Opmars der Leefbaren

De nieuwe ombudsmannen

De opmars der Leefbaren in de gemeenten betekent niet zonder meer een ruk naar rechts. Veel Leefbaar-partijen zijn ontstaan uit onvrede met megalomane bouwprojecten of chaotische verkeerssituaties.

Almere — «Oohoo, give me fire!» loeit het gelegenheidsbandje van de VVD op het podium van de Grote Markt. Vlotgekapte liberalen in blauwe windjacks mengen zich onder het zaterdagpubliek, hun folders beloven «een complete stad». Op het Stadhuisplein staat Aziz Abahchour, nummer drie op de lijst van GroenLinks, te kleumen achter een kraampje met partijlectuur. Zijn posters beloven «meer treinen (en op tijd) naar Amsterdam». De ChristenUnie («Bouw mee aan een ontspannen Almere») blaast goddeloze ballonnen op voor de kleintjes, even verderop spreekt Berdien Stenberg de christen-democratische gelederen moed in. De besnorde vijftigers in groene windjacks met CDA-logo krijgen vandaag versterking van een heus dweilorkest. «We gaan de VVD van de Grote Markt verjagen», roept Stenberg strijdlustig. «De VVD is statisch. Het CDA is dynamisch, actief en overal tegelijk!»

Grote afwezige op deze geïmproviseerde verkiezingsmarkt is de nieuwe partij Leefbaar Almere, die nota bene beschikt over een vlijtig bijeengespaarde oorlogskas van veertigduizend euro. In Almere breken de leefbaren niet door, anders dan in de grote meerderheid van Nederlandse gemeenten. Een enquête, uitgevoerd in opdracht van het Dagblad van Almere, geeft hen niet meer dan vijf raadszetels op een totaal van 35. Die winst halen ze bovendien niet weg bij de bestaande coalitie van PvdA, VVD, CDA en GroenLinks, maar bij kleinere oppositiepartijen als D66, de Almere Partij en de ouderenpartij VSP. Grote schandalen hebben zich de afgelopen vier jaar niet voor gedaan en veiligheid lijkt in deze gemeente in het geheel geen issue; zelfs de VVD roept niet om meer blauw op straat. Is Almere zo leefbaar dat er geen aparte partij opstaat die het politieke landschap eens flink wil omploegen?

«Ik denk het wel», zegt Stenberg. «Wat tegenwoordig leefbaarheid wordt genoemd, dat wil zeggen een woonomgeving met voldoende ruimte, groen, openbare voorzieningen en veiligheid, is in Almere als het ware opgenomen in de stadsplanning. Bovendien gooien de leefbaren hier hun eigen glazen in. Ze hebben geen ideeën, ze zijn alleen maar tegen twee dingen: tegen betaald parkeren en tegen Omniworld, het grote sportcomplex waaraan de gemeente meebetaalt. Alternatieven hebben ze niet. Wat Omniworld betreft zijn ze te laat, dat is al goedgekeurd door de zittende raad. Blijft over: het betaald parkeren. Niet echt een volwaardig programma.»

Met krasse taal aan het adres van migranten scoor je in de polder ook al niet meer. De vreemdelingenhaat, die in de jaren tachtig explosieve vormen dreigde aan te nemen toen de Centrumdemocraten twee zetels haalden in de Almeerse raad, lijkt bedwongen. «In Almere is iedereen nieuwkomer», zegt aanvoerder Jelte Hoving van de ChristenUnie. «Zelfs bij Leefbaar Almere tref je nauwelijks meer ressentiment tegen migranten aan.»

Tegen andere minderheden trouwens ook niet. Lijsttrekker Frits Huis van Leefbaar Almere wil op de plaats van Omniworld nota bene een centrum voor dak- en thuislozen vestigen. Zijn grootste zwakte is juist dat hij rancune tegen iedereen lijkt te koesteren. Zo heeft hij nu al aan gekondigd dat hij na de verkiezingen absoluut niet wil samenwerken met de VVD. «Met de PvdA wel, mits die partij onze punten over Omniworld en betaald parkeren overneemt», aldus Huis. Zo ontstaat de verdenking dat de Almeerse leefbaren helemaal niet willen meebesturen.

«Ze zijn gedoemd tot de marge», zegt Abahchour. «In Almere hebben de gevestigde partijen geen voedingsbodem voor protestpartijen laten ontstaan, zoals in andere steden. Vaak is die onvrede door opinieleiders opgeroepen. Ze maken de mensen bang voor het onbekende, voor andere culturen, voor nieuwe verschijnselen in hun leefomgeving. Vandaar die fixatie op veiligheid. Wij hameren daar niet op, we doen er iets aan. In ons programma is veiligheid verweven met thema’s als duurzaamheid, sociale samenhang in de wijken, betere voorlichting, spreidingsbeleid. Zo bevorder je het gevoel van veiligheid. Niet door te roepen om camerabewaking, metaaldetectors of meer politie. Dan werk je een verharding van het stads klimaat in de hand.»

Bij nader inzien blijkt de veiligheid dus wel degelijk op de agenda te staan. De Almeerse partijen roepen het echter niet van de daken. Het CDA bijvoorbeeld bindt de strijd aan met «verloedering» en roept op tot «stadsetiquette». In veel andere gemeenten neemt men geen blad meer voor de mond. Sinds de oprichting van Pim Fortuyns Leefbaar Rotterdam gaan de politieke discussies in de Maasstad alleen nog maar over migranten en criminaliteit. En een enquête van NRC Handelsblad wijst uit dat veiligheid het belangrijkste verkiezingsthema is voor een derde van de kiezers. Veel gevestigde partijen hebben het daarom ook maar hoog op de agenda gezet, net als tal van andere «leefbaarheidseisen», zoals meer invloed voor de burger door middel van referenda.

Ongeacht de definitieve uitslag laten deze gemeenteraadsverkiezingen alvast één conclusie toe: de leefbarisering rukt op. Vóór de overwinning van Leefbaar Utrecht bij de herindelingsverkiezingen in 2000 waren er dertig Leefbaar-partijen, nu meer dan 140. Bij de verkiezingen van 1998 haalden de lokalen al de meeste stemmen, maar door gemeentelijke herindelingen werd het CDA alsnog de grootste partij.

Ditmaal zullen de lokalo’s volgens alle peilingen de grootste kracht worden in de plaatselijke politiek. Van de bijna 1400 wethouderszetels in ons land worden er nu al 345 door lokale partijen bezet. Dat aantal stijgt in de meest rooskleurige variant naar vijfhonderd.

Deze opmars is voornamelijk een grootstedelijk verschijnsel. Groningen en Tilburg kennen als enige steden met een inwonertal boven de honderdduizend geen Leefbaar partijen. Verder zeggen de leefbaren graag «waar het op staat», maar dat lijkt dan ook hun enige onderlinge overeenkomst. Lang niet alle Leefbaar-partijen zijn aangesloten bij Leefbaar Nederland, dat door het tumult rond Pim Fortuyn een rechts profiel heeft gekregen waarmee veel plaatselijke oppositiepartijen zich niet meer willen associëren. Het is ook voor opinieonderzoekers ondoenlijk geworden om alle lokale initiatieven, van De Haagse Lente tot Mokum Mobiel en van Wesp (Anna Paulowna) tot de Dorpslijst Oeffelt, over een kam te scheren. De NOS heeft dan ook aangekondigd uit het resultaat van de gemeenteraadsverkiezingen geen voorspelling meer af te leiden voor de toekomstige zetelverdeling in de Tweede Kamer.

Misschien is er bij nader inzien toch een gemeenschappelijke noemer voor de diverse vormen van onvrede die de leefbaren mobiliseren: verlies van controle over de eigen leefomgeving. In enkele gevallen wordt die onvrede gekanaliseerd in veiligheidshysterie en vreemdelingenhaat. Sommige Leefbaar-partijen volgen een bekende tactiek van extreem rechts: ze presenteren zich als «groene» partij en willen onder het mom van leefbaarheid de grenzen dichtgooien. Leefbaar Leiden is zo’n groene partij met een bruin randje. Lijsttrekker Van Schoonderwoerd van Bezemer mikt op het «publiek uit de voetbalkantines» en houdt er een nogal beperkte opvatting van «ontstedelijking» op na. «Er is zoveel ruimte aan de oostkant van Nederland, terwijl het hier zo dichtbevolkt is. Ik voorzie hier een erg nerveuze bevolking. Voordat Fortuyn dingen riep over asielzoekers stelde ik dat al aan de orde in de gemeenteraad, maar dat was toen not done.»

Andere lokale partijen verzetten zich tegen de gemeentelijke herverkaveling, waardoor de vertrouwde dorpsverhoudingen en de korte lijnen tussen bestuurders en inwoners verloren gaan. Bijna alle Leefbaar-partijen zijn echter ontstaan uit onvrede met infrastructuurprojecten die de inwoners vervreemden van hun stad of buurt. Leefbaar Utrecht (28,5 procent van de stemmen) is in 1998 ontstaan uit afkeer van het megalomane plan om Hoog Catharijne te veranderen in een Urban Entertainment Centre. Het eveneens succesvolle Leefbaar Hilversum (35 procent) ontstond uit onvrede over de lokale verkeerschaos. In Capelle aan den IJssel streden bewoners met zoveel inzet tegen de aanleg van een metro dat er een nieuwe groepering uit voortkwam: het Initiatief Lokale Bestuurlijke Vernieuwing, opgericht door een aantal gevestigde partijen samen met nieuwe lokalo’s.

Leefbaar Schiedam, aangevoerd door ex-CDA’er Theo Schoenmakers, verzet zich tegen de bouw van het Centrum voor Moderne Nederlandse Kunst, een project dat de gemeente 27 miljoen euro moet gaan kosten. «De regie over de stad hoort bij de raad», zegt het uiterst beknopte verkiezingsprogramma: «Niet bij de wethouders en al helemaal niet bij de projectontwikkelaars van wie zij de laatste jaren het schoothondje zijn geworden.» In Krimpen aan den IJssel is een Leefbaar-partij opgericht door bewoners van de Park- en Vijverflats die vechten tegen de bouw van vier flats die hen het uitzicht benemen. «Alles wordt volgebouwd ten koste van het groen», aldus de gepensioneerde oprichter Van der Velde (ex-PvdA). «En waarvoor? Voor het prestige van de wethouder en de projectontwikkelaar.»

Dergelijke sentimenten bewijzen dat de opmars der leefbaren niet zonder meer een ruk naar rechts betekent, zeker niet in de richting van Pim Fortuyn. «Er zou veel meer aandacht moeten komen voor de trieste achterkant van al die verrassende peilingen, namelijk de reusachtige groei van een bonte verzameling burgers die vervreemd is van beleid en bestel in de Nederlandse politiek», schreef politicoloog en PvdA-lid Jos de Beus vorige maand. Sociaal-psycholoog Ron van Wonderen, die zich verdiepte in de groei van de lokale partijen, beschouwt hen als een soort ombudsmannen die zorgen en thema’s oppakken die de gevestigde partijen laten liggen. Ze zijn alleen te stuiten in gemeenten als Almere waar de bestaande partijen tijdig «om» zijn gegaan en geen voedsel bieden aan rancune. Tot nader order bewijzen de leefbaren de kracht, niet de zwakte van de Nederlandse democratie.