De nieuwe koning

In 1997 constateerde Martin van Amerongen, vermaard hoofdredacteur van dit weekblad, dat de monarchistenlobby machtig is.

Hij kon het weten, want hij was lid van het Republikeins Genootschap, een keurig clubje heren, die werden weggezet als een ‘duister stel’ (toenmalig premier Wim Kok), ‘landverraders’ (volkszanger Gerard Joling), een verzameling ‘angsthazen’ (Algemeen Dagblad) respectievelijk een ‘stel alcoholische lolbroeken dat thuis niets te vertellen heeft’ (De Telegraaf). Het republika­nisme had betere tijden ­gekend.

Nu koningin Beatrix haar abdicatie heeft aangekondigd en heel het land zich opmaakt voor de grote dag dat koning Willem-Alexander de scepter overneemt, is het republikanisme, dat de laatste jaren een rechts-populistisch sentiment leek te worden, helemaal naar de marge verdreven. Een paar Kamerleden die de eed niet willen afleggen, een handjevol in het wit geklede republikeinen op 30 april op gedoog­pleinen in Amsterdam.

Heeft Nederland in deze turbulente tijden zozeer behoefte aan een symbool van eenheid dat iedereen Oranje-klant is geworden? Of moeten we het, zoals Chris van der Heijden in dit nummer stelt, omdraaien: Nederland is al een ­republiek, de politiek machteloze ­koning is de kers op de taart. Een toefje magie in een ont­toverde ­wereld. Alsof symbool en ­magie niet ook een vorm zijn van macht.