioriteit overtuigde China wil onder de win-win-mantra de rest van de wereld inschakelen om te groeien en te bloeien en daardoor de macht van de communistische partij te continueren. Dat is de ultieme verklaring van de Chinese economische aanwezigheid in vrijwel alle uithoeken van de wereld. Het is ook de gedachte achter het Belt and Road Initiative, een door Xi in 2013 gelanceerd gigaproject van economische integratie van China met Azië en Europa. ‘Belt’ staat voor Silk Road Economic Belt, en ‘Road’ voor 21st Century Maritime Silk Road. Deze moderne Zijderoutes over land en zee bestaan uit spoorlijnen, wegen, telecommunicatie, olie- en gaspijpleidingen en andere infrastructurele werken.

Het project is minstens twaalf keer zo groot als het Marshall Plan voor de wederopbouw van Europa na de Tweede Wereldoorlog. Het omvat 65 landen met samen 4,4 miljard inwoners, ongeveer zestig procent van de wereldbevolking. Het Belt and Road Initiative moet China aan nieuwe afzetmarkten helpen voor zijn industriële producten en voor zijn gigantische overschotten van staal, ijzer en cement, om de krimp in de groei van de Chinese economie te keren. Iedereen moet er beter van worden, vooral China zelf. Dankzij de moderne Zijderoutes moet China de dominerende macht worden in Midden-Azië en het Midden-Oosten en moet een Euraziatische economische gemeenschap van de grond komen die beheerst wordt door verreweg de sterkste lidstaat: China.

Hetzelfde China dat er vaak van is beschuldigd de bestaande wereldorde omver te willen werpen heeft zich nu opgeworpen tot kampioen van de status-quo. In feite draait China al in die orde mee sinds Deng Xiaoping aan het eind van de jaren zeventig besloot het land open te stellen voor de wereldeconomie. Dat was de enige manier om het achterlijke, uitgemergelde land tot ontwikkeling te brengen en de glorie van weleer te laten terugkeren. In praktisch alle internationale lichamen, van de Verenigde Naties tot het Internationaal Monetair Fonds, van de Wereldhandelsorganisatie tot het World Economic Forum, is China goed, soms tot in de top vertegenwoordigd. De Chinese leiders benadrukken weliswaar dat China het huidige wereldsysteem niet gecreëerd heeft en dat dit niet op de Chinese maar de Amerikaanse belangen is afgesteld, tegelijk probeert Peking in dat systeem zo sterk mogelijke posities te krijgen en het van binnenuit te hervormen, zodat het de Chinese belangen beter dient.

Als het bestaande systeem zich daar niet voor leent, begint China voor zichzelf met alternatieve organisaties, zoals de Asian Infrastructure Investment Bank (aiib), de Shanghai Cooperation Organization en eigen vrijhandelsorganisaties. Het systeem doet er niet toe, als China er maar voordeel van heeft. China wil de rest van de wereld immers niet veranderen, het wil er zo veel mogelijk van profiteren. In beginsel zoekt het dan ook niet de confrontatie. De aiib bijvoorbeeld blijkt zich tot grote verbazing van Amerika te houden aan de bestaande internationale regels en samen te werken met de Wereldbank. Maar als de regels in strijd zijn met het eigenbelang geeft China niet thuis. Net als de Verenigde Staten trouwens. Grote mogendheden kunnen zich dat kennelijk veroorloven.

Trump moet niets hebben van de traditionele Amerikaanse rol – die onder Obama al was teruggebracht – van mondiale troubleshooter. Verwacht niet dat China die rol nu op zich gaat nemen. Xi Jinping heeft het voorlopig veel te druk met zijn binnenlandse problemen, met de Chinese expansie in de aangrenzende zeegebieden en het terugdringen van de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Oost-Azië. De nieuwe wereldleider denkt alleen aan de belangen van de Volksrepubliek, en aan die van de rest van de wereld slechts als het Chinese belang ermee gediend wordt.


Van Jan van der Putten verschijnt in april bij Nieuw Amsterdam het boek Botsende supermachten: Amerika en China op ramkoers?