H.J.A. Hofland

De nieuwe koers

Een nieuwe opperbevelhebber in Irak, twintigduizend soldaten erbij, een miljard dollar extra, een totaal nieuwe politiek, waarbij het niet is uitgesloten dat de oorlog nog twee jaar zal duren. Dat is de kern van de nieuwe strategie zoals door president George W. Bush aan het volk gepresenteerd. Twee maanden geleden heeft een meerderheid van de kiezers het oude beleid verworpen. Deze tussentijdse verkiezingen werden een referendum over Irak genoemd. Daarna kwam de commissie-Baker met denkbeelden over een geleidelijke terugtrekking. Bush en zijn regering zijn nu van plan radicaal het tegengestelde te doen.

Laten we er even aan voorbij gaan of dit in overeenstemming is met de regels van de democratie. De eerste vraag is nu of de president erin zal slagen de hoop op een goede afloop te doen herleven, zodat hij in het Congres toch nog de noodzakelijke steun krijgt. Dat op zichzelf zal al een wonder vergen. Volgens de laatste peilingen is de bijval voor de oorlog tot 28 procent geslonken. En de andere vraag: of de Amerikanen er dan in zullen slagen binnen deze twee jaar de puinhoop van Irak tot een enigszins evenwichtige en weerbare natie te herbouwen. Daarbij staat de historische reputatie van de president op het spel. Als de nieuwe koers ook faalt, gaat hij als de grootste mislukkeling de geschiedenis in.

Wat houdt de nieuwe koers in? Toen de oorlog vier jaar geleden begon, werd van Amerikaanse kant verzekerd dat ‘regime change’ maar een onderdeel van de operatie was; even belangrijk zou zijn het winnen van ‘the hearts and minds’ van het volk. Die laatste opgave is mislukt, ook al omdat er niet één volk is maar een aantal, sjiieten, soennieten en de Koerden, die elkaar in toenemende mate naar het leven staan. De executie van Saddam en de manier waarop dit is gebeurd hebben daartoe verder bijgedragen. Dan hebben we de herinnering aan Abu Ghraib en het optreden van Amerikaanse soldaten in het algemeen. Ik verwijs naar het boek van de Nederlandse fotograaf Geert van Kesteren, Why Mister, Why uit 2004, met een inleiding van Michael Hersh, redacteur van Newsweek.

Drie jaar later moeten de harten en geesten opnieuw worden gewonnen. Nu – volgens de International Herald Tribune van 8 januari – met het scheppen van banen, een rechtvaardige verdeling van de inkomsten uit de olie, het verven van scholen en het schoonhouden van de straat. Verder zullen leden van de Baathpartij die door het burgergezag van Paul Bremer werden ontslagen weer tot het openbaar bestuur worden toegelaten. Nog meer maatregelen die drie jaar geleden misschien zin hadden gehad, maar die nu – tienduizenden doden later, in een toestand van burgeroorlog en permanent terrorisme – op z’n best goede voornemens zonder overtuigingskracht zullen zijn.

Als sjiieten en soennieten nog íets gemeenschappelijk hebben, dan is dat hun anti-Amerikanisme. Dat zal door de komst van nog eens twintigduizend soldaten ter versterking van het leger van 135.000 man niet worden getemperd.

Van deze strijdmacht wordt gezegd dat die na vier jaar zonder succes oorlogvoeren tekenen van vermoeidheid begint te vertonen. En zo ontwikkelt zich dan het volgende panorama. Een president die altijd heeft verzekerd dat er niets beter is dan to stay the course verandert onder druk van alle omstandigheden van koers. Maar deze koers, die lijnrecht in strijd is met de wil van de meerderheid van de kiezers, gaat meer geld kosten en ongetwijfeld ook meer levens, terwijl de omstandigheden ter plaatste het succes nog minder waarschijnlijk maken.

Bij iedere mijlpaal die president Bush op zijn historische weg zet, gaat Amerika dieper het moeras in. Vergelijkingen met Vietnam, al jaren geleden voor het eerst gemaakt, worden steeds toepasselijker. Maar er zijn een paar verschillen. Het drama van Vietnam heeft zich afgespeeld in de marge van de Koude Oorlog. De worsteling tussen het Westen en het sovjetblok is niet op het slagveld beslist. De strijd in Irak is onderdeel van de gecompliceerde crisis in het Midden-Oosten, waarbij de hele Arabische wereld en het Westen iedere dag betrokken zijn. Deze crisis ontwikkelt zich al jaren ten nadele van beide partijen, waarbij ‘de machtigste man van de wereld’ consequent een negatieve invloed heeft.

Het andere verschil bestaat uit twee delen. Bush is langzamerhand en vooral in Amerika berucht om zijn pathologische ontoegankelijkheid. Hij sluit zich af voor alles wat niet in overeenstemming is met de koers die hij heeft ontworpen. En hoewel nu een meerderheid zich tegen zijn Irak-beleid heeft gekeerd, heeft de oppositie geen solide vorm. In Amerika zijn de Democraten verdeeld, in Europa heerst lethargie. Vietnam veroorzaakte massale protesten, demonstraties, teach-ins, optochten (‘Johnson Molenaar’-borden). Het nieuws uit Irak bereikt zelden de tv-journaals en de voorpagina’s, zeker in Nederland. Onze publieke opinie is provinciaal geworden. We zijn wel bang voor terroristen, maar waar ze vandaan komen interesseert ons niet.