De nieuwe onderklasse

In Nederland wonen ongeveer 1,3 miljoen laaggeletterden, dat zijn mensen die al moeite hebben met de eenvoudigste teksten, en 250.000 volslagen analfabeten, 200.000 meer dan vijf jaar geleden. Dat is bekendgemaakt door de oud-minister van Onderwijs Marja van Bijsterveldt. Het is goed dat het weer eens gezegd wordt, maar in principe is het oud nieuws.

In 1996 bleek uit een onderzoek van het Max Goote Kennisinstituut dat er toen een miljoen functioneel analfabeten waren, wat nu laaggeletterd wordt genoemd. Dat er binnen een jaar of vijftien een half miljoen bij zijn gekomen, is geen wonder. Ook analfabeten trouwen, krijgen kinderen. Het milieu waarin die opgroeien zal hun intellectuele nieuwsgierigheid niet stimuleren, om het zacht te zeggen. Onwetendheid is als een gletsjer die per generatie verder de maatschappij binnen schuift. Analfabetisme dat min of meer op zijn beloop wordt gelaten, is de grondslag voor een permanente klassenmaatschappij.

Hoe leven de mensen in die afgesloten onderklasse? In Amerika is er veel onderzoek naar gedaan. Ja, ze redden zich op hun manier. Eenvoudige overheidsformulieren, bijsluiters, publieke waarschuwingen kunnen ze niet begrijpen. In de supermarkt laten ze zich bij hun keuze leiden door de plaatjes op de verpakking. Wat dat aangaat leven ze op de tast. En natuurlijk kijken ze naar de televisie, het amusement en de eenvoudigste politieke programma’s waaraan ze hun maatschappelijk inzicht ontlenen. Ook daar bepalen ze zich tot de eenvoudigste verklaringen, die meestal naar rechts neigen.

In Nederland wordt de ‘misstand’ van het analfabetisme al op z’n minst twintig jaar erkend. We streefden naar een ‘kenniseconomie’ maar de laagste klasse deed niet mee. We kregen de Week van de alfabetisering, campagnes en evenementen om het publiek ‘bewust te maken’. Hoogleraren, staatssecretarissen, alle mogelijke autoriteiten hebben hun diepe zorg uitgesproken. Drie jaar geleden werd een grote demonstratie van leerlingen en docenten gehouden. De voormalige secretaris Roel in ’t Veld riep op tot een campagne van burgerlijke ongehoorzaamheid. Het heeft allemaal niet geholpen.

Het massale analfabetisme is een sluimerend politiek risico

Dat in een zich beschaafd noemend land meer dan een miljoen burgers intellectueel permanent invalide zijn is al een schandaal. Maar er is nog een andere kant. Dit massale analfabetisme is ook een sluimerend politiek risico. Aan het begin van deze eeuw heeft de traditionele Nederlandse maatschappij haar stabiliteit verloren. Het poldermodel werd weggevaagd. Door de grote economische crisis is de samenhang nog verder aangetast.

In feite leven we al sinds het begin van deze eeuw in een samenleving die steeds labieler is geworden, waarbij het traditionele gezag steeds verder is afgebroken. Dat geldt voor de politie, personeel van het openbaar vervoer, politici, tot en met het staatshoofd. Het verval van de oude hiërarchie, in alle opzichten, hoort tot het dagelijks nieuws. In deze zichzelf verder chaotiserende maatschappij vormen de analfabeten de onderklasse. De geletterde wereld gaat eraan voorbij of kan het zich niet voorstellen, maar in deze wereld maakt zich van de massa der analfabeten langzamerhand een radeloosheid meester. Aan de ene kant groeit hun bereidheid tot geweldpleging en anderzijds zouden ze ook vatbaar kunnen worden voor een eigen vorm van populisme, de eenvoudigste en meestal onhaalbare oplossing voor hun eigen ellende. In beide gevallen zou dit tot een onbeschrijflijke vergroting van de chaos leiden.

We zijn ons nu bijna twintig jaar van deze nationale schande bewust, hebben van alles en nog wat ondernomen om er een eind aan te maken en het is allemaal vergeefs geweest. Het analfabetisme is een tijdbom met een groeiende explosieve lading.