Film

De nieuwe mens

Film: ‹I, Robot› van Alex Proyas

In de roman The Robots of Dawn (1983) van Isaac Asimov onderzoekt rechercheur Elijah Baley het lichaam van de vermoorde robot Jander. Het «lijk» is nog warm, hoewel het al maanden dood is. Ergens in het kunstmatige skelet is er een krachtbron die de lichaams temperatuur blijft regelen. Baley vindt de machine griezelig. Hij denkt: een robotlijk is meer menselijk dan een mens.

Deze gedachte — de mogelijkheid van de robot als nieuwe mens — is de rode draad in de toekomstverhalen van Asimov, in het bijzonder een viertal romans met als hoofd personen Baley en zijn robotvriend R. Daneel Olivaw. In het Asimov-universum verrichten robots niet alleen hand- en spandiensten, maar knopen ook emotionele relaties aan met mensen. In The Robots of Dawn bijvoorbeeld bevrijdt de mooie Gladia zich seksueel dankzij haar minnaar R. Jander. De «R» staat voor «robot».

In de huidige tijd blijkt het werk van Asimov steeds minder sciencefiction. Robotica is een snel groeiende wetenschap waarin allerlei initiatieven tot de verbeelding spreken, bijvoorbeeld onderzoeksgroepen die bezig zijn met een project met als doel het ontwikkelen van een robotvoetbalteam dat in 2050 in staat zou moeten zijn een menselijk team te verslaan. Of een Nasa-project dat een «Robonaut» moet opleveren, een mechanische astronaut die binnen enkele jaren menselijke taken in de ruimte zal overnemen. Ten grondslag aan deze ontwikkelingen ligt een adagium van Ray Kurzweil, de belangrijkste theoreticus op het gebied van robotica. Hij stelt dat technologie de voortzetting is van «evolutie door andere middelen».

De context van zowel de feitelijke wereld van Kurzweil als de fictieve wereld van Asimov zou een vruchtbare voedingsbodem moeten bieden voor een robotfilm. Dat zal ook regisseur Alex Proyas hebben gedacht toen hij begon aan I, Robot, een film waarin de populaire acteur Will Smith de rol speelt van rechercheur Spooner, die het in een futuris tische wereld opneemt tegen hordes losgeslagen robots. De titel van de film is ontleend aan de gelijknamige bundel van Asimov, maar dat is dan ook de enige overeenkomst tussen zijn werk en deze film. En dat is jammer. I, Robot is een degelijke, tamelijk ouderwetse thriller, maar het ontbreekt aan een existen tieel discours over evolutie en de relatie tussen de mens en de technologie. Juist deze thematiek máákt robotfilms als 2001: A Space Odyssey (1968) van Stanley Kubrick en Artificial Intelligence (2001) van Steven Spielberg.

Bij Kubrick en Spielberg is de evolutie van mens en machine iets vanzelfsprekends. Bij Proyas overheerst de reactionaire gedachte dat vooruitgang iets is om te vrezen en te bestrijden. En te haten. Als een wreker van jewelste hakt agent Spooner er op los op nietsvermoedende robots. De ironie is dat hij ze daardoor meer menselijk maakt dan ze in werkelijkheid zijn. Spooner denkt dat de robots de mensheid verfoeien. En dat kan niet. Althans, nog niet, want pas aan het einde van de film is er de suggestie dat de robots iets van een bewustzijn hebben.

Maar wat voor bewustzijn is dat dan? Iets dat meer menselijk is dan de mens, zoals rechercheur Baley mijmert wanneer hij de «dode» R. Jander onderzoekt? Voor Asimov geldt het nuchtere idee dat de robot vooral een machine is. Anarchistischer gaat het eraan toe bij Philip K. Dick, die naast Asimov de mooiste verhalen over robots heeft geschreven. Wanneer de humanoïde Rachel Rosen in Dicks Do Androids Dream of Electric Sheep (1968) de hoofdpersoon Rick Deckard verleidt, realiseert ze zich dat ze eigenlijk niet levend is. Ze zegt triest: «Denk er niet over na wanneer we vrijen. Denk er niet over na en wees niet filosofisch. Want dat is zo saai.»

Te zien vanaf 5 augustus