De nieuwe Marx?

Het is een dagelijks ervaringsfeit: het verschil tussen arm en rijk wordt groter. Misschien hebben we het ergste van de crisis achter de rug, maar het aantal werklozen neemt niet opzienbarend af. Bedrijven gaan failliet, de zorg voor ouden van dagen wordt ingekrompen.

Aan de andere kant blijven directeuren hun bonus incasseren, soms ter grootte van miljoenen. In de crisis zijn de meeste welgestelden buiten schot gebleven. Terwijl deze tegenstelling zichtbaar en vaak met de dag groeit, waardoor het fundament van de westerse samenleving verder wordt aangetast, blijven onze politici hun dagelijks werk doen alsof er niets essentieels aan het veranderen is.

Nu heeft de Franse econoom Thomas Piketty een boek gepubliceerd, Le capital au XXIe siècle, waarin dit fundamentele maatschappelijk en politiek conflict wordt beschreven en geanalyseerd. Het kapitaal vreet onze toekomst op, is de strekking. Hij wil een mondiale herziening van het belastingstelsel, hogere belasting voor de rijken, om te beginnen. Het boek heeft internationaal de aandacht getrokken. Wordt Piketty de nieuwe Marx? Krijgen we een nieuwe politieke stroming, het pikettisme? Geen sprake van, zegt hij zelf. Maar de grote belangstelling toont wel aan dat hij in een behoefte voorziet. Het publiek wil een generale oplossing met een theorie die voor alle kwellende problemen een oplossing biedt. Toch ‘een soort Marx’ misschien?

Goed beschouwd is onze politieke ellende al meer dan een halve eeuw geleden begonnen. In 1960 verscheen het boek The End of Ideology van de Amerikaanse socioloog Daniel Bell. Het publiek geloofde niet meer in een algemene maatschappelijke theorie, had geen belangstellig meer voor politieke partijen die daaraan uitdrukking gaven. De belangrijkste oorzaken daarvan waren dat de welvaart was uitgebroken en dat een nagenoeg algemene werkgelegenheid de behoeftebevrediging verzekerde.

Het moderne populisme is verwant aan de ouder­wetse supermarkt

Intussen was ook de cultuur van het algemene amusement begonnen. Nog een klassiek boek uit dat tijdvak: Amusing Ourselves to Death van Neil Postman. In het amusement, vooral op de televisie, verschenen de nieuwe nationale helden. En waarschijnlijk is omstreeks die tijd ook het moderne consumentisme ontstaan, geen politieke ideologie maar een algemene gedragscode, zonder uitgesproken bedoeling als vanzelf gegroeid uit de niet-aflatende televisiereclame voor alles. Ongeveer tegelijkertijd groeiden de supermarkten uit tot megamarkten en werd de consument ook op andere gebieden op zijn wenken bediend. Sluipenderwijs had de samenleving twee nieuwe fundamenten gekregen: de massaproductie en de massaconsumptie, gesteund door de reclame. Een soort perpetuum mobile. In het begin van die periode kon je in Amerika een apparaatje kopen, blab-off, waarmee je de reclame uit kon zetten.

Dit systeem kon in stand blijven zolang de welvaart groeide. De eerste grote beproeving kwam in 1977, toen door een gigantische kortsluiting de noordelijke Amerikaanse staten een paar dagen geen elektriciteit meer kregen. Het deel van het volk dat niet of nauwelijks van het consumentisme had geprofiteerd kwam in opstand. Er werden 1600 winkels geplunderd en duizend branden gesticht. Schade: driehonderd miljoen dollar. Later braken in Parijse banlieues en Britse steden soortgelijke opstanden uit. Daar werden vooral elektronica, kleding en andere modeartikelen gestolen. Boekhandels werden met rust gelaten.

Zijn dit tekenen dat na het einde van de ideologie een nieuw maatschappelijk systeem in aantocht is? Door excessen wordt de samenleving onder een vergrootglas gelegd. De overheid en het winkelbedrijf hebben in elk geval van deze uitbarstingen geleerd. De veiligheid is geperfectioneerd. Overal, in het openbaar vervoer, in alle winkels, in particuliere huizen zijn de mensen op de een of andere invasie voorbereid. En intussen groeit de drang om de boosdoeners strenger te straffen. In de consumptiemaatschappij hebben we niet alleen de oude politieke systemen verlaten, we zijn ook onvergelijkbaar onbarmhartiger geworden.

Intussen is sinds het begin van deze eeuw vrijwel overal in het Westen een nieuw politiek alternatief gegroeid: het populisme. Goed beschouwd is dat in overeenstemming met de geest van de consumptiemaatschappij: de eenvoud van de aankoop in de politiek. Onoplosbare economische crisis? Uit de euro, de gulden terug! Openbare orde in gevaar? Minder Marokkanen. Het moderne populisme is verwant aan de ouderwetse supermarkt. Kijk! Grijp! Dat het in Amerika, Frankrijk, Italië en min of meer het hele Westen een gat in de politieke markt vult, is op zichzelf een ernstig teken van de crisis.

En nu hebben we Piketty. Zal hij de redder zijn? Geef hem de tijd. Politiek is als langzaam boren in hard hout. Je hebt er passie en perspectief voor nodig, zei Max Weber. Het klinkt afstandelijk, maar zo is het: over een paar jaar weten we meer.