De nieuwe mens

De onlangs in het Nederlands vertaalde roman Elementaire deeltjes van Michel Houellebecq, over de mens na 2000, verdeelt Frankrijk. Het einde van het cynisme, vinden voorstanders. Reactionair, vinden tegenstanders. Hoe dan ook: ‘De beschaving voelt zich door mijn roman geviseerd.’(

‘OF IK FULLTIME schrijver ben?’ echoot de 41-jarige Michel Houellebecq. Hij spreekt lijzig, last minutenlange pauzes in. 'Nee. Ik oefen ook andere activiteiten uit’, grijnst hij, een expressie die het midden houdt tussen ironie en verlegenheid. 'Ik verplaats me in de ruimte.’ Onze locatie is een Parijse bar van twaalf in een dozijn, rue Racine in het Quartier Latin, schuin tegenover uitgeverij Flammarion die in september vorig jaar Houellebecqs omstreden bestseller Les particules élémentaires uitbracht. Het is bloedheet in Parijs, een plek waar de schrijver zich naar eigen zeggen niet vaak meer vertoont. 'Ik heb de wijk genomen naar Ierland.’ De zopas in het Nederlands vertaalde roman Elementaire deeltjes vertelt het verhaal van de halfbroers Bruno en Michel, zonen van een zelfde moeder. Die moeder trekt in de jaren zestig in het kielzog van een goeroe naar Californië om er in een hippiecommune te boemelen. Haar kinderen van twee vaders komen bij hun grootmoeders in Frankrijk terecht en horen pas later van elkaars bestaan. Michel wordt moleculair bioloog. Hij leidt een teruggetrokken leven zonder passie of seksueel verlangen. Zijn even vereenzaamde halfbroer Bruno komt na een ellendige jeugd vol pesterijen in het lyceum van Meaux in het onderwijs terecht. Hij leidt het leven van een gewond dier dat naar tederheid smacht. Zijn bestaan wordt gereduceerd tot een jacht op vrouwen met wie hij alle vormen van seks bedrijft. De omzwervingen van beide personages vormen de hoofdmoot van het boek. Maar eigenlijk draait het allemaal rond de vraag naar de creatie van de 'nieuwe mens’, een soort kloon die in de 21ste eeuw zijn intrede heeft gedaan en voor wie de formule is 'uitgevonden’ door de moleculair bioloog Michel. De nieuwe mens kent geen psychische afgronden meer en wordt niet langer gekweld door zijn zucht naar seks. 'Of die nieuwe mens gelukkiger is?’ zegt Houellebecq, die er een gewoonte van maakt onze vragen te herhalen. 'Natuurlijk. Vergeet niet dat hij het eeuwige leven heeft. Hoewel sommigen daarover beweren dat het saai zou zijn, kan ik me dat absoluut niet voorstellen. Want zelf heb ik me nog nooit verveeld. Neem nu seks. Dat is een aangename bezigheid. Je kan de mensen die het najagen niet het verwijt maken dat ze infantiel zijn. Als je me vraagt of de constructie van de utopie aan het slot van mijn boek ironisch of ernstig bedoeld is, dan zeg ik je eerlijk dat ik het zelf niet weet. Dat moet de lezer uitmaken. Maar een interessante denkpiste vond ik het wel.’ HOUELLEBECQ veegt genadeloos de vloer aan met alle varianten van progressief individualisme en libertinisme, die hij beschouwt als typisch voor de westerse tijdgeest van de jongste decennia, van de hippies in de jaren zestig tot de New Age in de jaren negentig. 'Die jongeren op zoek naar nieuwe spirituele waarden waren enorme sukkels. Ik heb nooit geloofd in het gemeenschapsgevoel waarover de hippies het hebben. Ik ben ervan overtuigd dat het in werkelijkheid nooit heeft bestaan. De beweging was veeleer een poging om de sociale en familiale kluisters te breken, wat overigens uitstekend is gelukt. Maar alle romantiseringen van de beweging ten spijt, arme hippies hebben nooit bestaan.’ Houellebecq verwijst graag naar de twee soorten competitie waarmee het individu in de westerse samenleving volgens hem wordt geconfronteerd: economische concurrentie en seksuele wedijver: 'Alle mensen die ik ontmoet, zijn vanaf een bepaalde leeftijd bezig zichzelf te verkopen aan anderen. Die genadeloze concurrentiestrijd tussen de werknemers van een bedrijf heb ik beschreven in mijn eerste roman Extension du domaine de la lutte, die in oktober als film op de markt komt. Er bestaan allerhande trucs om te solliciteren, tal van “beste” manieren om jezelf te verkopen. Je trekt naar een bedrijf en verkoopt jezelf tegen de best mogelijke prijs. Dat dringt binnen in vrijwel elk segment van ons bestaan. Als je eenmaal jezelf hebt verkocht, moet je daar ook mee doorgaan. Je moet voortdurend reclame maken voor je eigen persoon. In bedrijven besteden werknemers daaraan meer tijd dan aan het eigenlijke werk. Het valt me trouwens op hoe je als auteur van een succesboek in dezelfde val trapt. In liefdesrelaties gaat ook heel wat tijd naar “jezelf verkopen aan de ander”. Om te beginnen - om de parallel door te trekken - moet je jezelf verkopen tijdens een eerste kennismakingsgesprek, dat ook een vorm van sollicitatie is. De aanwerving gebeurt op het moment dat je de eerste keer met elkaar naar bed gaat. Je moet op dat moment een inspanning doen om je eigen kwaliteiten in de verf te zetten. Maar ook daarna is niets definitief verworven. Je moet doorgaan met jezelf in de markt te prijzen, je moet verleidelijk blijven. Daarom hameren vrouwentijdschriften onvermoeibaar verder op het thema van de verleiding.’ HOUELLEBECQ IS ervan overtuigd dat de 'kapitalistisch geïnspireerde markt’ de eenzaamheid van mensen uitbuit om commercieel te scoren: 'Wanneer mensen geïsoleerd leven, consumeren ze veel meer dan wanneer ze in een groep leven. Dat geldt zeker voor iemand als mijn personage Michel, die als wetenschapper een afgezonderd leven leidt.’ In Elementaire deeltjes situeert Houellebecq dat personage als volgt: 'Michel leefde in een welomlijnde wereld, arm aan gebeurtenissen maar niettemin gestructureerd door bepaalde commerciële rituelen - het toernooi van Roland-Garros, Kerstmis, oudjaar, de halfjaarlijkse afspraak met zijn 3 Suisses-catalogus. Als hij homoseksueel was geweest, had hij misschien deelgenomen aan de aidsmarathon of aan de Gay Pride. Als hij een libertijn was geweest, was hij warmgelopen voor de eroticabeurs. Als hij sportiever was geweest, zou hij diezelfde minuut misschien een Pyreneeënetappe van de Tour de France meemaken. Hij was een consument zonder specifieke kenmerken, maar hij was toch blij wanneer de Italiaanse weken er weer waren in zijn buurt-Monoprix.’ Een goed voorbeeld voor Houellebecqs onderkoelde, hilarische manier van formuleren is de scène waarin Michel een klerencatalogus vergelijkt met een christelijke folder: 'De 3 Suisses-catalogus leek een meer historisch georiënteerde lezing van de Europese malaise te geven. Meteen vanaf de eerste bladzijden was het besef van een ophanden zijnde beschavingsrevolutie impliciet aanwezig, om op bladzijde zeventien zijn definitieve formulering te vinden. Michel dacht urenlang na over de diepere boodschap van de twee zinnen die de thematiek van de collectie omschreven.’ Houellebecq beschrijft in weinig flatterende termen hoe mensen die ouder worden op de verleidingsmarkt hun waarde verliezen en daarom al het mogelijke doen om 'jong te blijven’, iets waarvan Michels klonen uit de 21ste eeuw geen last meer hebben: 'Dat mensen zo bang zijn om ouder te worden, heeft ermee te maken dat we niet meer geloven in een ziel. Er blijft ons dus niets anders over dan het lichaam. Dat het lichaam progressief desintegreert, wordt als extreem onaangenaam ervaren. In onze maatschappij doen de mensen veel moeite om jong te blijven. Naar mijn mening overigens met weinig resultaat. Het ef fect van turnen op de spieren is niet zo groot. Het volstaat dat je er een poos mee ophoudt om er weer net als voorheen uit te zien. Of neem de anti-rimpelcrèmes: ik stel geen groot verschil vast tussen mensen die er veelvuldig gebruik van maken en mensen die het nooit gebruiken. Al die lichaamszorgen om de ouderdom te verbergen zijn niet bepaald doeltreffend. Ondanks alle theorieën die ons verzekeren van het tegendeel, moet je vaststellen dat iedereen ongeveer hetzelfde lichaam wil hebben. Als je de mensen laat kiezen, gaat het in de richting van een uniformering. De maat van de borsten toont dat aan. Er zijn vrouwen met gevulde boezems en vrouwen met platte borsten. Maar eigenlijk zijn alle esthetische ingrepen gericht op het bereiken van dezelfde “ideale” maat. Ik wou die fenomenen vooral beschrijven. En dat is op zich al een kritiek.’ In Elementaire deeltjes heeft de auteur alle mogelijke vormen van hedendaagse seksbeleving geïnventariseerd: seksclubs, vrije seks op nudistenstranden, snuffmovies. 'Toen ik begon te schrijven, was het mijn bedoeling om na dit boek nooit meer over seksualiteit te reppen. Maar dat doel heb ik niet bereikt. Ik heb het thema seks nog niet uitgeput. Hoe het komt dat mensen vandaag zo wanhopig op zoek zijn naar seksuele sensaties? Misschien is het de enige aangename activiteit die ons nog rest. Bovendien ben ik ervan overtuigd dat de Fransen een probleem hebben omdat ze niet zo vaak seks hebben als ze zouden willen. De voornaamste oorzaak voor de grote vraag naar seksuele sensaties is de veralgemeende verspreiding van erotische beelden, onder meer via de pornografie. Daardoor is de seksuele lat veel hoger gelegd. Mensen vinden niet langer anderen vreemd die het spel volgens hun eigen complexe fantasieën willen spelen, al gaan ze daar wel naar op zoek, bijvoorbeeld op het nudistenstrand van Cap d'Agde. Ik ben daar gaan rondsnuffelen omdat het altijd beter is zelf ter plaatse te gaan als je ergens over wil schrijven. Ik heb op Cap d'Agde met veel mensen gesproken. Vooral het gedrag van de Nederlanders vond ik merkwaardig. Het experimenteren met verschillende onbekende partners leek hen totaal niet te storen, helemaal in tegenstelling tot de Duitsers die voortdurend het pro en contra afwogen. Ik vond de Nederlanders op een bizarre manier “cool”.’ NET ALS Houellebecq zelf, die vanaf zijn vijfde bij zijn grootmoeder leefde, worden ook de twee hoofdpersonages van Elementaire deeltjes door grootmoeders opgevoed. En net als de auteur zelf, die zijn moeder slechts een tiental keren heeft gezien, kennen de personages hun ouders nauwelijks. Bij de dood van Bruno’s grootmoeder geeft dat aanleiding tot de volgende passage tussen zijn ouders, die elkaar voor de gelegenheid snel ontmoeten om de toekomst van hun zoon te bespreken: 'Zijn vader en zijn moeder, die hij allebei voor het eerst zag, bespraken wat ze met hem gingen doen. Bruno zou in september in de eerste klas van de middelbare school komen, ze besloten dat er een internaat zou worden gezocht en dat hij in de weekends naar zijn vader in Parijs zou gaan. Zijn moeder zou proberen hem af en toe mee te nemen op vakantie. Bruno had geen bezwaren; die twee mensen leken hem niet direct vijandig gezind. Hoe dan ook, het ware leven was het leven met zijn grootmoeder.’ Houellebecq: 'Dat de ouders uit de jaren zestig geen verantwoordelijkheid namen, kan ik niet helpen. Mijn eigen vader hield daar trouwens een levensgroot schuldgevoel aan over. Maar je moet volgens mij een onderscheid maken tussen mannen en vrouwen. Vrouwen vertonen vanaf een bepaalde leeftijd de behoefte om een kind te krijgen. Ze zijn op zoek naar een affectieve band, ze willen van iemand houden. Dat geldt niet voor mannen: het grootste deel van de tijd doen zij maar alsof. De vaderfiguur wordt in onze tijd steeds meer overbodig. Vroeger hadden vaders de taak om vaardigheden of de kennis van een am bacht op hun kinderen over te brengen. Maar dat is nu afgelopen. We leven niet meer in een traditionele maatschappij, waar de kennis van vader op zoon overging. Iedereen is vandaag gesalarieerd. Bovendien verandert alles vandaag heel snel. Er is niets meer om van de ene generatie op de andere over te dragen. Vaders moeten zich dus wel afvragen waartoe ze nog dienen. Natuurlijk wordt het gedrag van de kinderen door de houding van de ouders geconditioneerd. Bruno is in zijn kindertijd bang en dik. Op het college vindt niemand hem aardig. Zijn makkers pesten hem op de meest gruwelijke manieren. Zijn hele leven probeert hij het gebrek aan affectie te compenseren. Ik geloof dat de kindertijd het latere gedrag van volwassenen in grote mate bepaalt. Er blijven momenten van vrije keuze, maar die zijn eerder uitzonderlijk.’ Houellebecq heeft voor zijn roman de Prix Novembre gekregen en de redactie van het tijdschrift Lire heeft Elementaire deeltjes uitgeroepen tot beste boek van het jaar. Maar de prestigieuze Goncourtprijs ging aan hem voorbij. Hij werd zelfs geweerd van de lijst van nominaties. Stigma’s als 'reactionair’, 'rechts’ en 'politiek niet correct’ zijn aan het blazoen van Houellebecq blijven kleven. In het najaar van 1998 stonden zijn voor- en tegenstanders met getrokken messen tegenover elkaar op de Parijse literaire bühne. Voorstanders vulden hele literaire bijlagen om aan te tonen dat Houellebeqs Les particules élémentaires perfect de genadeloosheid van de laatste decennia van de twintigste eeuw uitbeeldde. De roman was in hun ogen de synthese van en 'het laatste woord’ over een cynisch tijdperk. Maar tegenstanders noemden Houellebecqs frontale aanval op de oogst van de jaren zestig en zijn zogenaamd 'pleidooi voor een terugkeer naar fundamentele waarden’ onrustbarend reactionair. De redactieleden van het literaire tijdschrift Perpendiculaire bonjourden hun medestichter Houellebecq daarom prompt uit de redactieraad. Die verbanning deed de behoudende krant Le Figaro uithalen naar de 'nieuwe inquisiteurs van de literatuur’. In Le Monde des livres nam de auteur het voor zichzelf op: 'De brenger van slecht nieuws wordt zelden geestdriftig ingehaald. Maar het blijft een feit dat iets - een generatie, een eeuw, een economisch systeem, een beschaving? - zich door mijn roman geviseerd voelt.’ HOUELLEBECQ: 'Ik situeer me noch links, noch rechts. De punten waarop links en rechts van elkaar verschillen, zijn volgens mij niet zo belangrijk. De problemen die mij interesseren, komen in de politiek niet aan bod. Ik geloof dat vragen over religie, wetenschap, biologie, fysica en techniek voor de mensen meer belang hebben dan de traditionele politieke kwesties. Het staat vast dat ik er niet in slaag me te situeren op het politieke vlak. Neem nu de groenen. Ik vind dat ze ongelijk hebben op bijna elk terrein. Maar ik ben het met hen eens dat drugs moeten worden gelegaliseerd. Ik begrijp niet hoe een maatschappij zijn onderdanen kan verbieden drugs te nemen. Dat lijkt me compleet geschift. Telkens als ik ga stemmen, stel ik vast dat ik - zelfs na diep nadenken - virtueel voor om het even wie kan stemmen.’ Dat bepaalde katholieke media het boek hebben aangegrepen als een verdediging van hun anti-abortusstandpunt, heeft de hele zaak geen goed gedaan. Houellebecq: 'Sommige katholieke media hebben mijn boek verdedigd, al vonden ze toch meestal dat er te veel seks in voorkwam. Als ze positief stonden tegenover mijn roman, was dat vooral omdat het boek volgens hen perfect aantoont dat de mens er ellendig aan toe is zonder God. Maar dat is niet mijn standpunt. Mijn boek straalt niet één welomschreven ideologie uit. Dat linkse groepen mij politiek niet correct noemen, laat me koud. Soms heb ik wel wat gêne over wat ik schrijf, maar daar zijn remedies voor. Ik beeld me in dat ik zal sterven als mijn boek af is. Zo slaag ik erin de vrees voor de reacties van anderen te overwinnen. Ik stel me voor dat ik na de publicatie van mijn boek geen mens meer zal zien. Dat is een probaat middel tegen zelfcensuur.’